Voor C.A.M.
Ik had je liefde toebedacht.
Een bloedverwant, een
zielsgenoot.
Nu breekt de dood de hechte
band. Ik kan geen woorden
meer verzinnen
om jouw leven te herwinnen
op een onverschillig lot.
Een God die ik niet waardig
acht.
Moet het dan beginnen, dan
maar zo: een lieflijk lied,
teder verdriet,
een laatste geluid voordat
de nacht je in haar armen
sluit.
13 maart 2011
Saturday, June 04, 2011
Nu je er niet meer bent
In memoriam C.A.M.
Merkwaardig hoe ik jou vergeet:
ik ben mijzelf weer aangegaan,
alsof ik niet meer stil kon staan.
Ik deed voorgoed mijn hart op
slot, omdat ik niet begrijpen kon
hoe iemand slechts voor korte tijd
op deze aarde leven mocht – God
mag weten waarom. Verbijsterd
door dit vreselijk lot – zo jong, zo
mooi, zo wijs – heb ik geen tranen
meer – het Is over nu, het is uit.
Moe leg ik hier mijn strijdlust neer
en vervolg mijn oude pad. Ik heb
geen tijd. Het laatste wat ik van je
heb een kaart, wat bloemen op
een graf. Het is af. Ik kom niet
meer.
23 mei 2011
Merkwaardig hoe ik jou vergeet:
ik ben mijzelf weer aangegaan,
alsof ik niet meer stil kon staan.
Ik deed voorgoed mijn hart op
slot, omdat ik niet begrijpen kon
hoe iemand slechts voor korte tijd
op deze aarde leven mocht – God
mag weten waarom. Verbijsterd
door dit vreselijk lot – zo jong, zo
mooi, zo wijs – heb ik geen tranen
meer – het Is over nu, het is uit.
Moe leg ik hier mijn strijdlust neer
en vervolg mijn oude pad. Ik heb
geen tijd. Het laatste wat ik van je
heb een kaart, wat bloemen op
een graf. Het is af. Ik kom niet
meer.
23 mei 2011
Sunday, May 01, 2011
Vocabulaire
Merelconcert 5.30 uur
In een ochtend wakker te worden –
een merel eigen – zich een lied
te verkrijgen helder als kristal,
Zacht als fluweel – tongval tot de
keel. Ik ken dit al want, ach – daar
lig je in mijn slaap, je handen op
Mijn borst – ik wil niet terug – de
droom te sterk. Herken mijn stem,
beantwoord hem zodra ik je zachtjes
Wakker maak – jou lieflijk in de ogen
kijk. Een vergelijk. Dit is het dus. Een
laatste kus voordat ik traag het bed
verlaat – de merel tegemoet…
1 mei 2011
In een ochtend wakker te worden –
een merel eigen – zich een lied
te verkrijgen helder als kristal,
Zacht als fluweel – tongval tot de
keel. Ik ken dit al want, ach – daar
lig je in mijn slaap, je handen op
Mijn borst – ik wil niet terug – de
droom te sterk. Herken mijn stem,
beantwoord hem zodra ik je zachtjes
Wakker maak – jou lieflijk in de ogen
kijk. Een vergelijk. Dit is het dus. Een
laatste kus voordat ik traag het bed
verlaat – de merel tegemoet…
1 mei 2011
Friday, April 29, 2011
De nacht in
Stilte, leeg zoals zij wacht – op de
schrijver in de nacht – letters diep
het duister in.
Geen enkele zin volmaakt van taal.
Wezenloos tot klank verdicht dat
zelfs de merel onzin zingt –
Geen melodie, elk lied gestaakt tot
hij weer ‘s ochtendvroeg ontwaakt.
Nu nog niet. Ik weet mijzelf niet
wat ik zie – tast de heldere hemel
af naar volle maan of
Sterrenbeeld – ontzaglijk dat het
nooit verveelt – zo diep voorbij
elk naakt bestaan.
Een stille wens, een groot gebaar
van eeuwige ontvankelijkheid.
Voordurend stil te zijn.
Zwijgen nietig bij elkaar – tot de
tijd herhalen gaat wat nog geen
toekomst kent – zij slaapt.
25 april 2011
schrijver in de nacht – letters diep
het duister in.
Geen enkele zin volmaakt van taal.
Wezenloos tot klank verdicht dat
zelfs de merel onzin zingt –
Geen melodie, elk lied gestaakt tot
hij weer ‘s ochtendvroeg ontwaakt.
Nu nog niet. Ik weet mijzelf niet
wat ik zie – tast de heldere hemel
af naar volle maan of
Sterrenbeeld – ontzaglijk dat het
nooit verveelt – zo diep voorbij
elk naakt bestaan.
Een stille wens, een groot gebaar
van eeuwige ontvankelijkheid.
Voordurend stil te zijn.
Zwijgen nietig bij elkaar – tot de
tijd herhalen gaat wat nog geen
toekomst kent – zij slaapt.
25 april 2011
Friday, April 15, 2011
Het uur Nu
Met woorden en gebaren
levend in een tijd waarin
wij samen kwamen,
voltrekt zich elk mogelijkheid
om de ruimte te ervaren
die zich ontvouwt bij elk
uur Nu.
Gebeurtenissen ingeklemd
tussen wat wij doen en wat
wij laten.
Hier, in elk Nu. Het uur is
ons genadig, begeeft zich
tussen grenzen. Een vroeger
en een later.
Zover wij zien en praten
het uur Nu,. in elk besef
waar wij uiteindelijk
verblijven,.
ogenblikkelijk , tot de
horizon ons welgevallig
blijkt.
4 april 2011
levend in een tijd waarin
wij samen kwamen,
voltrekt zich elk mogelijkheid
om de ruimte te ervaren
die zich ontvouwt bij elk
uur Nu.
Gebeurtenissen ingeklemd
tussen wat wij doen en wat
wij laten.
Hier, in elk Nu. Het uur is
ons genadig, begeeft zich
tussen grenzen. Een vroeger
en een later.
Zover wij zien en praten
het uur Nu,. in elk besef
waar wij uiteindelijk
verblijven,.
ogenblikkelijk , tot de
horizon ons welgevallig
blijkt.
4 april 2011
Le mort(Sweet magnolia)
In memoriam C.A.M.
(KNNV excursie Alkmaarderhout)
In zwanenzang en bloesemwit,
langs kerkhofpad in zielepijn,
vind ik mijn geliefde terug.
Geen tegenspraak, zij is de
dood, uit mijn armen
weggerukt, in haar
tulpen o zo fijn dat
tederheid haar doel
moet zijn.
De hemel blauw. Ik pleeg
een kus. Dit is het dus: een
afscheid in haar rein gelaat.
Voor hoe lang dat is de
vraag, voordat ook zij hier
sterven gaat.
De blaadjes een voor een…
7 april 2011
(KNNV excursie Alkmaarderhout)
In zwanenzang en bloesemwit,
langs kerkhofpad in zielepijn,
vind ik mijn geliefde terug.
Geen tegenspraak, zij is de
dood, uit mijn armen
weggerukt, in haar
tulpen o zo fijn dat
tederheid haar doel
moet zijn.
De hemel blauw. Ik pleeg
een kus. Dit is het dus: een
afscheid in haar rein gelaat.
Voor hoe lang dat is de
vraag, voordat ook zij hier
sterven gaat.
De blaadjes een voor een…
7 april 2011
Friday, March 11, 2011
Zaaigoed
In het strooien vindt het
woord goede grond.
Vruchtbaar, in diepe voren,
kiemt het tot een gouden
zomer.
Welstand, in wuivend graan
geboren. Wiegenkind van
de wind.
Tot het oogst en zaaier vindt.
De hand trefzeker als ooit
tevoren…
7 maart 2011
woord goede grond.
Vruchtbaar, in diepe voren,
kiemt het tot een gouden
zomer.
Welstand, in wuivend graan
geboren. Wiegenkind van
de wind.
Tot het oogst en zaaier vindt.
De hand trefzeker als ooit
tevoren…
7 maart 2011
Limosa Limosa
GRUTTO)
Een klaagzang, een diep verwijt,
maar zo feestelijk ingeleid dat
ik er haast van zingen zou;
zoals hij zwenkt en ons zijn
schone roeping schenkt.
Een naam in balts sterk
uitvergroot.
God gedankt voor al dit
wachten zoals hij nu hier
binnentreedt.
Een weidevogel heel concreet.
Ik zwijg. Het leven is weer
rond.
11 maart 2011
Een klaagzang, een diep verwijt,
maar zo feestelijk ingeleid dat
ik er haast van zingen zou;
zoals hij zwenkt en ons zijn
schone roeping schenkt.
Een naam in balts sterk
uitvergroot.
God gedankt voor al dit
wachten zoals hij nu hier
binnentreedt.
Een weidevogel heel concreet.
Ik zwijg. Het leven is weer
rond.
11 maart 2011
Thursday, February 17, 2011
Bijna
De tijd niet daar dat zij
al jubelt, van een echte
lente zingt.
Winter zoekt zijn laatste
sporen, wiegt de koude
oostenwind.
Nog niets hier uit zijn as
herrezen, elk lied nog in
de dood geboren,
voordat zij hier extatisch
klinkt. Vogels nog heel
ingetogen.
Het moet dan maar: een
bijna voorjaar, hemelsblauw
en zachte bomen,
kaal nog in hun oude
kruinen. Weldra komt
de vreugde daar
in een blijmoedig
Godsgebaar. Wij komen
thuis waarin wij wonen.
Mother Nature, vensters
open, voor al diegeen die
zich verbaast.
16 februari 2011
al jubelt, van een echte
lente zingt.
Winter zoekt zijn laatste
sporen, wiegt de koude
oostenwind.
Nog niets hier uit zijn as
herrezen, elk lied nog in
de dood geboren,
voordat zij hier extatisch
klinkt. Vogels nog heel
ingetogen.
Het moet dan maar: een
bijna voorjaar, hemelsblauw
en zachte bomen,
kaal nog in hun oude
kruinen. Weldra komt
de vreugde daar
in een blijmoedig
Godsgebaar. Wij komen
thuis waarin wij wonen.
Mother Nature, vensters
open, voor al diegeen die
zich verbaast.
16 februari 2011
Monday, February 14, 2011
Afsluitdijk
Kon water praten, het zou
nog net zo, altijd koetjes en
kalfjes, zoals vandaag nog…
De zon scheen, maar met
dat voorzichtige, twijfelen
tussen blij of verlegen.
Mogelijk de eenden, als
ze durfden, als het hun
tijd was, heel tevreden,
heel aanwezig.
Maar niets gebeurt er. De
wind is laf en het is koud
zonder aarzelen.
De dijk is lang. Het heeft
uitzicht nodig om zijn
standpunt te
openbaren.
29 januari 2011
nog net zo, altijd koetjes en
kalfjes, zoals vandaag nog…
De zon scheen, maar met
dat voorzichtige, twijfelen
tussen blij of verlegen.
Mogelijk de eenden, als
ze durfden, als het hun
tijd was, heel tevreden,
heel aanwezig.
Maar niets gebeurt er. De
wind is laf en het is koud
zonder aarzelen.
De dijk is lang. Het heeft
uitzicht nodig om zijn
standpunt te
openbaren.
29 januari 2011
As it is
Ik had niet in de
gaten hoe eenzaam
kijken kan zijn,
hoe nalatig het
tasten. Wat ik vast
en zeker weet
is dat ik alles zal
vergeten op het
einde, als ik verga.
Daar dan het mijne
van denken zolang
ik nog besta.
21 december 2010
gaten hoe eenzaam
kijken kan zijn,
hoe nalatig het
tasten. Wat ik vast
en zeker weet
is dat ik alles zal
vergeten op het
einde, als ik verga.
Daar dan het mijne
van denken zolang
ik nog besta.
21 december 2010
Nu of nooit
Ik herhaal je. Voorzichtige
woorden die het nu bepalen,
leven leidend eindeloos.
Ik kan niet zien waar ik
vandaan kom. Het vergeet
zich zodra ik achterom kijk.
Vooruitziend moet ik nog
gebeuren. Dus een enkel
ogenblik:
hier begint, zelfs als ik
er niet bij stilsta,
beweging.
In een oogopslag. Altijd.
Nu of nooit…
11 februari 2011
woorden die het nu bepalen,
leven leidend eindeloos.
Ik kan niet zien waar ik
vandaan kom. Het vergeet
zich zodra ik achterom kijk.
Vooruitziend moet ik nog
gebeuren. Dus een enkel
ogenblik:
hier begint, zelfs als ik
er niet bij stilsta,
beweging.
In een oogopslag. Altijd.
Nu of nooit…
11 februari 2011
Friday, February 11, 2011
Palet
Het licht verstilt de bomenrij,
de horizon, het dromenrijk dat
mijn verbeelding spreken doet.
De lucht staat in zo’n zachte
gloed, dat ik een schildershand
vermoed.
Met zachte kwast een aquarel,
een kunstzinnig lijnenspel. Ik
ontwaar het meesterschap.
De bomen kennen geen verweer.
De kleuren hebben overhand.
Voorzichtig nog.
Nog niets in knop. Hoe omschrijf
je dit, dit nieuw geluid? Niets dat
hier vele kansen biedt, in dit oude
duingebied. Het zal, als warmte
schuilplaats krijgt. Maar nu
nog niet, nog niet…
9 februari 2011
de horizon, het dromenrijk dat
mijn verbeelding spreken doet.
De lucht staat in zo’n zachte
gloed, dat ik een schildershand
vermoed.
Met zachte kwast een aquarel,
een kunstzinnig lijnenspel. Ik
ontwaar het meesterschap.
De bomen kennen geen verweer.
De kleuren hebben overhand.
Voorzichtig nog.
Nog niets in knop. Hoe omschrijf
je dit, dit nieuw geluid? Niets dat
hier vele kansen biedt, in dit oude
duingebied. Het zal, als warmte
schuilplaats krijgt. Maar nu
nog niet, nog niet…
9 februari 2011
Friday, November 26, 2010
Om de stilte heen
Als je het niet wist, als je
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:
laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.
Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.
Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.
Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.
Elbert Gonggrijp, 26 november 2010
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:
laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.
Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.
Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.
Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.
Elbert Gonggrijp, 26 november 2010
Drentsche Aa
Daar is het weer,
dat gevoel van traagheid,
de wereld gaat je
voorbij en de tijd
bestaat uit water.
Hoe ver kom je en zou
je willen zijn?
Gedachteloos landschap
en paarden die niet
van onze zijden zouden
wijken.
Kijken zonder uitzicht
op beter.
Het is er en het blijft:
zwijgen als een open
boek, waarvan het leeslint
ons een halt toeroept.
Juli 2005
dat gevoel van traagheid,
de wereld gaat je
voorbij en de tijd
bestaat uit water.
Hoe ver kom je en zou
je willen zijn?
Gedachteloos landschap
en paarden die niet
van onze zijden zouden
wijken.
Kijken zonder uitzicht
op beter.
Het is er en het blijft:
zwijgen als een open
boek, waarvan het leeslint
ons een halt toeroept.
Juli 2005
Paradijs
Zo te worden: bomen, waaraan niet
te ontkomen, licht dat fluistert dat
zij hier daadwerkelijk bestaan.
Hoe alleen verrijzen zij: van blad af
aan laat niets van zich spreken, valt
het zoals het zal blijven vallen, zoals
stilte in een achtertuin: dat wij er zijn
en niets vermoeden dan dat alleen, heel
simpel, heel eenvoudig.
Er is een duif opgelaten boven de stad,
zo vredig, zo kalm. Schijn bedriegt, dacht
ik. Maar alles wat je zei was waar.
Ik kon er geen touw aan vastknopen. Ik
moet al die tijd gelukkig zijn geweest, niet
weten waarom en waarvoor.
Mei 2005
te ontkomen, licht dat fluistert dat
zij hier daadwerkelijk bestaan.
Hoe alleen verrijzen zij: van blad af
aan laat niets van zich spreken, valt
het zoals het zal blijven vallen, zoals
stilte in een achtertuin: dat wij er zijn
en niets vermoeden dan dat alleen, heel
simpel, heel eenvoudig.
Er is een duif opgelaten boven de stad,
zo vredig, zo kalm. Schijn bedriegt, dacht
ik. Maar alles wat je zei was waar.
Ik kon er geen touw aan vastknopen. Ik
moet al die tijd gelukkig zijn geweest, niet
weten waarom en waarvoor.
Mei 2005
Thursday, November 25, 2010
Geduldig geduld
Tot de koeien op stal gaan, is
elk wachten nog onbeperkt,
aarzeling, vormeloos.
Zolang de kieviten niet op trek
zijn, duurt er een zomer, korten
geen dagen, is er de tijd van
het oogsten.
Zolang de bomen nog groen zijn,
stellen zij geen daden, verkleuren
zij nog niet op gebod.
Het is aan God om de stilstand
op te heffen, de oorlog te laten
uitbreken van de vrede.
Totdat het herfst, avond,
woord wordt.
Elbert Gonggrijp, Meppel, 23 augustus 2009
elk wachten nog onbeperkt,
aarzeling, vormeloos.
Zolang de kieviten niet op trek
zijn, duurt er een zomer, korten
geen dagen, is er de tijd van
het oogsten.
Zolang de bomen nog groen zijn,
stellen zij geen daden, verkleuren
zij nog niet op gebod.
Het is aan God om de stilstand
op te heffen, de oorlog te laten
uitbreken van de vrede.
Totdat het herfst, avond,
woord wordt.
Elbert Gonggrijp, Meppel, 23 augustus 2009
Wednesday, November 24, 2010
Pettemerpolder
De doodse sloten. Mijzelf als
plek verlatend. Kronkelend
naar witte woorden.
Wat zal ik heten? Ik jaag gure
gedachten na, telt de eenden en
de ganzen.
Een stille overpeinzing. Gebogen
gras te vreten, in het weidse te
overleven.
Van kwaad tot erger. Niets te
delen dan koning Winter. Niets
beseffend dan zware klei.
Onderhuids in elk ogenblik te
verdwijnen. Sneeuwblind
en star in elke aarzeling.
Te vallen in ongenade. Niet
om de tranen, maar om de
straffe wind…
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 18 januari 2010
plek verlatend. Kronkelend
naar witte woorden.
Wat zal ik heten? Ik jaag gure
gedachten na, telt de eenden en
de ganzen.
Een stille overpeinzing. Gebogen
gras te vreten, in het weidse te
overleven.
Van kwaad tot erger. Niets te
delen dan koning Winter. Niets
beseffend dan zware klei.
Onderhuids in elk ogenblik te
verdwijnen. Sneeuwblind
en star in elke aarzeling.
Te vallen in ongenade. Niet
om de tranen, maar om de
straffe wind…
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 18 januari 2010
Saturday, November 06, 2010
Broer konijn
Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoicijnce duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clue,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Elbert Gonggrijp, 15 januari 2009
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoicijnce duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clue,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Elbert Gonggrijp, 15 januari 2009
Winterlicht
Naar schilderij Jan Mankes
Bedwelmende bomen. Zij
dromen zich grijs in de
winterse loomte.
Ik ben als sneeuw,
ontvankelijk voor haar
woorden. Zij is de
stilte die ik in
mij meedraag.
Ik nestel in dit
landschap, vervloei
met haar onooglijke
leegte.
Het is een verhaal dat
nog af moet, een vraag
die zich uitstelt tot
ik haar beantwoord.
Het is de weemoed die ik
koester, in al zijn
onscherpte, in al
zijn verte.
Elbert Gonggrijp, 9 juni 2009
Bedwelmende bomen. Zij
dromen zich grijs in de
winterse loomte.
Ik ben als sneeuw,
ontvankelijk voor haar
woorden. Zij is de
stilte die ik in
mij meedraag.
Ik nestel in dit
landschap, vervloei
met haar onooglijke
leegte.
Het is een verhaal dat
nog af moet, een vraag
die zich uitstelt tot
ik haar beantwoord.
Het is de weemoed die ik
koester, in al zijn
onscherpte, in al
zijn verte.
Elbert Gonggrijp, 9 juni 2009
Subscribe to:
Posts (Atom)