NOMENCLATUUR Archaïsche schreden dramatiseren de jongste kat
Alle
zegen komt van boven, alles gaat ooit eens dood. Ik vond
een libelle in een zorgvuldige lade, weet weer hoe ik van haar
verstarring de mooiste plaatjes schoot.
Ook zij was
sterfelijk tot in allerlaatste uur, maar in haar
vleugels wilde nog de schijnvertoning van het nog kunnen
balanceren tot uiterste scherpte.
Dat ene
moment dat ik water tot vijver plechtig vulde werd
zij even fataal als al het andere dat aan de onontkoombare
eindigheid trachtte te ontsnappen.
Op laag water eitjes willen leggen maakt
een kat argwanend
en tot spel bereid. Hoe train ik mijn Whiskas uit mijn instinct,
hoe word ik als insluiper killer in haar Terra Incognita?
Liefste, laten wij niet meer zorgvuldig benoemen wat hier reeds
geschiedde. Dat de wereld mooi en rond is laat het van zichzelf
telkens weten en hoeft niet dunnetjesovergedaan.
Ik wil
die ander zijn die weet dat hij nadenkt, die Toon Tellegen
tackelt bij het idee dat je maakbaar bent als je jezelf tot een
steen maakt en weet dat bergbeklimmen een zware job is.
Zeker als
het niet hoeft. Dat ik regen ruik als het veld daarom
vraagt,
dat ik hoop ervaar als de eerste zon de aarde, dat een kerk anders oud
is naarmate de vraag daaromtrent altijd
onzeker.
Ik maak
foto’s vanuit mijn hoofd, dat is zeker. Maar realistischer dan de
de bestaande waarheid van list en bedrog. Laat het nooit te achterhalen
zijn waarom. Laat het telkens de mooiste vraag, Sherlock Holmes –
“ Wat
denk jij er zelf van, waarde vriend? “
Elbert Gonggrijp, Oud Overdie,“ Niemandsland “, 9 juli 2015
Witte Kerkje te Heiloo
Mijn huidige meest favoriete dichter
Het bewuste inspirerende gedicht van T.T.
Just me and my shadow
Aeshna Grandis In Memoriam
Just a prey for our joungest cat Got'çha
Just the funeral she neded...
De muziek die mij destijds heel erg raakte en waarvan het filmische karakter nu mij de mogelijkheid bood dit samen te laten met dit gedicht
In
het spaarzaam licht dat grenzen doet verweken weet ik jou. We hebben een
eerste poging tot lichaam en liefde weer tot leven gewekt. Nu worden de eerste
zinnen tot schets in kaart gebracht. Waar we al die tijd waren gebleven.
De
katten vonden in het duister hun onzichtbare vrinden ten prooi. Ze kenden
baas noch steg, maar wilden weer vertrouwd kopjes kroelen. Alsof een
vreemdeling
zich niet langer meer te gast wist wat de taal van spinnen bedoelde.
Ik
vang het licht met een sigaar en een glas rosé. Was dit genoeg stilstand om
de dag mee af te rekenen alsof mijn leven nooit anders van het pad was
afgeweken,
ik noteerde geduldig de renaissance van mijn doordachte gedachte.
Ik
wist weer van mijn hand en de pen. De wind moest nog zijn zekere richting
zoeken in een vertwijfeld anders, daar waar ik aan je raakte, daar waar wij
ooit.
Maar dat wist je al ook al went het nooit –
Als ik jou had verlaten, hoe vaak had ik je moeten zeggen dat dit liefde is,
een windvlaag in je gezicht om je dit indringend te laten herinneren, jouw natte afdruk op het veld te liggen als gras.
Waar zou je zijn als ik je voorgoed in de steek zou laten? In de droge berm tiert het onkruid weelderig van dorst, leven en dood.
Was ik ooit eender aan ons verwant, liet ik het aan die grote woorden tussen ons als waren wij het er al eerder over eens?
Afkomstig uit een eendere stof? Jij bent staketsel, er is gegraasd en verkloven. Word onze ware kern van het misverstand net zo geschreven of geloofd?
Het verwezenlijkt je, het achtervolgt je in de halmen in het gelid van hetkoren. Jij gebeurde overal, jij was waar ieder het telkens over had, maarwezenlijk de kern? Je was er al voor je bestond, mijn hand zorgvuldig door jouw haar.
Kon ik maar slapen naast jou, maar je naam, jouw Godvergeten naam -
@ Elbert Gonggrijp, Rustenburg, Hotel Restaurant " De Gouden Karper ", maandag 6 juli 2015 @ Foto's Elbert Gonggrijp, juli 2015
Bloeiende Verbena in onze tuin
Me and my shadow bij het bankje "Bestaansrecht "
in het Niemandsland in aanleg
Wat is
de eer, mijn Heer van het voornaam en pijnlijk ketsen, de taal
priemend op de tong, waarmee ik je ooit de liefde verzon
of gulzig mijn lichaam de jouwe overspoelde met een geil ja?
Het
regent dat het ervan briest en de tijd is geduldig voor het
zaad…. Er trok stof uit de stoppelvelden die ik in gedachten
vruchtbaar keek. Je was weliswaar mijn liefde, ook al bleek
het evenredig het tegenovergestelde.
Wat
water snakt knapt af, verhit onbewust de goed gemoedeerde
geest. Ook jij wil in je vrijheid samen garant je meester staan,
maar wat dan als samen als man en vrouw?
Ik naai
je schier een oor aan, ik lach de speelse specht. Heb je hem
de gaten dan weet je dat het niet aan de dennen ligt. Mieren zoeken
hun verkeer in het warrig krioelend vertier.
Ik
bedoel je hier. Wat ik van je zoek draagt zijn vruchten sowieso.
Maar het moet nog rijpen, dauwbramen voor het plukken om
te bukken, rijper dan de rest en een lust voor wie het oogt.
Zonder
doornen, maar dat vertel ik je ooit later –
Elbert
Gonggrijp, zondag 5 juli 2015,Heiloo,
na geschil
Voor mijn meest
trouwe lieve vriendin Conny Lahnstein
voor wie ik een intense bewondering heb gekregen
Naar de muziekvan Philip Glass Einstein on the beach/ Songs from liquid Days)
Hoe
resoneert mijn leven het klankgat van mijn viool? Hoe vertaalt
die poëzie mijn sierlijk F als die enige echte
juiste melodie? Wie anders kan mij horen
zeggen dat ik buiten alles
en iedereen om toch beminnelijk ben? Hoe minnenzoet
het lied dat zich steeds bezingt steeds wilder wil beginnen?
Ik
bundel mij elke snaar, weet gehoor in wederhoor.
Ik raak
diepzinnig polyfoon. Laten we het muziek noemen,
de staande
golven der volkomen harmonieën.
Wie zich
deeltje waant kan enkel haar vreugdedansje springen.
Er was
alfa, maar hoe had omega ooit een reden.
Mijn pennenvruchten haasten zich een ware benadering
van wat
zich in mijn hoofd hoort zingen,een dergelijke
mogelijke jij.
Ik zou je
van buiten willen horen zingen. Heb ik je gezegd hoe mooi
jij bent
buiten elk seizoen om, tegen elke bestaande verwelking?
Ach, mag
ik met jou het meest vergankelijke seizoen, ,
de barse
kou en de vele regen zolang ik maar met jou –
Ik bid mijzelf kracht na kruis, ik vraag
jou niet om mij, jij hebt mijn eerste woord.
Alles wat na mij zal zijn kent weer broers
en de tijd van vroeger, maar beter en teder
van verzoening.
Ik zing mijzelf voortdurend naar een betere wereld.
Alles heb ik lief, alles geeft niet zoals het is, alles is goed, zoals ik mij in jou bevestig.
Jaa toocch?!,is
geen vraag die dient beantwoord. Ik ben mijn inzet waardig
betracht mijn humor en geloof een betere bedoeling. Ik rangschik alles mooier, ik zorg de ruimte ideaal van harmonie zo knus en gezellig op orde. Zoals diegene die mij lief de dierbaarste is.
Er bestaat meer dan een
God alleen. HijSpreekt onder van geesten,
dat alles Uiteindelijk geruststellend
vredig verblijft Om mij heen. Ik zal weer
liggen waar ik Lag, maar anders in een
betere Hemel Op een Betere Aarde.
Er Dat
ik eindig als een deuntje
waar op jij inhaakt en de pijn
gl gladstrijkt naar een verdere
gli glimlach buiten het alledaagse
om -
“ Love me tender, love me true….”
(Elvis Presley just left the
building….) (Lievelingslied van Paul was " Love me tender... ") The
Ik bid mijzelf kracht na kruis, ik vraag jou niet om mij, jij hebt mijn eerste woord. Alles wat na mij zal zijn kent weer broers en de tijd van vroeger, maar beter en teder van verzoening.
Mogelijk ergens daar....
Ik zing mijzelf voortdurend naar een
betere wereld. Alles heb ik lief, alles geeft
niet zoals het is, alles is goed, zoals ik mij in
In alles zit de liefde die ik je verontschuldig.
Ik bid mijzelf kracht na kruis, ik vraag jou niet om mij, jij hebt mijn eerste woord. Alles wat na mij zal zijn kent weer broers en de tijd van vroeger, maar beter en teder van verzoening.
Mogelijk ergens daar....
Ik zing mijzelf voortdurend naar een
betere wereld. Alles heb ik lief, alles geeft
niet zoals het is, alles is goed, zoals ik mij in
jou bevestig, (mij bevestig andersom.)
(Love me tender but Paul just left the building....
In alles zit de liefde die ik je verontschuldig.
Ik bid mijzelf kracht na kruis, ik vraag jou niet om mij, jij hebt mijn eerste woord.
Alles wat na mij zal zijn kent weer broers
en de tijd van vroeger, maar beter en teder van verzoening.
Mogelijk ergens daar....
Ik zing mijzelf voortdurend naar een
betere wereld. Alles heb ik lief, alles geeft
niet zoals het is, alles is goed, zoals ik mij in
jou bevestig.
Jaa toocch?!,is
geen vraag die dient
beantwoord. Ik ben mijn inzet waardig
betracht mijn humor en geloof een betere
Identiteit is de eenheid van wezen, volkomen overeenstemming en persoonsgelijkheid. Het beeld dat iemand van zichzelf heeft wordt zelfbeeld of zelfconcept genoemd.
De vraag naar de persoonsidentiteit van iemand is een centrale vraag in de filosofie van de geest. Filosofisch verstaat men onder persoonsidentiteit de unieke numerieke identiteit van een persoon door de tijd heen. Men vraagt hier dus naar wat een persoon op twee tijdstippen tot dezelfde persoon maakt. Klassieke oplossingen bestaat eruit te wijzen naar het lichaam enerzijds en anderzijds naar een bepaalde continuïteit van de geest, zoals een continuïteit van herinneringen of bewustzijn. Klassieke filosofen die zich hiermee hebben beziggehouden, zijn John Locke en David Hume. Er is geen uitsluitend antwoord op deze vraag gevonden. De filosofie slaagt er met andere woorden niet in uit te leggen hoe het nu komt dat een persoon inderdaad op twee verschillende tijdstippen nog dezelfde persoon is. Sommige filosofen hebben dan ook geconcludeerd dat dit een onoplosbaar probleem is, anderen, zoals Derek Parfit, betogen dan weer dat zoiets als persoonsidentiteit niet belangrijk is.
Ook in de psychologie houdt men zich met dit gegeven bezig. Men stelt over het algemeen dat de persoonlijke identiteit bestaat uit drie elkaar beïnvloedende componenten, de cognitieve component waarmee zelfwaarneming kan worden toegepast, de affectieve component waarmee wordt waargenomen en gevoeld en zelfevaluatie mogelijk wordt en de conatieve
Er bestaat meer dan een God alleen. Hij.....
spreekt onder ons van geesten, dat
alles
uiteindelijk geruststellend vredig verblijft
om mij heen. Ik zal weer liggen waar ik
lag, maar anders in een betere hemel
op een betere aarde.
Dat
ik eindig als een deuntje
waarop jij inhaakt en de pijn
gladstrijkt naar een verdere
glimlach buiten het alledaagse
om -