De tijd niet daar dat zij
al jubelt, van een echte
lente zingt.
Winter zoekt zijn laatste
sporen, wiegt de koude
oostenwind.
Nog niets hier uit zijn as
herrezen, elk lied nog in
de dood geboren,
voordat zij hier extatisch
klinkt. Vogels nog heel
ingetogen.
Het moet dan maar: een
bijna voorjaar, hemelsblauw
en zachte bomen,
kaal nog in hun oude
kruinen. Weldra komt
de vreugde daar
in een blijmoedig
Godsgebaar. Wij komen
thuis waarin wij wonen.
Mother Nature, vensters
open, voor al diegeen die
zich verbaast.
16 februari 2011
Thursday, February 17, 2011
Monday, February 14, 2011
Afsluitdijk
Kon water praten, het zou
nog net zo, altijd koetjes en
kalfjes, zoals vandaag nog…
De zon scheen, maar met
dat voorzichtige, twijfelen
tussen blij of verlegen.
Mogelijk de eenden, als
ze durfden, als het hun
tijd was, heel tevreden,
heel aanwezig.
Maar niets gebeurt er. De
wind is laf en het is koud
zonder aarzelen.
De dijk is lang. Het heeft
uitzicht nodig om zijn
standpunt te
openbaren.
29 januari 2011
nog net zo, altijd koetjes en
kalfjes, zoals vandaag nog…
De zon scheen, maar met
dat voorzichtige, twijfelen
tussen blij of verlegen.
Mogelijk de eenden, als
ze durfden, als het hun
tijd was, heel tevreden,
heel aanwezig.
Maar niets gebeurt er. De
wind is laf en het is koud
zonder aarzelen.
De dijk is lang. Het heeft
uitzicht nodig om zijn
standpunt te
openbaren.
29 januari 2011
As it is
Ik had niet in de
gaten hoe eenzaam
kijken kan zijn,
hoe nalatig het
tasten. Wat ik vast
en zeker weet
is dat ik alles zal
vergeten op het
einde, als ik verga.
Daar dan het mijne
van denken zolang
ik nog besta.
21 december 2010
gaten hoe eenzaam
kijken kan zijn,
hoe nalatig het
tasten. Wat ik vast
en zeker weet
is dat ik alles zal
vergeten op het
einde, als ik verga.
Daar dan het mijne
van denken zolang
ik nog besta.
21 december 2010
Nu of nooit
Ik herhaal je. Voorzichtige
woorden die het nu bepalen,
leven leidend eindeloos.
Ik kan niet zien waar ik
vandaan kom. Het vergeet
zich zodra ik achterom kijk.
Vooruitziend moet ik nog
gebeuren. Dus een enkel
ogenblik:
hier begint, zelfs als ik
er niet bij stilsta,
beweging.
In een oogopslag. Altijd.
Nu of nooit…
11 februari 2011
woorden die het nu bepalen,
leven leidend eindeloos.
Ik kan niet zien waar ik
vandaan kom. Het vergeet
zich zodra ik achterom kijk.
Vooruitziend moet ik nog
gebeuren. Dus een enkel
ogenblik:
hier begint, zelfs als ik
er niet bij stilsta,
beweging.
In een oogopslag. Altijd.
Nu of nooit…
11 februari 2011
Friday, February 11, 2011
Palet
Het licht verstilt de bomenrij,
de horizon, het dromenrijk dat
mijn verbeelding spreken doet.
De lucht staat in zo’n zachte
gloed, dat ik een schildershand
vermoed.
Met zachte kwast een aquarel,
een kunstzinnig lijnenspel. Ik
ontwaar het meesterschap.
De bomen kennen geen verweer.
De kleuren hebben overhand.
Voorzichtig nog.
Nog niets in knop. Hoe omschrijf
je dit, dit nieuw geluid? Niets dat
hier vele kansen biedt, in dit oude
duingebied. Het zal, als warmte
schuilplaats krijgt. Maar nu
nog niet, nog niet…
9 februari 2011
de horizon, het dromenrijk dat
mijn verbeelding spreken doet.
De lucht staat in zo’n zachte
gloed, dat ik een schildershand
vermoed.
Met zachte kwast een aquarel,
een kunstzinnig lijnenspel. Ik
ontwaar het meesterschap.
De bomen kennen geen verweer.
De kleuren hebben overhand.
Voorzichtig nog.
Nog niets in knop. Hoe omschrijf
je dit, dit nieuw geluid? Niets dat
hier vele kansen biedt, in dit oude
duingebied. Het zal, als warmte
schuilplaats krijgt. Maar nu
nog niet, nog niet…
9 februari 2011
Friday, November 26, 2010
Om de stilte heen
Als je het niet wist, als je
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:
laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.
Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.
Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.
Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.
Elbert Gonggrijp, 26 november 2010
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:
laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.
Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.
Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.
Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.
Elbert Gonggrijp, 26 november 2010
Drentsche Aa
Daar is het weer,
dat gevoel van traagheid,
de wereld gaat je
voorbij en de tijd
bestaat uit water.
Hoe ver kom je en zou
je willen zijn?
Gedachteloos landschap
en paarden die niet
van onze zijden zouden
wijken.
Kijken zonder uitzicht
op beter.
Het is er en het blijft:
zwijgen als een open
boek, waarvan het leeslint
ons een halt toeroept.
Juli 2005
dat gevoel van traagheid,
de wereld gaat je
voorbij en de tijd
bestaat uit water.
Hoe ver kom je en zou
je willen zijn?
Gedachteloos landschap
en paarden die niet
van onze zijden zouden
wijken.
Kijken zonder uitzicht
op beter.
Het is er en het blijft:
zwijgen als een open
boek, waarvan het leeslint
ons een halt toeroept.
Juli 2005
Paradijs
Zo te worden: bomen, waaraan niet
te ontkomen, licht dat fluistert dat
zij hier daadwerkelijk bestaan.
Hoe alleen verrijzen zij: van blad af
aan laat niets van zich spreken, valt
het zoals het zal blijven vallen, zoals
stilte in een achtertuin: dat wij er zijn
en niets vermoeden dan dat alleen, heel
simpel, heel eenvoudig.
Er is een duif opgelaten boven de stad,
zo vredig, zo kalm. Schijn bedriegt, dacht
ik. Maar alles wat je zei was waar.
Ik kon er geen touw aan vastknopen. Ik
moet al die tijd gelukkig zijn geweest, niet
weten waarom en waarvoor.
Mei 2005
te ontkomen, licht dat fluistert dat
zij hier daadwerkelijk bestaan.
Hoe alleen verrijzen zij: van blad af
aan laat niets van zich spreken, valt
het zoals het zal blijven vallen, zoals
stilte in een achtertuin: dat wij er zijn
en niets vermoeden dan dat alleen, heel
simpel, heel eenvoudig.
Er is een duif opgelaten boven de stad,
zo vredig, zo kalm. Schijn bedriegt, dacht
ik. Maar alles wat je zei was waar.
Ik kon er geen touw aan vastknopen. Ik
moet al die tijd gelukkig zijn geweest, niet
weten waarom en waarvoor.
Mei 2005
Thursday, November 25, 2010
Geduldig geduld
Tot de koeien op stal gaan, is
elk wachten nog onbeperkt,
aarzeling, vormeloos.
Zolang de kieviten niet op trek
zijn, duurt er een zomer, korten
geen dagen, is er de tijd van
het oogsten.
Zolang de bomen nog groen zijn,
stellen zij geen daden, verkleuren
zij nog niet op gebod.
Het is aan God om de stilstand
op te heffen, de oorlog te laten
uitbreken van de vrede.
Totdat het herfst, avond,
woord wordt.
Elbert Gonggrijp, Meppel, 23 augustus 2009
elk wachten nog onbeperkt,
aarzeling, vormeloos.
Zolang de kieviten niet op trek
zijn, duurt er een zomer, korten
geen dagen, is er de tijd van
het oogsten.
Zolang de bomen nog groen zijn,
stellen zij geen daden, verkleuren
zij nog niet op gebod.
Het is aan God om de stilstand
op te heffen, de oorlog te laten
uitbreken van de vrede.
Totdat het herfst, avond,
woord wordt.
Elbert Gonggrijp, Meppel, 23 augustus 2009
Wednesday, November 24, 2010
Pettemerpolder
De doodse sloten. Mijzelf als
plek verlatend. Kronkelend
naar witte woorden.
Wat zal ik heten? Ik jaag gure
gedachten na, telt de eenden en
de ganzen.
Een stille overpeinzing. Gebogen
gras te vreten, in het weidse te
overleven.
Van kwaad tot erger. Niets te
delen dan koning Winter. Niets
beseffend dan zware klei.
Onderhuids in elk ogenblik te
verdwijnen. Sneeuwblind
en star in elke aarzeling.
Te vallen in ongenade. Niet
om de tranen, maar om de
straffe wind…
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 18 januari 2010
plek verlatend. Kronkelend
naar witte woorden.
Wat zal ik heten? Ik jaag gure
gedachten na, telt de eenden en
de ganzen.
Een stille overpeinzing. Gebogen
gras te vreten, in het weidse te
overleven.
Van kwaad tot erger. Niets te
delen dan koning Winter. Niets
beseffend dan zware klei.
Onderhuids in elk ogenblik te
verdwijnen. Sneeuwblind
en star in elke aarzeling.
Te vallen in ongenade. Niet
om de tranen, maar om de
straffe wind…
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 18 januari 2010
Saturday, November 06, 2010
Broer konijn
Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoicijnce duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clue,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Elbert Gonggrijp, 15 januari 2009
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoicijnce duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clue,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Elbert Gonggrijp, 15 januari 2009
Winterlicht
Naar schilderij Jan Mankes
Bedwelmende bomen. Zij
dromen zich grijs in de
winterse loomte.
Ik ben als sneeuw,
ontvankelijk voor haar
woorden. Zij is de
stilte die ik in
mij meedraag.
Ik nestel in dit
landschap, vervloei
met haar onooglijke
leegte.
Het is een verhaal dat
nog af moet, een vraag
die zich uitstelt tot
ik haar beantwoord.
Het is de weemoed die ik
koester, in al zijn
onscherpte, in al
zijn verte.
Elbert Gonggrijp, 9 juni 2009
Bedwelmende bomen. Zij
dromen zich grijs in de
winterse loomte.
Ik ben als sneeuw,
ontvankelijk voor haar
woorden. Zij is de
stilte die ik in
mij meedraag.
Ik nestel in dit
landschap, vervloei
met haar onooglijke
leegte.
Het is een verhaal dat
nog af moet, een vraag
die zich uitstelt tot
ik haar beantwoord.
Het is de weemoed die ik
koester, in al zijn
onscherpte, in al
zijn verte.
Elbert Gonggrijp, 9 juni 2009
Tuesday, November 02, 2010
Ghost
Beseffend vanwaar ik
kom en komen zal,
hier in het
Onverbiddelijk ogenblik,
waar ik ben, waar ik
sta in al mijn bederf
De vogels achterna,
haal ik mij angsten
op het lijf.
Elk blad een verwijt
dat ik het hier af
laat weten.
Het heeft tijd nodig
om tijd uit te leggen
of na te streven.
kom en komen zal,
hier in het
Onverbiddelijk ogenblik,
waar ik ben, waar ik
sta in al mijn bederf
De vogels achterna,
haal ik mij angsten
op het lijf.
Elk blad een verwijt
dat ik het hier af
laat weten.
Het heeft tijd nodig
om tijd uit te leggen
of na te streven.
Wednesday, July 19, 2006
In alle stilte
Doorgronden wat dit is;
het kent geen vorm,
het ontkent zichzelf,
heeft geen kennis, weet
niet wat het wil, ruist in
de wind, zoekt niets.
Het wil zeggen; dit is wat
zich voordoet, nu, op dit
moment, dit mistige uitzicht,
dat rustige paard. Bedaard
als een ogenschijnlijk ogenblik.
Een rivier, een gedachte;
ergens begint een zin, maar
maakt niets af, ergens klinkt
een stem, maar kent geen
gehoor. Een plek om te blijven.
Niets stelt zich een vraag. Hier
heerst het volmaakte;
dat het uitzicht, het paard, de
rivier dezelfde zijn, wij niet
kunnen zeggen hoe eenvoudig
het is. Laat het zich aan raken,
telkens weer, om te worden
gekend, te worden gezien.
Niet anders.
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 22 februari 2006
Doorgronden wat dit is;
het kent geen vorm,
het ontkent zichzelf,
heeft geen kennis, weet
niet wat het wil, ruist in
de wind, zoekt niets.
Het wil zeggen; dit is wat
zich voordoet, nu, op dit
moment, dit mistige uitzicht,
dat rustige paard. Bedaard
als een ogenschijnlijk ogenblik.
Een rivier, een gedachte;
ergens begint een zin, maar
maakt niets af, ergens klinkt
een stem, maar kent geen
gehoor. Een plek om te blijven.
Niets stelt zich een vraag. Hier
heerst het volmaakte;
dat het uitzicht, het paard, de
rivier dezelfde zijn, wij niet
kunnen zeggen hoe eenvoudig
het is. Laat het zich aan raken,
telkens weer, om te worden
gekend, te worden gezien.
Niet anders.
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 22 februari 2006
Monday, July 17, 2006
Verzonken
Verzonken
Zo is een paard: het heeft
zich tegoed gedaan aan haast,
is weer door stilte uitgevlakt.
Nu staat hij daar: geschilderd
vindt het rust, kijkt meewarig
voor zich uit, opgelost in
grijzen.
Zo doet een paard: de blik
oneindig om mij meedogenloos
te bereiken., een houding
geveinsd van kalmte.
Misschien ben ik dit: een
wezen zo sereen dat zwijgen
lijkt op briesen, een zacht
gefluister in de nacht.
Kom ik je halen, als het zover
is, als mijn taal is als de jouwe,
zoals een paard dit doet:
bedaard in al zijn elegantie.
Elbert Gonggrijp, Bergen, 14 juli 2006
Zo is een paard: het heeft
zich tegoed gedaan aan haast,
is weer door stilte uitgevlakt.
Nu staat hij daar: geschilderd
vindt het rust, kijkt meewarig
voor zich uit, opgelost in
grijzen.
Zo doet een paard: de blik
oneindig om mij meedogenloos
te bereiken., een houding
geveinsd van kalmte.
Misschien ben ik dit: een
wezen zo sereen dat zwijgen
lijkt op briesen, een zacht
gefluister in de nacht.
Kom ik je halen, als het zover
is, als mijn taal is als de jouwe,
zoals een paard dit doet:
bedaard in al zijn elegantie.
Elbert Gonggrijp, Bergen, 14 juli 2006
Monday, December 19, 2005
Zoals
Zoals
Zoals het lied
De vroegte doorbreekt
En zich de ochtend
Toeeigent.
Ik heb hier niets
Misdaan, ook nu
Niet.
Ik keek toe hoe
Hier iets van stilte
Ontstond, stilte
Rond een vogel.
Jij was teder geweest
Vannacht, mijn liefste,
Wat ik ervan verwachtte
Bleek ook waar te zijn.
Zongen wij even
Ingehouden, niet meer
Of minder lichtzinnig.
Elbert Gonggrijp, 14 januari 2005
Zoals het lied
De vroegte doorbreekt
En zich de ochtend
Toeeigent.
Ik heb hier niets
Misdaan, ook nu
Niet.
Ik keek toe hoe
Hier iets van stilte
Ontstond, stilte
Rond een vogel.
Jij was teder geweest
Vannacht, mijn liefste,
Wat ik ervan verwachtte
Bleek ook waar te zijn.
Zongen wij even
Ingehouden, niet meer
Of minder lichtzinnig.
Elbert Gonggrijp, 14 januari 2005
Monday, November 21, 2005
Spiegel
Na hoeveel woorden is het genoeg,
Dat gedicht van ons, is het zichzelf,
Stroomt het zonder de gedachten
Naar dorst en veel heimwee?
Hoe heb ik jou gekend, je stond zo
Naast de wereld en had mij lief. Je
Bekeek wat ik beoogde en leefde
Je eigen plek.
Zie je die koe, ook zij kent haar
Vreugde, maar tergend langzaam,
Alsof het nog niet hoeft, alsof alles
Wat ik wil niet haalbaar is;
Geluk, grazend in gras, zonder te
Weten wie zij was, kijken naar
Wie wij zijn en het vergeten.
Zo onwillekeurig als dat.
30 oktober 2005
Na hoeveel woorden is het genoeg,
Dat gedicht van ons, is het zichzelf,
Stroomt het zonder de gedachten
Naar dorst en veel heimwee?
Hoe heb ik jou gekend, je stond zo
Naast de wereld en had mij lief. Je
Bekeek wat ik beoogde en leefde
Je eigen plek.
Zie je die koe, ook zij kent haar
Vreugde, maar tergend langzaam,
Alsof het nog niet hoeft, alsof alles
Wat ik wil niet haalbaar is;
Geluk, grazend in gras, zonder te
Weten wie zij was, kijken naar
Wie wij zijn en het vergeten.
Zo onwillekeurig als dat.
30 oktober 2005
Wednesday, November 16, 2005
Als vee
Er is weinig begrip onder het vee;
zij grazen zonder op te kijken,
trage ogen zonder weet van het
een of ander.
Zo moeten ook wij zijn geweest;
een eender dier, starend in de verte,
enkel bij machte om onszelf te zijn.
Zie onze handen trillen, als het om
liefde gaat, onze ogen vochtig
worden, zonder dat wij het begrijpen.
Dat je aanwezig bent, om aandacht
vraagt.
Er is weinig begrip onder het vee;
wij grazen verder, alsof hier niets
gebeurt.
Een lichte huivering van de huid
ten teken dat het nog leeft, nog
adem heeft.
8 november 2005
zij grazen zonder op te kijken,
trage ogen zonder weet van het
een of ander.
Zo moeten ook wij zijn geweest;
een eender dier, starend in de verte,
enkel bij machte om onszelf te zijn.
Zie onze handen trillen, als het om
liefde gaat, onze ogen vochtig
worden, zonder dat wij het begrijpen.
Dat je aanwezig bent, om aandacht
vraagt.
Er is weinig begrip onder het vee;
wij grazen verder, alsof hier niets
gebeurt.
Een lichte huivering van de huid
ten teken dat het nog leeft, nog
adem heeft.
8 november 2005
ONDER PAARDEN
ONDER PAARDEN
Wij hadden dit kunnen zijn,
dit landschap, deze bomen, dit water,
maar wij keken niet op of om,
waren elders, in gedachten,
onder paarden.
Zie het aan; hoe hij luistert,
terwijl je praat, huivert, terwijl je lacht;
ja , jij was het, toen jij hem aankeek,
gras at, galoppeerde.
Jij bent zo goed als hij, weet hoe het is
om dier te zijn, hier, op deze weide,
hier, in dit ogenblik.
Wij roken weer naar stro, naar de nestgeur
van paarden, lieten ons aanraken, hier,
onder de bomen, in het hoge gras;
keken wij niet op of om,
maar graasden verder.
Elbert Gonggrijp, 14-11-2005
Foto Conny Lahnstein, PWN duinen Bergen aan Zee, 2016
Wij hadden dit kunnen zijn,
dit landschap, deze bomen, dit water,
maar wij keken niet op of om,
waren elders, in gedachten,
onder paarden.
Zie het aan; hoe hij luistert,
terwijl je praat, huivert, terwijl je lacht;
ja , jij was het, toen jij hem aankeek,
gras at, galoppeerde.
Jij bent zo goed als hij, weet hoe het is
om dier te zijn, hier, op deze weide,
hier, in dit ogenblik.
Wij roken weer naar stro, naar de nestgeur
van paarden, lieten ons aanraken, hier,
onder de bomen, in het hoge gras;
keken wij niet op of om,
maar graasden verder.
Elbert Gonggrijp, 14-11-2005
Foto Conny Lahnstein, PWN duinen Bergen aan Zee, 2016
Subscribe to:
Posts (Atom)