Saturday, October 20, 2012
Holoceen
Zijn wij zuiver als zand? De zee komt en
gaat, raakt aan ons bloed, verwaait in
ons, tot tranen toe.
Het helmgras freest zijn kleine cirkels in
het duin, kent ook de onze.
Slibt aan wat ik reeds vergat: een
Holoceen, de kust, mijn gedachte...
2 mei 2005
Friday, October 19, 2012
Witte ruis
In alle stilte geen
woord teveel , de
schelp aan het oor.
Boven de golven uit
zet ik mijn laarzen
in het zand, zoekt
mijn blik witte ruis.
Het helmgras, de
meeuw, het zilte
wier.
Tegen de wind
in vind ik het:
Een naijlend
begin, fluistering
na fluistering.
Wil ik jou er niet
in horen.
2 mei 2005
Sunday, October 14, 2012
De laatste merel
Waarvan zou ik nu nog zingen? De mei is
uit de maand en de jongen zijn gevlogen
– vorst zonder mededogen kent eerste
opgebolde veren.
Honger strooit bessen in het rond – tijd vol
rijp en raadsels die bevriezen. Er is een
grillige winter op komst – waarheen het
vliegen te verliezen?
Argwaan heeft zijn lettergrepen, slaat bij
onraad heftig aan – geen zoetgevooisde
nachten meer die de klanken liefde geven
– een diminuendo op het eind.
Ik vlucht.De tuin is mij geduldig. Hoe
zou het zijn om hier te blijven?...
14 oktober 2012
Saturday, October 13, 2012
Op het spoor
KNNV excursie
Landschap dat stilzaam woedt,
winden aait, wolken dreigt,
ijs en weder dienende.
Duinsgewijs de gesel Gods die
wij trots trotseren, ons zwam
en mos proberen.
Het is genoeg. Is dit het dan
dat je mij vroeg om zacht
voor mij uit te leren?
Al ingeklemd de winterslaap
die weldra nog komen
moet.
Maar eerst de tere groet van
wat straks breken zal, in
haar langzame verval.
Een steel, een hoed. Het mos
blijft, ook als zij te kwijnen
lijkt.
Ik kijk, ken geen verweer…
Landschap dat stilzaam woedt,
winden aait, wolken dreigt,
ijs en weder dienende.
Duinsgewijs de gesel Gods die
wij trots trotseren, ons zwam
en mos proberen.
Het is genoeg. Is dit het dan
dat je mij vroeg om zacht
voor mij uit te leren?
Al ingeklemd de winterslaap
die weldra nog komen
moet.
Maar eerst de tere groet van
wat straks breken zal, in
haar langzame verval.
Een steel, een hoed. Het mos
blijft, ook als zij te kwijnen
lijkt.
Ik kijk, ken geen verweer…
Saturday, October 06, 2012
Foto
Ter nagedachtenis van mijn moeder
Stilgezet, geen woord gedacht,
een glimlach tot een stand
gebracht.
Wie je bent wordt wie je was,
een strak moment nooit oud,
steeds jong, geen lieverlee
of wederom. Toch wordt het
steeds mij toevertrouwd en
keert de tijd het lot.
Ik kus het beeld, het lief gezicht
en zet haar weg in het licht.
Het staat er nog…
Stilgezet, geen woord gedacht,
een glimlach tot een stand
gebracht.
Wie je bent wordt wie je was,
een strak moment nooit oud,
steeds jong, geen lieverlee
of wederom. Toch wordt het
steeds mij toevertrouwd en
keert de tijd het lot.
Ik kus het beeld, het lief gezicht
en zet haar weg in het licht.
Het staat er nog…
Monday, October 01, 2012
Leegte
Laten we stellen – leegte. Leegte is het
meervoud van stilte. Een kus op de
wang van het vergeten.
Juist nog bij leven aanbeland – ogen
traag van begrip, handen die geen
afscheid willen nemen.
Leegte. De deur de vrijheid geven dicht
te slaan – als het niet meer hoeft – de
woorden ruw en stroef.
Uit het zicht. En wat daarna: het bed
slaat zacht het heimwee op, de blik
staat al dagen naar het missen.
Leegte is een meervoud van stilte. Aan
gebrek is nooit genoeg. Wachten een
vergeefse poging tot vinden.
De pen heeft de tijd…
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 1 oktober 2012
Friday, September 28, 2012
Neervlijen
Opdracht Schrijvenswaard “ Vallende bladeren “
In het neervlijen het langzaam vergeten.
Elke kleur wil anders. Geen naam blijft
hetzelfde. De een na de andere.
Ach, te zoeken tussen verdoolde bladeren.
Achteraf gebleken wat met het vallen
werd bedoeld. Een kille herfst
voorhanden.
Oud te worden zonder heimwee. Dit is
nooit nieuw en gaat nimmer over. Een
ontvangende aarde van einde en begin.
De boom standvastig. De tijd kent haar
belofte. De kroon ontkiemend in de
toekomst.
Zal ik gaan of zal ik wachten?...
28 september 2012
In het neervlijen het langzaam vergeten.
Elke kleur wil anders. Geen naam blijft
hetzelfde. De een na de andere.
Ach, te zoeken tussen verdoolde bladeren.
Achteraf gebleken wat met het vallen
werd bedoeld. Een kille herfst
voorhanden.
Oud te worden zonder heimwee. Dit is
nooit nieuw en gaat nimmer over. Een
ontvangende aarde van einde en begin.
De boom standvastig. De tijd kent haar
belofte. De kroon ontkiemend in de
toekomst.
Zal ik gaan of zal ik wachten?...
28 september 2012
Sunday, September 23, 2012
Voorbij het kijken
Opdracht Schrijvenswaard “ Handen “
Dagelijkse gebaren van onschuld
of bedrog. Handen zoekend naar
de toekomst van de liefde.
Een dieper zwijgen naar elkaar,
weifelend tussen huiver en
begrijpen.
Een tasten in een voelbaar duister,
langzaam van zichzelf bewust.
Houvast voor het ogenblik.
Verder dan elk kijken. Het lichaam
leeft zijn raadsels uit. Een huid
wachtend op verbazing.
Moedige vingers verkennen elk
antwoord, zijn op leugens
voorbereid.
Tot het laatste strelen…
21 tot en met 23 september 2012
Dagelijkse gebaren van onschuld
of bedrog. Handen zoekend naar
de toekomst van de liefde.
Een dieper zwijgen naar elkaar,
weifelend tussen huiver en
begrijpen.
Een tasten in een voelbaar duister,
langzaam van zichzelf bewust.
Houvast voor het ogenblik.
Verder dan elk kijken. Het lichaam
leeft zijn raadsels uit. Een huid
wachtend op verbazing.
Moedige vingers verkennen elk
antwoord, zijn op leugens
voorbereid.
Tot het laatste strelen…
21 tot en met 23 september 2012
Saturday, September 22, 2012
Nocturne 2.
Voorbij elk kijken tracht ik mijzelf
te zijn: merel tussen de mensen. Ik
zing het van de daken.
Mij niet zien doet vermoeden dat ik
besta, dat ik voortleef in nooit
gestelde vragen.
Wees gerust. Ik ben er. Ik ga pas als
het moet. Ik ga pas als ik er toe doe.
Als ik ben aangebroken.
Zover is het niet. Er moet nog
een lied van liefde en vroegte. Er
dient nog geruzied en gevochten.
Zingen om de stilte heen, over
heimwee, voorbij elk kijken. Dat
het je grijpt, dat het je vangt.
BROER KONIJN
BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel
" Voorbij elk kijken " (2011)
Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 2009(?)
Schilderij @ Maceij Francisz " Wild Rabbit "
BROER KONIJN
BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel
" Voorbij elk kijken " (2011)
Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 2009(?)
Schilderij @ Maceij Francisz " Wild Rabbit "
Broer konijn
BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel " Voorbij elk kijken " (2011)
Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.
Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik
thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik
wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan
zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.
Om de stilte heen
Als je het niet wist, als je
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:
laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.
Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.
Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.
Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.
Water and dust
Water and dust
Muziek Antony and the Johnsons
Dan gaat het zo: water te worden,
dorstlessend water, stof te zijn, droog
stof, in elk atoom, in al het herhalen.
Als wij koud zijn, water en stof, zal
het ons vergaan en niets te denken
geven dan wat er overblijft.
Niets te weten of te horen of dode
dingen tot geluk kunnen behoren,
levend, zonder zorgen.
Wat er overblijft: iets in de tijd, iets
van zijn vorm, tot het zich loslaat,
tot ik vergeet.
Ik zal het geduld zijn dat ik besta.
Muziek Antony and the Johnsons
Dan gaat het zo: water te worden,
dorstlessend water, stof te zijn, droog
stof, in elk atoom, in al het herhalen.
Als wij koud zijn, water en stof, zal
het ons vergaan en niets te denken
geven dan wat er overblijft.
Niets te weten of te horen of dode
dingen tot geluk kunnen behoren,
levend, zonder zorgen.
Wat er overblijft: iets in de tijd, iets
van zijn vorm, tot het zich loslaat,
tot ik vergeet.
Ik zal het geduld zijn dat ik besta.
Tuesday, September 18, 2012
Decorum
De tijd vertraagt, de dag doet
erg voorzichtig. Er komt een
herfst aan, rijp en roestig
van geduld.
Alles aan een zijden draad.
Spinrag van huiver en angst.
Ik moet aan elk triest voorval
wennen.
Oppervlakkig land vergeet zijn
rijkelijke oogst, zal van voor
af aan beginnen. Het zaaien
mist een node hand.
Beslagen nu de dromen van een
verhitte zomer. Oude vingers
vormen dikke tranen. Druppels
langs verlopen namen.
Dreigende wolken spannen samen.
Regenschermen die het land
verwerven. Dit wordt mijn
thuis, nat tot op de huid.
Het gepopel aan de ganzen.
12 tot en met 18 september 2012
Monday, September 10, 2012
(Geen titel)
Voeten willen altijd anders.
De vloedlijn wemelt ervan.
September heeft haast.
Nu de laatste zonnestralen.
Branden doet bakken.
Als verlamd.
Op de uitkijk blijf ik wakker.
Schelpen geven geen repliek.
Het zandkasteel houdt stand.
De dag verdampt. Mensen
weten van zichzelf, gekend
of ongekend.
Wie thuiskomt zal de zon
vergeten tot de zon hem
terugverlangt.
Egmond aan Zee, 9 september 2012
De vloedlijn wemelt ervan.
September heeft haast.
Nu de laatste zonnestralen.
Branden doet bakken.
Als verlamd.
Op de uitkijk blijf ik wakker.
Schelpen geven geen repliek.
Het zandkasteel houdt stand.
De dag verdampt. Mensen
weten van zichzelf, gekend
of ongekend.
Wie thuiskomt zal de zon
vergeten tot de zon hem
terugverlangt.
Egmond aan Zee, 9 september 2012
Friday, September 07, 2012
Nanacht
Verloren liefde
Geen lijf, geen liefde. Wakker worden heeft
een ziel van leegte. Van alle woorden word
ik bang.
De sterren staan te vergaan. Een stille maan
heeft te verbleken. Er is geen omkijken naar.
Een schamper vergeten.
Hoe oud moeten wij nu verder gaan. De vroegste
vrede zo tergend langzaam dat het bed ons
dreigt te verlaten.
De nanacht heeft er oren naar. Wat wij ons
ervan inprenten maakt dromen overbodig.
Handen tastend naar onmacht.
Zo wil ik niet verdwijnen. De ordeloze lichtheid
van een ongewenste morgen. Het is te snel
en hopeloos te leven.
Geef mij dus even. Ik ben aan ons afscheid zo
gehecht. Als het het laatste zal zijn, is elk
wachten geslecht.
7 september 2012
Geen lijf, geen liefde. Wakker worden heeft
een ziel van leegte. Van alle woorden word
ik bang.
De sterren staan te vergaan. Een stille maan
heeft te verbleken. Er is geen omkijken naar.
Een schamper vergeten.
Hoe oud moeten wij nu verder gaan. De vroegste
vrede zo tergend langzaam dat het bed ons
dreigt te verlaten.
De nanacht heeft er oren naar. Wat wij ons
ervan inprenten maakt dromen overbodig.
Handen tastend naar onmacht.
Zo wil ik niet verdwijnen. De ordeloze lichtheid
van een ongewenste morgen. Het is te snel
en hopeloos te leven.
Geef mij dus even. Ik ben aan ons afscheid zo
gehecht. Als het het laatste zal zijn, is elk
wachten geslecht.
7 september 2012
Sunday, August 19, 2012
Wat ontbrak
Van het pad geweken, in het duister
omgezien – het konijn voortvluchtig
voor onze voeten, de merel verstoken
van zijn zang.
Alarm – wat zich niet laat zoeken moet
dus wel verborgen zijn – op zijn hoede
– wat zij veinzen heeft geen groots
alibi.
Wat heeft tijd – de bomen weten van
geen antwoord – er wil geen weg terug
– ouder, triester – elk seizoen weer
anders.
Jou te zien vluchtig als vogels – buizerds
verdwijnend op thermiek – lome cirkels
in een hete hoogzomer.
Het papier kan weg – zodra het zwijgt wil
geen letter blijven – inkt vloeibaar tot
de regen.
Ik moet verder.
20 augustus 2012
Sadness
Mooi is ze, koningin van een
zomer, maar wat zegt het.
Luchtig draagt ze haar woorden,
maar wanhopig en wit.
Een verbazend warme augustus,
zich verkoelend aan de wind
die zachtjes fluistert in mijn
oren.
“ Het is je tijd nog niet. “. Jij ritselt
tussen mijn gedachten. Het wordt
oud voordat je ze leest.
Koeien grazen de gretige dag, het
landschap slaapt vredig in. De
zwaluwen willen haast.
Ingehouden het afscheid dat ik
voor je schreef. Ik zou naar meer
moeten verlangen.
Niets zo trefzeker als die stilte.
19 augustus 2012
Monday, August 06, 2012
Wat ik vond
Strandexcursie KNNV Petten
Er is geen detail gelijk – een schelp, een krabbenhuid – en
maar zoeken, met handen in het zand – stenen om te
keren – als kinderen, de emmers vol garnalen – even
verbaasd, even gretig.
Waar is de tijd? Soms heeft het jaren, soms verdwijnt zij
bij het benaderen – wieren kwetsbaar woelend in het water,
kwallen doelloos tot de dood – de namen brak van klank,
de kennis vervagend tot een vraag.
Wat ik vind slaat boeken open – achteraf. Waar ik kijk kent
houvast het bewijs – aanspoelsel aan de kantlijn van mijn
dromen – nog altijd – eb en vloed te samen. Het jutten
dat een kleinood loont.
Elke voetstap tot vondst vertraagd – grip te houden op
vandaag – nooit meer om te zien en terug te keren – te
beamen of te verwerpen – tot de zee, de onmetelijke
zee.
Mij te noemen bij de letters van dit ritme – golf in, golf
uit. Wat ik zocht zal ik steeds leren – te kruipen diep mijn
adem in. Bloed zilt sidderend door mijn aderen – tot het
land langzaam bewegen.
Luttel relict van ouder leven – wat naruist doet zijn inspraak
in de wind – het oor tot klank verbogen. Als je goed
luistert kun je mijn stem hierin horen.
Schelp tot de allerlaatste keer.
6 augustus 2012
Er is geen detail gelijk – een schelp, een krabbenhuid – en
maar zoeken, met handen in het zand – stenen om te
keren – als kinderen, de emmers vol garnalen – even
verbaasd, even gretig.
Waar is de tijd? Soms heeft het jaren, soms verdwijnt zij
bij het benaderen – wieren kwetsbaar woelend in het water,
kwallen doelloos tot de dood – de namen brak van klank,
de kennis vervagend tot een vraag.
Wat ik vind slaat boeken open – achteraf. Waar ik kijk kent
houvast het bewijs – aanspoelsel aan de kantlijn van mijn
dromen – nog altijd – eb en vloed te samen. Het jutten
dat een kleinood loont.
Elke voetstap tot vondst vertraagd – grip te houden op
vandaag – nooit meer om te zien en terug te keren – te
beamen of te verwerpen – tot de zee, de onmetelijke
zee.
Mij te noemen bij de letters van dit ritme – golf in, golf
uit. Wat ik zocht zal ik steeds leren – te kruipen diep mijn
adem in. Bloed zilt sidderend door mijn aderen – tot het
land langzaam bewegen.
Luttel relict van ouder leven – wat naruist doet zijn inspraak
in de wind – het oor tot klank verbogen. Als je goed
luistert kun je mijn stem hierin horen.
Schelp tot de allerlaatste keer.
6 augustus 2012
Sunday, July 15, 2012
Vooruitzicht
In memoriam Rutger Kopland
Er is geen oponthoud. In
alles ouder wil geen wereld
stil gaan staan.
Maar uitzicht kent uitzicht en
heeft geen namen. Zelfs toen
je was weggegaan.
Denken is vooruitzien.
Het herinnert zich, vroeger
of later.
Wij lezen de grondtoon van jouw
zwijgen. Een mens, verborgen
in de kantlijn.
Hier op te houden. De deur dicht,
de sleutel gebroken. De dichter los
van de toekomst van zijn dromen.
Het uitzicht blijft.
15 juli 2012
Er is geen oponthoud. In
alles ouder wil geen wereld
stil gaan staan.
Maar uitzicht kent uitzicht en
heeft geen namen. Zelfs toen
je was weggegaan.
Denken is vooruitzien.
Het herinnert zich, vroeger
of later.
Wij lezen de grondtoon van jouw
zwijgen. Een mens, verborgen
in de kantlijn.
Hier op te houden. De deur dicht,
de sleutel gebroken. De dichter los
van de toekomst van zijn dromen.
Het uitzicht blijft.
15 juli 2012
Wie ik was
In memoriam Rutger Kopland
Beseffen tot ik het weer wist, de deuren
altijd open. Naar buiten kijkend totdat
ik je niet langer zag.
Er is geen God zo groot dat het zich
meer verlangde: een beek geklemd
tussen haar oevers.
Wat ik wil zeggen legt zich niet vast.
Wie van zichzelf zwijgt, herinnert zich
geen ander.
Mooier is er niet. De stilte dicht. Wat
hierna komt kent geen woorden. De
toon gezet.
Er is geen afscheid. De tuin zal zichzelf
nooit verlaten en de merel zingt zijn lied.
Hoe het zal zijn kent weinig heimwee.
Wat blijft is een lege plek.
15 juli 2012
Beseffen tot ik het weer wist, de deuren
altijd open. Naar buiten kijkend totdat
ik je niet langer zag.
Er is geen God zo groot dat het zich
meer verlangde: een beek geklemd
tussen haar oevers.
Wat ik wil zeggen legt zich niet vast.
Wie van zichzelf zwijgt, herinnert zich
geen ander.
Mooier is er niet. De stilte dicht. Wat
hierna komt kent geen woorden. De
toon gezet.
Er is geen afscheid. De tuin zal zichzelf
nooit verlaten en de merel zingt zijn lied.
Hoe het zal zijn kent weinig heimwee.
Wat blijft is een lege plek.
15 juli 2012
Thursday, July 12, 2012
Niche
Bankje Park van Luna
De bomen leren zwijgen en riet kent
ruis. Hoe nauw luistert het water naar
de schittering van haar golven?
Jij kent mij amper. Ik geef niet thuis. Er
is een kind voor nodig om tot mijzelf
te komen.
Als ik opkijk is wie ik liefheb voorgoed
verdwenen. Ik kan liggen waar ik was,
voor de wereld alsmaar dover.
Heb ik voor mijzelf gekozen? Een
verloren zoon geboren tot het schier
onmogelijke?
Wat ik weet ruikt naar beloftevolle
ochtenden, een moeder met een
blanke huid en open armen.
Zij lacht. Waar zij ontspringt, heeft de tijd
haar seizoenen, kan ik nooit de laatste zijn.
Waar ik stop, ben jij ooit begonnen.
Zal ik blijven of alsnog opstaan? Wie mij
loslaat kent weinig heimwee. Ik orden
mijn gedachten tot mijn laatste leeftijd.
30 juni tot en met 12 juli 2012
De bomen leren zwijgen en riet kent
ruis. Hoe nauw luistert het water naar
de schittering van haar golven?
Jij kent mij amper. Ik geef niet thuis. Er
is een kind voor nodig om tot mijzelf
te komen.
Als ik opkijk is wie ik liefheb voorgoed
verdwenen. Ik kan liggen waar ik was,
voor de wereld alsmaar dover.
Heb ik voor mijzelf gekozen? Een
verloren zoon geboren tot het schier
onmogelijke?
Wat ik weet ruikt naar beloftevolle
ochtenden, een moeder met een
blanke huid en open armen.
Zij lacht. Waar zij ontspringt, heeft de tijd
haar seizoenen, kan ik nooit de laatste zijn.
Waar ik stop, ben jij ooit begonnen.
Zal ik blijven of alsnog opstaan? Wie mij
loslaat kent weinig heimwee. Ik orden
mijn gedachten tot mijn laatste leeftijd.
30 juni tot en met 12 juli 2012
Monday, July 09, 2012
PAUZE
PAUZE
Ter nagedachtenis Hans Faverey
Zo ledigt een glas niet zichzelf,
valt een steen niet over zijn
zwaartepunt.
Water, reikend tot de mond,
handen tastend naar houvast,
wachten nog op mij.
Iets moet vaart krijgen, aanvangen,
voordat het stuk valt, de grond
raakt, weg stroomt.
Het herhaalt zich, krijgt gestalte, om
aan te vangen, steeds opnieuw
en opnieuw.
Gedichten 2005-2011
Ter nagedachtenis Hans Faverey
Zo ledigt een glas niet zichzelf,
valt een steen niet over zijn
zwaartepunt.
Water, reikend tot de mond,
handen tastend naar houvast,
wachten nog op mij.
Iets moet vaart krijgen, aanvangen,
voordat het stuk valt, de grond
raakt, weg stroomt.
Het herhaalt zich, krijgt gestalte, om
aan te vangen, steeds opnieuw
en opnieuw.
Gedichten 2005-2011
Distance and time
Naar song Fink
Als de tijd komt, als wij aarzelen
om elkaar te ontmoeten of
tegemoet te komen,
als tijd nog rijpen moet om
roos te zijn, vlinder, of iets
tussen elke vorm van liefde in,
laat ons dan zijn waar we voor
gekomen waren, laat ons tijd
zelve zijn en rijpen,
de klok stil te zetten en verder
te gaan waar wij ooit gebleven
waren, in het volle licht,
bij het vallen van de avond.
Gedichten 2005-2011
In duizend zoete armen
Etty Hillesum
Wie ben ik dan, als ik over liefde
zwijg, wie ben jij dan? Er
wordt tederheid verwacht.
Er worden mij duizend zoete
armen toegedacht. Wat bracht
jou tot mij samen?
Kennen ogen hetzelfde doel?
In het kijken het tederste te
beleven, wat wij van
elkaar verstaan? Liefste, in
de holte van de nacht kent
stilte vele talen.
Er is geen ontwaken aan. In
duizend zoete armen
moeten wij ons
verwarmen. Los, samen, in
en uit elkaar. Geef ons de
genade. In duizend
zoete armen wil ik wonen.
Gedichten 2005-2011
Wie ben ik dan, als ik over liefde
zwijg, wie ben jij dan? Er
wordt tederheid verwacht.
Er worden mij duizend zoete
armen toegedacht. Wat bracht
jou tot mij samen?
Kennen ogen hetzelfde doel?
In het kijken het tederste te
beleven, wat wij van
elkaar verstaan? Liefste, in
de holte van de nacht kent
stilte vele talen.
Er is geen ontwaken aan. In
duizend zoete armen
moeten wij ons
verwarmen. Los, samen, in
en uit elkaar. Geef ons de
genade. In duizend
zoete armen wil ik wonen.
Gedichten 2005-2011
Thursday, June 21, 2012
Weelde
Opdracht subgroep Schrijvenswaard “ Bloementuin “
In al het kijken neigt het bewonderingwaardig
cliche – bloemen, gerangschikt naar eigen
aard willen voortaan weelderig lijken.
Waar verblijft de tijd? Vergankelijkheid kent
haar seizoenen – in een enkel jaar kunnen
kleuren pracht en praal bepalen.
Tot in het vergaan. Wat steeds blijft wil altijd
anders, bloei en groei gelijk. De insecten
schrikken er van.
Ik verken vertrouwd mijn paden. Wat mij
aangaat kent mijn richting, de geuren
achterna.
Als ik omzie is het te laat. Het moet nog een hete
zomer worden om mij alsnog te ontmoedigen. De
tuin heeft haar omtrek nog niet verlaten.
Wij noemen dit ervaring.
21 juni 2012
In al het kijken neigt het bewonderingwaardig
cliche – bloemen, gerangschikt naar eigen
aard willen voortaan weelderig lijken.
Waar verblijft de tijd? Vergankelijkheid kent
haar seizoenen – in een enkel jaar kunnen
kleuren pracht en praal bepalen.
Tot in het vergaan. Wat steeds blijft wil altijd
anders, bloei en groei gelijk. De insecten
schrikken er van.
Ik verken vertrouwd mijn paden. Wat mij
aangaat kent mijn richting, de geuren
achterna.
Als ik omzie is het te laat. Het moet nog een hete
zomer worden om mij alsnog te ontmoedigen. De
tuin heeft haar omtrek nog niet verlaten.
Wij noemen dit ervaring.
21 juni 2012
Tuesday, June 12, 2012
Wissels
Opdracht Schrijvenswaard
Wij rakend aan een tijd die ons voorbij
raast. Het tegenovergestelde verwachten
– een wederzijds begroeten, een trein die
met elk gesprek verder gaat.
Niets ervan is waar. Over en weer vindt een
elders plaats. Een afstand die zich niet laat
bedwingen. Elke seconde er een te veel.
Als je op kijkt blijkt alles net zo goed
voorbij. Zonet nog de wissels. Wat wij van
elkaar wisten zal zich niet meer herhalen.
Elk herkennen op dood spoor gezet. Waar
ik je zag zitten een lege plek – treinen
die strak op schema gaan. Denken niet wetend
wat passeerde.
Vragen even nutteloos als beantwoord.
Wie ons tegenkomt kent louter toeval.
12 juni 2012
Wij rakend aan een tijd die ons voorbij
raast. Het tegenovergestelde verwachten
– een wederzijds begroeten, een trein die
met elk gesprek verder gaat.
Niets ervan is waar. Over en weer vindt een
elders plaats. Een afstand die zich niet laat
bedwingen. Elke seconde er een te veel.
Als je op kijkt blijkt alles net zo goed
voorbij. Zonet nog de wissels. Wat wij van
elkaar wisten zal zich niet meer herhalen.
Elk herkennen op dood spoor gezet. Waar
ik je zag zitten een lege plek – treinen
die strak op schema gaan. Denken niet wetend
wat passeerde.
Vragen even nutteloos als beantwoord.
Wie ons tegenkomt kent louter toeval.
12 juni 2012
Monday, June 11, 2012
Toestand
Opdracht subgroep Schrijvenswaard
Mijn kijken is degelijk waar. Het fietsen
verbreedt mijn horizon tot een niet te
onderschatten verte.
Ik ben zo hier als ik nu ga. De weiden zijn
van vroeger tijden en de vogels blijven
zelfverzekerd.
Waarom zou ik nu lijden? Niets dat op
rampspoed lijkt hoe waarschijnlijk ik
het ook mag vermoeden.
Het uitzicht mag nog even en de zon heeft
geen haast. Wat ik wil vertoont haar
glorieuze toekomst.
Het hoge gras wuift zijn speelse streken, de
grutto blèrt zijn felle heden. Paniek om
schurkenstreken.
Als ik afstap is het volop zomer. De gedachte
niet meer voor of achteruit te branden. Waar
ik mij bevind volledig om het even.
Het brood het brood en het water smaakt naar
water. Het is tijd voor de rust om volledig
te gaan zwijgen.
11 juni 2012
Tuesday, June 05, 2012
Buiten beeld
Documentaire over dichteres Judith Herzberg
Laat wat zich aan mij afspeelt slechts visie zijn. Het
diafragma niet vervuild door de nieuwsgierige
blikken van wie mij weten wil.
Geen spullen die ik achteloos met mij meedraag.
Een decor van horen zeggen, een vermoeden van
mijn karakter.
Wie mij toeschouwt, staart zich blind op niet
toedoende zaken. Buiten mij is een wereld die
mij hongerig ontkent.
Zo wil niet leven, zo zal ik niet schrijven. Afstand noopt
taal tot tekens te bewaren. Zonder opsmuk, zonder
tranen. Wie ze leest, kent de strekking.
Kleine, tot in de details. Uit mijn denken moet ik straks
blijken. Wie ik zo ben leert mij de tijd. Hoe men mij
aantreft volstrekt onbelangrijk.
Genadeloos de hand die mij leidt.
6 juni 2012
Laat wat zich aan mij afspeelt slechts visie zijn. Het
diafragma niet vervuild door de nieuwsgierige
blikken van wie mij weten wil.
Geen spullen die ik achteloos met mij meedraag.
Een decor van horen zeggen, een vermoeden van
mijn karakter.
Wie mij toeschouwt, staart zich blind op niet
toedoende zaken. Buiten mij is een wereld die
mij hongerig ontkent.
Zo wil niet leven, zo zal ik niet schrijven. Afstand noopt
taal tot tekens te bewaren. Zonder opsmuk, zonder
tranen. Wie ze leest, kent de strekking.
Kleine, tot in de details. Uit mijn denken moet ik straks
blijken. Wie ik zo ben leert mij de tijd. Hoe men mij
aantreft volstrekt onbelangrijk.
Genadeloos de hand die mij leidt.
6 juni 2012
Tuesday, May 29, 2012
Constante
Wat van tijd weet, houdt het midden
tussen geboren worden en gedoemd
te moeten sterven.
Ik zal mijzelf aanwezig zijn. Als ik
opkijk wil een vlinder wijken, kan
de kastanje uitgebloeid blijken.
Maar al het veranderlijke kent een
constante. Het wil van origine
zijn vaste plaats bepalen.
Tot herinnering aan toe. Als ik
opkijk ben ik wat ik van mijzelf
ken al lang vergeten.
Wie is wie? Geen ontsnappen aan.
Het benoemt steeds wat voor zichzelf
heeft gekozen:
Een reis zover het letters schrijft - de
een voor de ander.
28 mei 2012
Tuesday, May 22, 2012
Officieel
De eerste officiële zomerdag
Er kan weer zomer. Onzin kraamt weer
streken uit van houden van en hoop
van zegen.
De vogels hebben haast hun repertoire
te declameren, nest en drang tegemoet.
Ongewis wat rest van al dit beweren.
Is het niet te vroeg? Hebben wij verzonnen
wat nog niet ter sprake kwam? Als ik naar
je omkijk begint het voorzichtig zoeken.
Nu is het dan nu zover. Voordat wij het beseffen
zijn wij in elkaar verstrengeld. Er is een kijken
dat geen weerstand biedt.
Bloot en vrij de gedachte aan warmte. Elk
ander geeft weer een beter perspectief. Te
groeten of om mee te praten.
Waar dit eindigt weet niemand. De zon zal
het ons leren om niet al te voorbarig te zijn…
22 mei 2012
Er kan weer zomer. Onzin kraamt weer
streken uit van houden van en hoop
van zegen.
De vogels hebben haast hun repertoire
te declameren, nest en drang tegemoet.
Ongewis wat rest van al dit beweren.
Is het niet te vroeg? Hebben wij verzonnen
wat nog niet ter sprake kwam? Als ik naar
je omkijk begint het voorzichtig zoeken.
Nu is het dan nu zover. Voordat wij het beseffen
zijn wij in elkaar verstrengeld. Er is een kijken
dat geen weerstand biedt.
Bloot en vrij de gedachte aan warmte. Elk
ander geeft weer een beter perspectief. Te
groeten of om mee te praten.
Waar dit eindigt weet niemand. De zon zal
het ons leren om niet al te voorbarig te zijn…
22 mei 2012
Saturday, May 19, 2012
Darwin
Zolang het zich voordoet en telkens haast
heeft om te worden vergeten wil mijn blik
het nog begrijpen.
Het is niet anders: herinneringen verslappen
de aandacht van wat wij werkelijk willen.
Toekomst zonder tegenspraak.
Ik benijd deze grillige wereld. In haar doen en
laten houd ik haar bijna voor onmogelijk.
Taken ruim verdeeld tot de allerlaatste snik.
Zou ik kunnen worden wie ik was? Waar ik in
elkaar grijp hangt alles met alles samen. Ik
sta niet in voor de gevolgen.
Een aap verwant aan zijn primaten. De tijd tikt.
Vanuit mijn sobere woorden sla ik vuur uit
eigen handen.
Het zal een hele klus worden deze vooruitgang
daadwerkelijk te veranderen….
20 mei 2012
Subscribe to:
Posts (Atom)
