Saturday, September 22, 2012

Om de stilte heen



Als je het niet wist, als je
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:

laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.

Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.

Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.

Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.


Water and dust

Water and dust
Muziek Antony and the Johnsons


Dan gaat het zo: water te worden,
dorstlessend water, stof te zijn, droog
stof, in elk atoom, in al het herhalen.

Als wij koud zijn, water en stof, zal
het ons vergaan en niets te denken
geven dan wat er overblijft.

Niets te weten of te horen of dode
dingen tot geluk kunnen behoren,
levend, zonder zorgen.

Wat er overblijft: iets in de tijd, iets
van zijn vorm, tot het zich loslaat,
tot ik vergeet.

Ik zal het geduld zijn dat ik besta.





Tuesday, September 18, 2012

Decorum



De tijd vertraagt, de dag doet
erg voorzichtig. Er komt een
herfst aan, rijp en roestig
van geduld.

Alles aan een zijden draad.
Spinrag van huiver en angst.
Ik moet aan elk triest voorval
wennen.

Oppervlakkig land vergeet zijn
rijkelijke oogst, zal van voor
af aan beginnen. Het zaaien
mist een node hand.

Beslagen nu de dromen van een
verhitte zomer. Oude vingers
vormen dikke tranen. Druppels
langs verlopen namen.

Dreigende wolken spannen samen.
Regenschermen die het land
verwerven. Dit wordt mijn
thuis, nat tot op de huid.

Het gepopel aan de ganzen.


12 tot en met 18 september 2012

Monday, September 10, 2012

(Geen titel)

Voeten willen altijd anders.
De vloedlijn wemelt ervan.
September heeft haast.

Nu de laatste zonnestralen.
Branden doet bakken.
Als verlamd.

Op de uitkijk blijf ik wakker.
Schelpen geven geen repliek.
Het zandkasteel houdt stand.

De dag verdampt. Mensen
weten van zichzelf, gekend
of ongekend.

Wie thuiskomt zal de zon
vergeten tot de zon hem
terugverlangt.


Egmond aan Zee, 9 september 2012

Friday, September 07, 2012

Nanacht

Verloren liefde

Geen lijf, geen liefde. Wakker worden heeft
een ziel van leegte. Van alle woorden word
ik bang.

De sterren staan te vergaan. Een stille maan
heeft te verbleken. Er is geen omkijken naar.
Een schamper vergeten.

Hoe oud moeten wij nu verder gaan. De vroegste
vrede zo tergend langzaam dat het bed ons
dreigt te verlaten.

De nanacht heeft er oren naar. Wat wij ons
ervan inprenten maakt dromen overbodig.
Handen tastend naar onmacht.

Zo wil ik niet verdwijnen. De ordeloze lichtheid
van een ongewenste morgen. Het is te snel
en hopeloos te leven.

Geef mij dus even. Ik ben aan ons afscheid zo
gehecht. Als het het laatste zal zijn, is elk
wachten geslecht.


7 september 2012

Sunday, August 19, 2012

Wat ontbrak



Van het pad geweken, in het duister
omgezien – het konijn voortvluchtig
voor onze voeten, de merel verstoken
van zijn zang.

Alarm – wat zich niet laat zoeken moet
dus wel verborgen zijn – op zijn hoede
– wat zij veinzen heeft geen groots
alibi.

Wat heeft tijd – de bomen weten van
geen antwoord – er wil geen weg terug
– ouder, triester – elk seizoen weer
anders.

Jou te zien vluchtig als vogels – buizerds
verdwijnend op thermiek – lome cirkels
in een hete hoogzomer.

Het papier kan weg – zodra het zwijgt wil
geen letter blijven – inkt vloeibaar tot
de regen.

Ik moet verder.


20 augustus 2012


Sadness


Mooi is ze, koningin van een
zomer, maar wat zegt het.
Luchtig draagt ze haar woorden,
maar wanhopig en wit.

Een verbazend warme augustus,
zich verkoelend aan de wind
die zachtjes fluistert in mijn
oren.

“ Het is je tijd nog niet. “. Jij ritselt
tussen mijn gedachten. Het wordt
oud voordat je ze leest.

Koeien grazen de gretige dag, het
landschap slaapt vredig in. De
zwaluwen willen haast.

Ingehouden het afscheid dat ik
voor je schreef. Ik zou naar meer
moeten verlangen.

Niets zo trefzeker als die stilte.




19 augustus 2012

Monday, August 06, 2012

Wat ik vond

Strandexcursie KNNV Petten


Er is geen detail gelijk – een schelp, een krabbenhuid – en
maar zoeken, met handen in het zand – stenen om te
keren – als kinderen, de emmers vol garnalen – even
verbaasd, even gretig.

Waar is de tijd? Soms heeft het jaren, soms verdwijnt zij
bij het benaderen – wieren kwetsbaar woelend in het water,
kwallen doelloos tot de dood – de namen brak van klank,
de kennis vervagend tot een vraag.

Wat ik vind slaat boeken open – achteraf. Waar ik kijk kent
houvast het bewijs – aanspoelsel aan de kantlijn van mijn
dromen – nog altijd – eb en vloed te samen. Het jutten
dat een kleinood loont.

Elke voetstap tot vondst vertraagd – grip te houden op
vandaag – nooit meer om te zien en terug te keren – te
beamen of te verwerpen – tot de zee, de onmetelijke
zee.

Mij te noemen bij de letters van dit ritme – golf in, golf
uit. Wat ik zocht zal ik steeds leren – te kruipen diep mijn
adem in. Bloed zilt sidderend door mijn aderen – tot het
land langzaam bewegen.

Luttel relict van ouder leven – wat naruist doet zijn inspraak
in de wind – het oor tot klank verbogen. Als je goed
luistert kun je mijn stem hierin horen.
Schelp tot de allerlaatste keer.


6 augustus 2012

Sunday, July 15, 2012

Vooruitzicht

In memoriam Rutger Kopland


Er is geen oponthoud. In
alles ouder wil geen wereld
stil gaan staan.

Maar uitzicht kent uitzicht en
heeft geen namen. Zelfs toen
je was weggegaan.

Denken is vooruitzien.
Het herinnert zich, vroeger
of later.

Wij lezen de grondtoon van jouw
zwijgen. Een mens, verborgen
in de kantlijn.

Hier op te houden. De deur dicht,
de sleutel gebroken. De dichter los
van de toekomst van zijn dromen.

Het uitzicht blijft.


15 juli 2012

Wie ik was

In memoriam Rutger Kopland


Beseffen tot ik het weer wist, de deuren
altijd open. Naar buiten kijkend totdat
ik je niet langer zag.

Er is geen God zo groot dat het zich
meer verlangde: een beek geklemd
tussen haar oevers.

Wat ik wil zeggen legt zich niet vast.
Wie van zichzelf zwijgt, herinnert zich
geen ander.

Mooier is er niet. De stilte dicht. Wat
hierna komt kent geen woorden. De
toon gezet.

Er is geen afscheid. De tuin zal zichzelf
nooit verlaten en de merel zingt zijn lied.
Hoe het zal zijn kent weinig heimwee.

Wat blijft is een lege plek.


15 juli 2012

Thursday, July 12, 2012

Niche

Bankje Park van Luna


De bomen leren zwijgen en riet kent
ruis. Hoe nauw luistert het water naar
de schittering van haar golven?

Jij kent mij amper. Ik geef niet thuis. Er
is een kind voor nodig om tot mijzelf
te komen.

Als ik opkijk is wie ik liefheb voorgoed
verdwenen. Ik kan liggen waar ik was,
voor de wereld alsmaar dover.

Heb ik voor mijzelf gekozen? Een
verloren zoon geboren tot het schier
onmogelijke?

Wat ik weet ruikt naar beloftevolle
ochtenden, een moeder met een
blanke huid en open armen.

Zij lacht. Waar zij ontspringt, heeft de tijd
haar seizoenen, kan ik nooit de laatste zijn.
Waar ik stop, ben jij ooit begonnen.

Zal ik blijven of alsnog opstaan? Wie mij
loslaat kent weinig heimwee. Ik orden
mijn gedachten tot mijn laatste leeftijd.


30 juni tot en met 12 juli 2012

Monday, July 09, 2012

PAUZE

PAUZE

Ter nagedachtenis Hans Faverey


Zo ledigt een glas niet zichzelf,
valt een steen niet over zijn
zwaartepunt.

Water, reikend tot de mond,
handen tastend naar houvast,
wachten nog op mij.

Iets moet vaart krijgen, aanvangen,
voordat het stuk valt, de grond
raakt, weg stroomt.

Het herhaalt zich, krijgt gestalte, om
aan te vangen, steeds opnieuw
en opnieuw.


Gedichten 2005-2011



Distance and time


Naar song Fink

Als de tijd komt, als wij aarzelen
om elkaar te ontmoeten of
tegemoet te komen,

als tijd nog rijpen moet om
roos te zijn, vlinder, of iets
tussen elke vorm van liefde in,

laat ons dan zijn waar we voor
gekomen waren, laat ons tijd
zelve zijn en rijpen,

de klok stil te zetten en verder
te gaan waar wij ooit gebleven
waren, in het volle licht,

bij het vallen van de avond.


Gedichten 2005-2011



In duizend zoete armen

Etty Hillesum


Wie ben ik dan, als ik over liefde
zwijg, wie ben jij dan? Er
wordt tederheid verwacht.

Er worden mij duizend zoete
armen toegedacht. Wat bracht
jou tot mij samen?

Kennen ogen hetzelfde doel?
In het kijken het tederste te
beleven, wat wij van

elkaar verstaan? Liefste, in
de holte van de nacht kent
stilte vele talen.

Er is geen ontwaken aan. In
duizend zoete armen
moeten wij ons

verwarmen. Los, samen, in
en uit elkaar. Geef ons de
genade. In duizend

zoete armen wil ik wonen.


Gedichten 2005-2011

Thursday, June 21, 2012

Weelde

Opdracht subgroep Schrijvenswaard “ Bloementuin “


In al het kijken neigt het bewonderingwaardig
cliche – bloemen, gerangschikt naar eigen
aard willen voortaan weelderig lijken.

Waar verblijft de tijd? Vergankelijkheid kent
haar seizoenen – in een enkel jaar kunnen
kleuren pracht en praal bepalen.

Tot in het vergaan. Wat steeds blijft wil altijd
anders, bloei en groei gelijk. De insecten
schrikken er van.

Ik verken vertrouwd mijn paden. Wat mij
aangaat kent mijn richting, de geuren
achterna.

Als ik omzie is het te laat. Het moet nog een hete
zomer worden om mij alsnog te ontmoedigen. De
tuin heeft haar omtrek nog niet verlaten.

Wij noemen dit ervaring.


21 juni 2012

Tuesday, June 12, 2012

Wissels

Opdracht Schrijvenswaard


Wij rakend aan een tijd die ons voorbij
raast. Het tegenovergestelde verwachten
– een wederzijds begroeten, een trein die
met elk gesprek verder gaat.

Niets ervan is waar. Over en weer vindt een
elders plaats. Een afstand die zich niet laat
bedwingen. Elke seconde er een te veel.

Als je op kijkt blijkt alles net zo goed
voorbij. Zonet nog de wissels. Wat wij van
elkaar wisten zal zich niet meer herhalen.

Elk herkennen op dood spoor gezet. Waar
ik je zag zitten een lege plek – treinen
die strak op schema gaan. Denken niet wetend
wat passeerde.

Vragen even nutteloos als beantwoord.
Wie ons tegenkomt kent louter toeval.


12 juni 2012

Monday, June 11, 2012

Toestand


Opdracht subgroep Schrijvenswaard


Mijn kijken is degelijk waar. Het fietsen
verbreedt mijn horizon tot een niet te
onderschatten verte.

Ik ben zo hier als ik nu ga. De weiden zijn
van vroeger tijden en de vogels blijven
zelfverzekerd.

Waarom zou ik nu lijden? Niets dat op
rampspoed lijkt hoe waarschijnlijk ik
het ook mag vermoeden.

Het uitzicht mag nog even en de zon heeft
geen haast. Wat ik wil vertoont haar
glorieuze toekomst.

Het hoge gras wuift zijn speelse streken, de
grutto blèrt zijn felle heden. Paniek om
schurkenstreken.

Als ik afstap is het volop zomer. De gedachte
niet meer voor of achteruit te branden. Waar
ik mij bevind volledig om het even.

Het brood het brood en het water smaakt naar
water. Het is tijd voor de rust om volledig
te gaan zwijgen.


11 juni 2012

Tuesday, June 05, 2012

Buiten beeld

Documentaire over dichteres Judith Herzberg


Laat wat zich aan mij afspeelt slechts visie zijn. Het
diafragma niet vervuild door de nieuwsgierige
blikken van wie mij weten wil.

Geen spullen die ik achteloos met mij meedraag.
Een decor van horen zeggen, een vermoeden van
mijn karakter.

Wie mij toeschouwt, staart zich blind op niet
toedoende zaken. Buiten mij is een wereld die
mij hongerig ontkent.

Zo wil niet leven, zo zal ik niet schrijven. Afstand noopt
taal tot tekens te bewaren. Zonder opsmuk, zonder
tranen. Wie ze leest, kent de strekking.

Kleine, tot in de details. Uit mijn denken moet ik straks
blijken. Wie ik zo ben leert mij de tijd. Hoe men mij
aantreft volstrekt onbelangrijk.

Genadeloos de hand die mij leidt.


6 juni 2012

Tuesday, May 29, 2012

Constante



Wat van tijd weet, houdt het midden
tussen geboren worden en gedoemd
te moeten sterven.

Ik zal mijzelf aanwezig zijn. Als ik
opkijk wil een vlinder wijken, kan
de kastanje uitgebloeid blijken.

Maar al het veranderlijke kent een
constante. Het wil van origine
zijn vaste plaats bepalen.

Tot herinnering aan toe. Als ik
opkijk ben ik wat ik van mijzelf
ken al lang vergeten.

Wie is wie? Geen ontsnappen aan.
Het benoemt steeds wat voor zichzelf
heeft gekozen:

Een reis zover het letters schrijft - de
een voor de ander.


28 mei 2012


Tuesday, May 22, 2012

Officieel

De eerste officiële zomerdag


Er kan weer zomer. Onzin kraamt weer
streken uit van houden van en hoop
van zegen.

De vogels hebben haast hun repertoire
te declameren, nest en drang tegemoet.
Ongewis wat rest van al dit beweren.

Is het niet te vroeg? Hebben wij verzonnen
wat nog niet ter sprake kwam? Als ik naar
je omkijk begint het voorzichtig zoeken.

Nu is het dan nu zover. Voordat wij het beseffen
zijn wij in elkaar verstrengeld. Er is een kijken
dat geen weerstand biedt.

Bloot en vrij de gedachte aan warmte. Elk
ander geeft weer een beter perspectief. Te
groeten of om mee te praten.

Waar dit eindigt weet niemand. De zon zal
het ons leren om niet al te voorbarig te zijn…


22 mei 2012