De geschiedenis ener amaryllis
Wat zij wil – een stil verlangen dat in
de bol verborgen is – dreiging om
te gaan hangen in een hopeloos
Evenwicht – bloei en blad te samen
– warmte voor het groeien uit – de
spruit niet klaar voor het gewicht –
Gevangen in het tegenlicht – bloesem
nog te raden – kleuren rood of helder
wit – de tijd kent zo zijn vragen.
De voorkeur kent mijn liefde niet – zij is
mij om het even – des te meer de dagen
dat hoe zij zal ontwaken – rechtop te
staan, te wijken of te breken –
In het verschiet….
13 januari 2012
Thursday, January 12, 2012
Wednesday, January 11, 2012
Verzonken boom
Hier wil straks een winter wonen
– contouren van zijn kale kroon
– paarsig licht breed uitgemeten.
Hij staat nooit stil – hij heeft
herinnering tot doel – van horizon
tot roze verten – blauwe sneeuw tot
aan de voet.
Zo zal hij straks mij kleur bekennen
– ’s ochtends, ’s middags tot de nacht
– dan de dood van elk heden.
Doorschemerd tot een klaar gedicht – de
stam verankerd als een man – die ik ooit
ontmoeten wou.
Een zacht gezicht, een fluistertaal zo met
zichzelf in evenwicht dat ik hem graag
gedenken zal.
Een oude boom, in zich verzonken een
pronkstuk statig aan het plein – kon ik zo
gelukkig zijn?
Dan gelijk mijn hart en ziel, verbreid tot
hemelsbrede takken, vallen woorden mij
ten deel.
Een mijmering, totdat ik ga, het woelig
leven achterna.
12 januari 2012
– contouren van zijn kale kroon
– paarsig licht breed uitgemeten.
Hij staat nooit stil – hij heeft
herinnering tot doel – van horizon
tot roze verten – blauwe sneeuw tot
aan de voet.
Zo zal hij straks mij kleur bekennen
– ’s ochtends, ’s middags tot de nacht
– dan de dood van elk heden.
Doorschemerd tot een klaar gedicht – de
stam verankerd als een man – die ik ooit
ontmoeten wou.
Een zacht gezicht, een fluistertaal zo met
zichzelf in evenwicht dat ik hem graag
gedenken zal.
Een oude boom, in zich verzonken een
pronkstuk statig aan het plein – kon ik zo
gelukkig zijn?
Dan gelijk mijn hart en ziel, verbreid tot
hemelsbrede takken, vallen woorden mij
ten deel.
Een mijmering, totdat ik ga, het woelig
leven achterna.
12 januari 2012
Hazelaar
Dat ik van je hield was waar – voor
even maar. Iel, bescheiden, met dat
lichtzinnige van onverholen
blijdschap.
Als alles nog mag en niets moet.
Vluchtig als een aarzelende groet
– katjes in het verschiet, tierig
waaiend in de wind.
Dat zij van zichzelf kind zal zijn,
uitgelaten in haar bestaan totdat de
tijd het welletjes vindt. Het geel
verwaterd.
Bruin, een naam verdord dat het straks
een hazelnoot wordt – een gave Gods.
Maar nu nog even speels in het kaal
struweel tot de zomer haar feest
verstoord.
Dat - het teken van een eerste leven
in maart – vermaard.
11 januari 2012
even maar. Iel, bescheiden, met dat
lichtzinnige van onverholen
blijdschap.
Als alles nog mag en niets moet.
Vluchtig als een aarzelende groet
– katjes in het verschiet, tierig
waaiend in de wind.
Dat zij van zichzelf kind zal zijn,
uitgelaten in haar bestaan totdat de
tijd het welletjes vindt. Het geel
verwaterd.
Bruin, een naam verdord dat het straks
een hazelnoot wordt – een gave Gods.
Maar nu nog even speels in het kaal
struweel tot de zomer haar feest
verstoord.
Dat - het teken van een eerste leven
in maart – vermaard.
11 januari 2012
Monday, January 09, 2012
Zoekgeraakt
Uitgewerkte notitie voicerecorder
Ach, word ik een groot dichter? Laat mij
dan witregels zwijgen en ik breng er
bloesems voor terug.
Een verloren gewaand afscheid krijgt
tranen, woorden dobberen op golven
van volmaakte poezie.
Laten wij niet handelen, maar kijken.
Hoe de hand zichzelf uitvindt, ik deze
brief lees om te zeggen wat jij denkt
en ik straks weer vergeet.
De koffie koud bij die gedachte.
9 januari 2012
Ach, word ik een groot dichter? Laat mij
dan witregels zwijgen en ik breng er
bloesems voor terug.
Een verloren gewaand afscheid krijgt
tranen, woorden dobberen op golven
van volmaakte poezie.
Laten wij niet handelen, maar kijken.
Hoe de hand zichzelf uitvindt, ik deze
brief lees om te zeggen wat jij denkt
en ik straks weer vergeet.
De koffie koud bij die gedachte.
9 januari 2012
Dichterlijke vrijheid
Uitgewerkte notitie voicerecorder
Maar oud en vaal zijn letters, geven geen
rekest. Ik weet niet wat ik met je aanmoet.
Wist ik ooit de klinkers uit jouw mond?
Verstond ik daarin jouw aubade?
Nachtegaal ben jij, boodschapper van
zoetgevooisde gedachten die tijdelijk
weerklonken in de duinen.
Waar las ik jou,waar woon jij dan?
Ik hoorde je en herhaalde je oneindig.
Bode uit oude tijden, zoals het zich
gewonnen gaf.
Geboren en getogen, tot de dood jouw
roem verbrak. Hier ben je dan. Beduimeld,
in archieven weggeschreven. Als ik je
lees, kom jij tot leven en zing jij
weer, weergaloze dichter. Het is af. De
sterren staren doelloos in het duister.
Jij moet gaan zitten waar jij zat, door
dichte struiken opgeluisterd.
Zo zoek ik jou, in naam en in tijd. Het is
af. Zing gerust. De nacht heeft jouw stem
gestolen voor de nacht, voor heel even.
Rust zacht. Ik zal op je wachten…
8 januari 2012
Maar oud en vaal zijn letters, geven geen
rekest. Ik weet niet wat ik met je aanmoet.
Wist ik ooit de klinkers uit jouw mond?
Verstond ik daarin jouw aubade?
Nachtegaal ben jij, boodschapper van
zoetgevooisde gedachten die tijdelijk
weerklonken in de duinen.
Waar las ik jou,waar woon jij dan?
Ik hoorde je en herhaalde je oneindig.
Bode uit oude tijden, zoals het zich
gewonnen gaf.
Geboren en getogen, tot de dood jouw
roem verbrak. Hier ben je dan. Beduimeld,
in archieven weggeschreven. Als ik je
lees, kom jij tot leven en zing jij
weer, weergaloze dichter. Het is af. De
sterren staren doelloos in het duister.
Jij moet gaan zitten waar jij zat, door
dichte struiken opgeluisterd.
Zo zoek ik jou, in naam en in tijd. Het is
af. Zing gerust. De nacht heeft jouw stem
gestolen voor de nacht, voor heel even.
Rust zacht. Ik zal op je wachten…
8 januari 2012
Tot het verdwijnt
Bij zware storm
Een vogel door de storm
bewogen wanneer het
elke reden mist –
Een gedicht dwarrelend van
straffe woorden – in een
herfstig perspectief –
Voortgejaagd, te vliegen
en te dalen, licht en
vooruitstrevend –
Opgaand in het groter
geheel van vluchtige
wolken –
Uit zicht.
5 januari 2012
Een vogel door de storm
bewogen wanneer het
elke reden mist –
Een gedicht dwarrelend van
straffe woorden – in een
herfstig perspectief –
Voortgejaagd, te vliegen
en te dalen, licht en
vooruitstrevend –
Opgaand in het groter
geheel van vluchtige
wolken –
Uit zicht.
5 januari 2012
Reis
Naar M.Vasalis
Zo kan het zijn: jij legt jouw
hoofd op mijn schouder en
zegt: ooit wordt het hier
begonnen.
Vrede, kalmte, welkome
dromen – tijd om na te
denken, om te overpeinzen.
Een reis door het landschap
van de woorden: alles gaat
voorbij en de verte kent haar
toekomst.
Jouw hand in de mijne.
Nauwelijks verbaasd zie ik
mijn kansen. Liefde kent
geen haast.
Zo zal het zijn: wij verloren
in de reikwijdte van die
stilte.
De bus rijdt.
9 januari 2012
Zo kan het zijn: jij legt jouw
hoofd op mijn schouder en
zegt: ooit wordt het hier
begonnen.
Vrede, kalmte, welkome
dromen – tijd om na te
denken, om te overpeinzen.
Een reis door het landschap
van de woorden: alles gaat
voorbij en de verte kent haar
toekomst.
Jouw hand in de mijne.
Nauwelijks verbaasd zie ik
mijn kansen. Liefde kent
geen haast.
Zo zal het zijn: wij verloren
in de reikwijdte van die
stilte.
De bus rijdt.
9 januari 2012
Monday, January 02, 2012
Als de nacht
Zo zal de narcis weldra bloeien, wil de
kat weer zacht ontwaken, breekt er
wreed de wereld aan.
Ik moet nog worden wie ik was. Zopas
de vrede nog op orde, maar zonder jou?
De liefde kent de liefste niet.
Wij zien elkaar voorbij elk duister als ik
aan mijn bed gekluisterd in jouw licht
herleven mag.
Nu de dromen. Dat ik toesla, dat jij toeslaat
met de kracht van ferme taal – schrille tijd,
alom aanwezig.
Zij herneemt zich keer op keer. Bereid ons
voor op het laatste slapen. Laat ons daarom
pas ontwaken als de vrede daartoe leidt.
Er is de tijd, het is de tijd.
2 januari 2012
kat weer zacht ontwaken, breekt er
wreed de wereld aan.
Ik moet nog worden wie ik was. Zopas
de vrede nog op orde, maar zonder jou?
De liefde kent de liefste niet.
Wij zien elkaar voorbij elk duister als ik
aan mijn bed gekluisterd in jouw licht
herleven mag.
Nu de dromen. Dat ik toesla, dat jij toeslaat
met de kracht van ferme taal – schrille tijd,
alom aanwezig.
Zij herneemt zich keer op keer. Bereid ons
voor op het laatste slapen. Laat ons daarom
pas ontwaken als de vrede daartoe leidt.
Er is de tijd, het is de tijd.
2 januari 2012
Saturday, December 31, 2011
Nieuwjaarsdag 2012
Voice-recorder
Als alles nog moet, als alles nog kan. Het
woord nog niet gebroken, de daad nog
niet gedaan.
In al ons wachten willen ogen begerig
vrede vinden. Wij blikken terug alsof niets
voortduurt, de dag niet daar is, de tijd nog
stilstaat.
Dit is ons geheugen. Wat wij zien is wat wij
zwijgen. De deugd een natie lang. Niemand
die zijn mond roert, een ieder o zo bang
een steek te laten vallen.
Niets moet nog, alles kan. De richting ligt
nog open, maar de toekomst is verzekerd.
Een stroom van hier naar daar.
Slechts een kwestie van passen en meten,
de juiste stappen in de juiste volgorde. De dag
straks begonnen. Als de tijd daar is.
Niets moet nog, alles kan. Wij willen verder,
wij blijven thuis. Bevel is bevel. Als de belofte
een tel is in de ogen van de maker.
Onbekwaam wij slaven van zijn geest.
1 januari 2012
Als alles nog moet, als alles nog kan. Het
woord nog niet gebroken, de daad nog
niet gedaan.
In al ons wachten willen ogen begerig
vrede vinden. Wij blikken terug alsof niets
voortduurt, de dag niet daar is, de tijd nog
stilstaat.
Dit is ons geheugen. Wat wij zien is wat wij
zwijgen. De deugd een natie lang. Niemand
die zijn mond roert, een ieder o zo bang
een steek te laten vallen.
Niets moet nog, alles kan. De richting ligt
nog open, maar de toekomst is verzekerd.
Een stroom van hier naar daar.
Slechts een kwestie van passen en meten,
de juiste stappen in de juiste volgorde. De dag
straks begonnen. Als de tijd daar is.
Niets moet nog, alles kan. Wij willen verder,
wij blijven thuis. Bevel is bevel. Als de belofte
een tel is in de ogen van de maker.
Onbekwaam wij slaven van zijn geest.
1 januari 2012
Oudejaarsavond 2011
Dat de tijd weer in zijn klok te sterven
staat – in twaalf slagen – nog eenmaal
te gedenken – aandacht te schenken
aan wat wij het liefst vergaten.
Waarin de dagen weer afgebakend pijn
en leed verzamelen, vrede weer hoop
moet zijn op wat zich tot op heden
niet laat verdragen.
De doden van het jaar weer te verzamelen
– geliefd, vermaard – jong of hoogbejaard
– kortstondige talenten die een mens
behelsden.
Schuif aan, het kan nog even. Een feest voor
of achterom gekeken. En dan? Water bij de
wijn? Alle Menschen werden Bruder?
Leg het leeslint tussen de jaren en doe het
dagboek nu maar dicht. We moeten nog.
Ook al doet het zeer.
31 december 2011
staat – in twaalf slagen – nog eenmaal
te gedenken – aandacht te schenken
aan wat wij het liefst vergaten.
Waarin de dagen weer afgebakend pijn
en leed verzamelen, vrede weer hoop
moet zijn op wat zich tot op heden
niet laat verdragen.
De doden van het jaar weer te verzamelen
– geliefd, vermaard – jong of hoogbejaard
– kortstondige talenten die een mens
behelsden.
Schuif aan, het kan nog even. Een feest voor
of achterom gekeken. En dan? Water bij de
wijn? Alle Menschen werden Bruder?
Leg het leeslint tussen de jaren en doe het
dagboek nu maar dicht. We moeten nog.
Ook al doet het zeer.
31 december 2011
Friday, December 30, 2011
Bevroren
(Terugblik 2011)
Is dat soms genoeg? De
wereld wenst zich rozen
en bloedt in elke oorlog.
Zij verlangt haar dode
zonen.
Liefste, de tijd heeft haast en
maakt vele overuren. Wie oud
wordt raakt snel buiten adem.
Wie jong leeft kijkt niet meer
terug. Pootje baden en pim pam
petten. In goede vrede degens
kruizen.
Waar ik vandaan kom zwijgen
geheimen. Nauwkeurige
woorden in vergeten
dagboeken.
Als ik ze sluit raakt de liefde
verborgen. Achter de ogen de
volmaaktheid van de dromen.
Bevroren de indruk van de
lezer.
30 december 2011
Is dat soms genoeg? De
wereld wenst zich rozen
en bloedt in elke oorlog.
Zij verlangt haar dode
zonen.
Liefste, de tijd heeft haast en
maakt vele overuren. Wie oud
wordt raakt snel buiten adem.
Wie jong leeft kijkt niet meer
terug. Pootje baden en pim pam
petten. In goede vrede degens
kruizen.
Waar ik vandaan kom zwijgen
geheimen. Nauwkeurige
woorden in vergeten
dagboeken.
Als ik ze sluit raakt de liefde
verborgen. Achter de ogen de
volmaaktheid van de dromen.
Bevroren de indruk van de
lezer.
30 december 2011
Winterland
En dan, vanuit een ooghoek
jou te zien, een akker op de
schop, water in de voor.
Het stormt tot tranen toe
en weet de vogels niet. Het
zoeken moe, het land te kaal,
het licht te schel.
Dit is het begin van de tijd dat
alles nog zal en niets is, altijd
zondag, altijd vrede, altijd
leegte.
Wie moet ik zijn? De oogst is
vergeten, ik heb oude handen.
De drank is mijn vriend, maakt
liefde dorstig.
Als jij mij bemint, dan voorzichtig.
Dit is de winter. Geen woord krijg
ik er tussen.
Koud zal het zijn en onbarmhartig
tot op het bot.
29 december 2011
jou te zien, een akker op de
schop, water in de voor.
Het stormt tot tranen toe
en weet de vogels niet. Het
zoeken moe, het land te kaal,
het licht te schel.
Dit is het begin van de tijd dat
alles nog zal en niets is, altijd
zondag, altijd vrede, altijd
leegte.
Wie moet ik zijn? De oogst is
vergeten, ik heb oude handen.
De drank is mijn vriend, maakt
liefde dorstig.
Als jij mij bemint, dan voorzichtig.
Dit is de winter. Geen woord krijg
ik er tussen.
Koud zal het zijn en onbarmhartig
tot op het bot.
29 december 2011
Thursday, December 29, 2011
Bijna
Bijna, maar hoe dichtbij? De
woorden willen anders,
begrijpen niet de pijn.
Als het kon, als het echt kon.
Maar er is geen adem, er is
geen huid.
Begeerte wakkert liefde aan waar
onbegrip verdriet zal zijn. Er is
geen mond, geen kus, geen lijf.
Ik ben ik en jij bent jij. Ik wou dat
jij wat zeggen zou – taal om mij
een brug te slaan van vreugde –
Tot een waar ik hou van jou
– zo vertrouwd, zo nabij.
28 december 2011
woorden willen anders,
begrijpen niet de pijn.
Als het kon, als het echt kon.
Maar er is geen adem, er is
geen huid.
Begeerte wakkert liefde aan waar
onbegrip verdriet zal zijn. Er is
geen mond, geen kus, geen lijf.
Ik ben ik en jij bent jij. Ik wou dat
jij wat zeggen zou – taal om mij
een brug te slaan van vreugde –
Tot een waar ik hou van jou
– zo vertrouwd, zo nabij.
28 december 2011
Wednesday, December 14, 2011
Oostvaardersplassen
Wat wil de pen. Als ik je beschrijf, op hoeveel
letters kom ik uit – het kale vlak gevuld met
vogels – rustig, in rumoer – bang of
Onverschillig. Te blijven of te gaan – als het
moet. Als de dood bestaat dan heel snel,
sluipend of op grote wieken.
Het zal je beurt maar zijn – nergens houvast,
nergens liefde. Er op of er onder. Zoiets
onvermijdelijks.
Zwart voor ogen zien – je woorden te doven.
De anderen – zij zwijgen – zij hebben nog
tijd voor te vluchten, te grazen, te duiken,
Te vissen. Bedachtzaam, tot op het einde.
Kijken op of lopen door. Tegen de wind in
de kop in de veren.
Wie de clou kent, wacht op de vlerken, de
schelmen. Wie hen tegenhoudt is een sterke
– breekt er de wetten – to live or let dy.
12 december 2011
letters kom ik uit – het kale vlak gevuld met
vogels – rustig, in rumoer – bang of
Onverschillig. Te blijven of te gaan – als het
moet. Als de dood bestaat dan heel snel,
sluipend of op grote wieken.
Het zal je beurt maar zijn – nergens houvast,
nergens liefde. Er op of er onder. Zoiets
onvermijdelijks.
Zwart voor ogen zien – je woorden te doven.
De anderen – zij zwijgen – zij hebben nog
tijd voor te vluchten, te grazen, te duiken,
Te vissen. Bedachtzaam, tot op het einde.
Kijken op of lopen door. Tegen de wind in
de kop in de veren.
Wie de clou kent, wacht op de vlerken, de
schelmen. Wie hen tegenhoudt is een sterke
– breekt er de wetten – to live or let dy.
12 december 2011
Thursday, December 08, 2011
Take a breath
Storm windkracht 8
Gestriemd langs mijn huid, gezandstraald
in mijn ogen – de kille wind in monologen
– luid verbitterd in haar tijd.
Golven hoog van razernij – strijd die hier geen
helden kent – bang de stroeve oude bomen.
Breekt soms verzet – krijgen takken geen
genade? Mijn adem stokt, de wraak is zoet – is
dit soms wat jij bedoelde? Ik moet er nog gewend
aan raken – de bladeren ritselend op de aarde
– om de ene simpele gedachte: ik ben niet woedend
– het is de taal. Alsof je het niet wist, mijn lot niet
kende. Mijn laatste adem, mijn laatste zucht –
als ik sterf in de nadagen
van december.
8 december 2011
Gestriemd langs mijn huid, gezandstraald
in mijn ogen – de kille wind in monologen
– luid verbitterd in haar tijd.
Golven hoog van razernij – strijd die hier geen
helden kent – bang de stroeve oude bomen.
Breekt soms verzet – krijgen takken geen
genade? Mijn adem stokt, de wraak is zoet – is
dit soms wat jij bedoelde? Ik moet er nog gewend
aan raken – de bladeren ritselend op de aarde
– om de ene simpele gedachte: ik ben niet woedend
– het is de taal. Alsof je het niet wist, mijn lot niet
kende. Mijn laatste adem, mijn laatste zucht –
als ik sterf in de nadagen
van december.
8 december 2011
Wednesday, November 30, 2011
Riet
Kleimeer, Geestemerambacht
De zilveren halmen. Wat vertellen zij
mij? Ik zeg niets. De tijd omfloerst
hun stilte en het water heeft geen
baat bij woorden.
Hoe adequaat de bespiegelingen. Als ik
voorbij kom zal alles anders willen zijn:
riet tot aan dit uitzicht, wind in zijn
wuiven. Een geste, een gebaar.
Wie zich aan november warmt, gloeit
koude sintels na, weet zich geen raad
met wat er komen gaat.
De neiging om te blijven tot het bittere
einde geen optie.
30 november 2011
De zilveren halmen. Wat vertellen zij
mij? Ik zeg niets. De tijd omfloerst
hun stilte en het water heeft geen
baat bij woorden.
Hoe adequaat de bespiegelingen. Als ik
voorbij kom zal alles anders willen zijn:
riet tot aan dit uitzicht, wind in zijn
wuiven. Een geste, een gebaar.
Wie zich aan november warmt, gloeit
koude sintels na, weet zich geen raad
met wat er komen gaat.
De neiging om te blijven tot het bittere
einde geen optie.
30 november 2011
Saturday, November 26, 2011
Erfgoed
Wat we voor het laatst bewaren – volle
aren gerijpt in de hete zomerzon – het
koren wuivend in de wind
– de zeis gewet, de sikkel geslepen –
als de oogst ter sprake komt – de
boer tot arbeid aangezet.
Graan – om te maaien, om te dorsen – tot
het brood wordt aangebroken – tijd voor
een stil gebed – het seizoen weer rond.
26 november 2011
aren gerijpt in de hete zomerzon – het
koren wuivend in de wind
– de zeis gewet, de sikkel geslepen –
als de oogst ter sprake komt – de
boer tot arbeid aangezet.
Graan – om te maaien, om te dorsen – tot
het brood wordt aangebroken – tijd voor
een stil gebed – het seizoen weer rond.
26 november 2011
Tuesday, November 22, 2011
Winterlicht # 12
In opdracht
Liefste, tijd bevriest en licht wordt winter
– druppels kou al aan het gras, bomen
stram van lijf en leden.
Zijn zij onze goede vrienden? Treft ons niet
een zelfde lot – star te zijn tot op het bot
– vergeten namen op de ramen ?
Ik ontsteek alvast de kaarsen – om te
weten wie wij waren – voor het korten
van de dagen.
Dus breek het brood, drink de wijn en
herinner ons wat voor ons ligt – dat de winter
op zal klaren – en het duister weg zal gaan
– zoals het schikt – in Gods genade.
22 november 2011
-
Liefste, tijd bevriest en licht wordt winter
– druppels kou al aan het gras, bomen
stram van lijf en leden.
Zijn zij onze goede vrienden? Treft ons niet
een zelfde lot – star te zijn tot op het bot
– vergeten namen op de ramen ?
Ik ontsteek alvast de kaarsen – om te
weten wie wij waren – voor het korten
van de dagen.
Dus breek het brood, drink de wijn en
herinner ons wat voor ons ligt – dat de winter
op zal klaren – en het duister weg zal gaan
– zoals het schikt – in Gods genade.
22 november 2011
-
Thursday, November 17, 2011
In hoeverre
Als het niet kan en nooit meer hoeft
– bemind en bemind te willen worden
– oud en jong in de ogen van ons 2 – de
tijd maar de tijd te laten – te voelen, te
denken, te smachten: jij bent zo jij, jij
bent zo lijf, zo idee. De afstand blijft.
Wat zich aanbiedt een verwijt, een
vermoeden – wees bij mij, verlaat mij
– zoet lief, ziek lief.
Zo zal het zijn: taal verschraald tot stilte,
niet om mij, maar om de pijn – nooit
elders, niet anders.
16 november 2011
– bemind en bemind te willen worden
– oud en jong in de ogen van ons 2 – de
tijd maar de tijd te laten – te voelen, te
denken, te smachten: jij bent zo jij, jij
bent zo lijf, zo idee. De afstand blijft.
Wat zich aanbiedt een verwijt, een
vermoeden – wees bij mij, verlaat mij
– zoet lief, ziek lief.
Zo zal het zijn: taal verschraald tot stilte,
niet om mij, maar om de pijn – nooit
elders, niet anders.
16 november 2011
Friday, November 04, 2011
Herfst in de Eeuwige laan
Herfstimpressie Eeuwige laan, Bergen
Wie zal ze dragen – hangend in het korten
van de dagen – vlammend van het oordeel
tot het loslaat.
Wie zal haar behagen – als je terugkeert
op je pad en ziet dat alles anders
was dan dat je vermoedde.
De wind trotseert de beuken, bijna
eeuwig in deze laan, waar de tijd
gekromd in stammen staat – de kroon
voltooid, het blad nog daar.
Een Gouden Eeuw – feest zo ver ik hier
kan kijken.
3 november 2011
Wie zal ze dragen – hangend in het korten
van de dagen – vlammend van het oordeel
tot het loslaat.
Wie zal haar behagen – als je terugkeert
op je pad en ziet dat alles anders
was dan dat je vermoedde.
De wind trotseert de beuken, bijna
eeuwig in deze laan, waar de tijd
gekromd in stammen staat – de kroon
voltooid, het blad nog daar.
Een Gouden Eeuw – feest zo ver ik hier
kan kijken.
3 november 2011
Subscribe to:
Posts (Atom)