Friday, December 04, 2015

DUIDING

DUIDING


Aanbeland bij iets oer, een plek, een haven van aankomst
en vertrek. Vergeet de lachende mensen. In de ernst van mijn
herinneringen bestaat de kust als een bonkige vriend, een
demonische piraat van razernij. Alles moet nog in alles
een zekere weg.

Wie vertelt het de wind, wat verschaft het land vrede? Ik neem
mijn kind de duinen in en herken niet de sprookjes van weleer,
de huppelende vrolijke konijntjes, de zoetsappige bramen. Het
is er guur nu en grillig van het bars overleven.

In mijn nieuwe woning moet ik nog aarden, dient de huisraad
opnieuw ontdekt en verkend. Wij sleepten een hele historie
achter ons aan. In hoeverre is het zaak aan deze zaken te
hechten. Ik kom liever zonder bagage thuis.

Het wordt winter en het licht verkilt ons het zicht. Waartoe
ons te begeven nu de tijd zelf nog er een van duister is? Ik
beschouw deze wereld tussen winst en gemis. Dat jouw hand
in mijn hand de enige juiste duiding van arriveren is –



Elbert Gonggrijp,  Egmond aan den Hoef,  vrijdag 4 december 2015



In grote lijnen

In grote lijnen


Wij hebben onszelf een geschiedenis afgelegd die nu
een eendere geschiedenis met een nieuw gezicht. Het
wordt er niet jonger op. Het ruikt naar zout en

verwaait onze haren. De vuurtoren een baken,
een pijler in onze voorlopige oriƫntatie.

Als voormalige badgasten frequenteerden wij de
zeereep, maar vonden onze origine niet. Dit was
het afgebakende van er even tussen uit, nu ons
hedendaagse thuis, een richtlijn van opnieuw
geaard gaan raken.

Een territorium voor uitgelaten honden. Het voormalig
struinen op het strand. Maar hoe ontmoet je die ene
visser die zijn ziel aan de zee terwijl jij enkel tuurde
naar die beeldschone einde gebiologeerd door de
eeuwig zakkende zon of de meedogenloze branding?

Ergens moet er een verhaal verteld dat het ogenschijnlijke
overstijgt. De meeuwen weten het in grote lijnen. Dat de
essentie altijd en overal hetzelfde blijft. Dat hun vlucht
telkens even veranderlijk dezelfde koers vereist. Hoe
ondoorgrondelijk het plot ook –


Elbert Gonggrijp,  Egmond aan den Hoef,  vrijdag 4 december 2015




Van oorsprong

Van oorsprong
Na een gesprek met een derper


We begrijpen hem niet: hij komt van woelige baren, zag de
sterren hoog aan de hemel staan, denkt dat hij ooit thuis
komt bij vrouw en kind. Zij tornen niet aan hun woeste
oord, het went nooit, zij scharen zich onder het ongewisse
licht van de vuurtoren.

Jij en ik mijn lief, wij bewoonden de vlakke polders, waren
ooit eens voortvluchtig als zwervers, vondelingen gestrand
in een elders, uitgewaaierd als los zand. Wij hadden geen
naam of faam, wij zetelden slechts ons gewest.

Aan de vloedlijn vind ik de vogel in zijn besmeurde
doodskleed en verwittig mij van zijn oorsprong. Kan ik
mij wanen hoe trots hij vloog? Er is zoveel als weinig
gezegd, er kan enkel gegist naar zijn geschiedenis.

Waar ik hedendaags verblijf. Het heeft nog weinig om het
lijf, het moet nog iets van geborgen. Het moet nog geijkt
naar zijn kadasters. Het wil nog nauwelijks gekend.
Ik heb er voorlopig het omkijken naar –


Elbert Gonggrijp,  Egmond aan den Hoef,  vrijdag 4 december 2015







Wednesday, December 02, 2015

IETS DERGELIJKS

IETS DERGELIJKS


Wie ben ik als diegene die de dingen opnieuw
ordende omdat het zo moest, de boom naast
de schuur, de spiedende merel in het gras,
het kunstwerk aan de muur, jij die alras
eenzelfde poging doet om werkelijk
thuis te komen?

Ik vermoed ergens een buiten achter deze
plek in de duinen waar ik ooit eerder gelukkig was.
Alles had zijn vorm van schoonheid, hoe ruw
en weinig zachtzinnig ook. Het was natuur en
hoe eigengereid kon het zijn.

Ik heb lief wat ik eerder beminde, ook jij mijn
lief, maar het dient opnieuw uitgevonden, het spel
der gelijkgezinden. Alsof ik nu van je vervreemdde,
alsof ik jou nooit kende. Alsof dit de tijd.

Het wintert terwijl ik verlang naar warmte.
In het schaduwspel van het duister vermoed ik
vaag de contouren van ik overdag kon
benoemen voor waarachtig. Zal jij dan
blijvender zijn dan die ene bange
gedachte dat niets blijvend zal
blijken? –


Elbert Gonggrijp,  Egmond aan den Hoef,  woensdag 2 december 2015









Tuesday, December 01, 2015

Egmond vooralsnog

Egmond vooralsnog


Zou Descartes destijds de spreeuwen
hebben horen debatteren dat ik
denk dat ik besta?

Geen rivier begeeft zich nog haar
monding als eerder ooit, de ruĆÆne verweert
op zijn grondvesten zijn historie achterna.

Een betrekkelijke realiteit als ik hier
in de regen sta met mijn zoveelste sigaar.

Het regent een constante monoloog,
verontschuldigt zich niet. Een klein chanson
druilt zachtjes voor zich uit. Hier uiteindelijk
te worden thuisgekomen.

Hoe zou het zijn om mij in het buitengebied
te begeven nu ik vooralsnog niet over de
horizon van mijn kijken?

Er dient zoveel meer tussen duin
en ruigte, bloemrijk voor poƫzie en
schilderijen lyrisch deze tijd te
beschrijven.

Het verinnerlijkt tot een ongebreideld
wachten. Ik kijk en hunker een
genoeglijk later.

Maar vooralsnog de hiaten –


Elbert Gonggrijp,  Egmond aan den Hoef,  dinsdag 1 december 2015