Thursday, October 22, 2015

LEEGTE,GEEN KLAARTE

LEEGTE, GEEN KLAARTE

Om mijnentwil


Ik spreek geen a's en o's van ingehouden stilte. Ik
beweeg mij landinwaarts een gretiger kreek, gooi
stenen met resultaat ketsend over het water.

Ik ben een jongeling die jaren later zijn oorsprong
hervond. Ik moest weer met taal leren praten, de
tijd weer benoemen als was zij een waterval
van dubbelzinnige woorden.

Niets ontbreekt het aan mijnentwil, maar hoe
omschrijf je dit? Nu mijn nacht is gevallen hoe
wil ik grip op de wereld omschrijven? Alles
wil stilte, alles riekt naar inkeer.

Wie weet de zelfverkozen eenzame weg? Ik
weet wat ik wil, maar hoe omschrijf je dit? Al
het overige daargelaten vind ik mijn natuur,

leer ik het spoor terug. Maar herroept dit mijn
zegen? De bomen dromen zichzelf dusdanig
dat ik ze heb leren zwijgen, maar in hoeverre
doen zij dat aldus?

Voorbij het uitzicht kan ik niet verder kijken
dat de zon opkomt zoals zij op mijn toneel
verscheen, maar heb ik het van horen zeggen?

Alles wat ik doe doe ik bij benadering. Geef
mij het juiste woord en misschien spreek ik
zo de waarheid. Maar of het helpt? –



Elbert Gonggrijp, Heiloo, vrijdag 23 oktober 2015

  Afbeeldingsresultaat voor schrijven

ZO NET EEN SPREEUW

Zo net een spreeuw - 1994
(Voor Lucebert, posthuum)

De Spreeuw verschreeuwt zijn scherp lancet...
De vlerk verstoort het woord middoor
Ik ben nu met gebroken oor
Een vals pamflet van oog tot oog



Een stijve grijns verdwijnt op slag
Het regent letters in mijn huid
Ik kan niet voor of achteruit
Geloven dat het heilig kruis

zich schettert in een oogomhaal
Dus meet ik in een handomdraai

zijn spreken tot een hels kabaal
Blijf ik mijzelf ten voeten uit

Elbert Gonggrijp, Groningen,
juni 1994 ten tijde van het Gratis Literair
Blaadje

(Nu begeleidend gedicht van mijn Katern " Sturnus " een soort van periodiek van mijn eigen gedichten n.a.v. optredens in den lande....)


AANGESLIBD

AANGESLIBD
Een zienswijze


Daar waar ik aan land ging, het water dreigde
vertroebeld te raken, staken luchtwortels op
en doorboorde zij geboortegrond.

Halmen later bereikte zij zoet water. Hoewel
de voeten in de aarde stegen zij fier rechtop
en brachten adem voort,een waar teken
van nieuw leven.

Bij sterven na dood verveende mijn omgeving,
verzoette mijn gedachte tot gemeengoed. Ik
werd de trots van al, ik ontwaarde de geur
van zuivere Munt en vers hooi.

Ik dempte de put, ik veroorzaakte kwel, ik
vormde geboortegrond daar waar moeras
uit beekdal ontstond en de tegenstroom
van het wad ontspoorde.

Daar ontmoette ik jouw liefde en legde de
oorlogsbijl neer voor God en de Goede
vrede. Als ik een Kelt was geweest
was ik nooit jouw slaaf geweest,

maar zong mijn liederen onbevreesd. Een
ware Levenskunstenaar met lier en
gezang. De natuur als ware poëzie.

Daar sta ik dan. Van wie dan ook niet
te vrezen. Mijn naam helder en
bijzonder gewoon, een waar
mens eigen –



Elbert Gonggrijp, Natuurdichter pur sang, donderdag 22 oktober 2015(22:06-22:11 Uur)

Onder bladerdek

ONDER BLADERDEK

Hoewel ik mijn ware aard verkwanselde,
de bomen uitgestrekt hun groei versmaadde,
was ik eerder mijzelf kwijt door in mijzelf
de tijd te vertragen tot mijn eigen spijt.

Terwijl de bomen hun ware aard verloochende
en hun klederdracht verkwanselde, moest ik
van mijzelf een huis zijn, maar waar het
open venster op deze ontoegankelijke
wereld?

Ik raakte net zo goed mijn aard kwijt, niets
niets of niemand die die aard verloochende
en werd die dan geloochenstraft?

Ik luisterde naar het vallen van de bladeren,
ik zag het afscheid van de vogels, maar
wist ik er het fijne van door enkel die
zondeval te benaderen?

De natuur reikte mij de hand, maar ik tastte
nog naar houvast te weten mij exact te
herinneren, maar in de kantlijn
van het benaderen.

Ik een raaklijn aan deze simpele
gedachte, maar steeds op weg
naar elders, want een vraag
naar welke richting de
enige juiste –

Mijn ware aard, maar
hoezeer mij ooit
werkelijk eigen?

Bij het vallen
van het blad
het grote
verdwijnen
in zijn sterfte –



Elbert Gonggrijp, Heiloo, donderdag 22 oktober 2015


   Afbeeldingsresultaat voor herfstbladeren

Wednesday, October 21, 2015

VAN ORIGINE

Van Origine
Een bestaansvraag naareen hoger plan

De evolutieleer ter discussie


Was er spraakverwarring, een
gevoel van innerlijke schuld
toen ik de mens knutselde
zonder orde te scheppen
in zijn verstand?

Als ik een aap rechtop had
gewenst had ik hem nimmer
zo ver laten lopen als hij nu door
zijn bestaan is gesjeest

en zichzelf van kwaad
tot erger werd. The beauty
and the beast. Vanwaar
dan zijn kunstige vingers
tot knoestige knuisten
gebald?

Geduldig het gereedschap
dat aan een nieuwe dichter
om nieuwe poezie vroeg.

Ook hem blijft
elk antwoord
schuldig....


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  woensdaag 21 oktober 2015

IN RETRAITE

IN RETRAITE
DE MENS TOT INKEER


Een zen boeddhistische overpeinzing



Wanneer ik mijn ziel in de kantlijn parkeer,
valt er veel te overzien. Ik voeder het paard
met overzeese mandarijnen, breng de appel
aan de merels terug tot zij er bijkans aan
bezwijken.

Vanuit een sigaartje overpeins ik deze
gemoedelijke wereld en bedenk mij vredig.
Waar ik tot op heden nog mijn plaats moet
bepalen als ik slecht een dichter ben,

bekend met alle zeden der natuur? Ik volg
de intonatie van deze muziek, maar weet
de noten niet. De partituur des levens
kent geen program.

Ik eet en drink wat mij lief is en verwijt de
ketel dat hij zwart ziet. Niemand vroeg erom
te leven naar wat hij goed acht. Het is een
verspilling om te denken dat je weet hoe
het moet..

Ik heb geen tweedracht gezaaid als jij dat niet
wil. Ik ga mijn eigen gang en ken de door
mij uitgestippelde weg als volledig.

Ga jij dan de eigen toegekende weg? Ik doe
|dat in feite door zwijgzaam te vergeten wie
ik mij toedacht te denken. Ik herinner mij
mijn overpeinzing al rokende. Mijn
medicijn een mijmering voor mijn
voleinding naar een vollediger ik.

Kijk jij dan zwijgende met mij mee? –



Elbert Gonggrijp, Heiloo, woensdag 21 oktober 2015

Jeronimus Bosch,  "  De Hooiwagen "  



Ursura















Ursura
Muziek Wim Mertens


Kan ik deze noten zwijgzaam naar de tijd vertalen 
dat ik noten at, zalm verzamelde als jager? Kende ik 
ondubbelzinnige klanken toe aan deze oervertaling 
van mijn ondubbelzinnig zwijgen?

Iets in mij kende het principe van ontzag op zijn 
achterste benen te staan, een beer die leefde vanuit 
zijn instinctmatige oer.

Onder de klare sterren begaf ik mij voordat ik voorgoed
werd verdreven. Een jonge ijstijd verder. Een beer als
relict voor mijn part. Een residu voor stemmige klanken.


Ik had de voortekenen moeten inzien dat de hemel zich 
vertekende tot een verstaanbaarder muze, in muziek
zich samengevat wilde heten een onbeduidender lyriek.


In alles een ongrijpbare melodie. Gevangen in mystiek, 
maar gevoeld tot in de onderbuik. Uitgehongerd mijn 
verstomd gehuil. Waar de wolven te bedenken, nu
het permafrost is uitgehold? -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  woensdag 21 oktober 2015


Holenbeer, Ursus Spelaeus,  uitgestorven in de IJstijden door bejaging van de mens?


Latent 2

LATENT
Vanuit een assumptie


Ik ben de griploze
verstuiving voorbij,

handgreep op een wereld
teruggezet waar ze hoorde.


Ik ben een woekeraar
die de dood voorbij,

een moment supreme
geschikt bevonden.
Waar blijft mijn tijd?

Zou ik eens Clematis
zijn dan waak ik over
de doden, geborgen
verborgen de juiste
waakzaamheid over
mijn eigen huis 

en haard.

Thuis in mijn eigen huis. 
Ik bloei je eruit. Stilstand 
een illusie. Gebroken wit  
in het licht, illusoir en
illuster in het duister.

De eerste vlinders aan zet 
voor hun dagelijkse ochtend  
en avondgebed. Ik geloof
in hun geboorterecht. 
Mijn huis gebouwd op 
ranken.

Doelloos gedacht, maar
steeds op weg naar 

nergens...

"  Everywhere 
I lay my head
is my home "...



Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  dinsdag op woensdag 20 en 21 oktober 2015



Tuesday, October 20, 2015

ESSENTIE


Essentie
David Sylvian Darshana


Laat ik de duif ooit klapwiekend
in de wind aan het duister, het
duister aan een wakkere merel
die er zijn alarm weerklonken
vond?

Laat ik de tijd aan de essentie
en wacht ik af om te weten
wat jij ervan beweerde?

Laat ik de kinderen buiten spelen
als ik hun taal niet meer versta
van de vrolijke jolijt?

Met hoevelen pas ik op deze aarde
om de vrede te bewaren nu ik mij
niet meer onder de mensen
bevind?Ik ken de wetten niet meer uit
mijn hoofd, heb het alleen van
horen zeggen hoe het klonk.

Ik lees geen noten van het papier
en ken de melodie niet meer
van buiten.

Had ik je overigens ooit
een rozentuin beloofd?...

Ook in mij is ooit de herfst begonnen,
maar eerder het nest en de uitgevlogen
jongen, de bevalligheid van het ei.

Ook ik poetste ooit mijn veren, at mijn
veelvuldige bessen bij de vleet.

Ook ik ben op trek naar een beter
leven van ooit horen zeggen. Op weg
voor een orde tegen een onverzettelijke
wereld.

De ogenschijnlijke coordinaten,
maar naarwaar -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  dinsdag 20 oktober 2015


Im Pacem -

Im Pacem
In vrede met The Beatles


Een ontluikende duinroos mist
zo 1,2,3 zijn varieteiten niet.
Er blijft altijd lente en zomer
in het verschiet in de blanke
toppen der duinen.

Kleuren die ontkleuren naar
vale verliefdheden in het
duister..

Vrijen een tere zaak, al was het
vrijerlijk uitgesproken zichzelf
de liefde eigen, in het hoge
gras.

Jij kwam sprakeloos tussenbeiden.
Ik verkoos verlegen de aanblik van
de wijdse hemelboog, een onmetelijk
universum bij wijze van spreken.

Waar zou de zon dan haar gram moeten
nu zij achterwege blijft in mijn dagdromend
beleven? A lady Godiva eigen?

Zou alles dan bij het oude blijven? Niets zo
vrede als het onberedeneerd speelse
van het onmetelijk refrein.

Ik sluit mijn ogen en denk hardop dat ik
eenvoudigweg maar van je houden zal
zolang de sterren van verre sprakeloos -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  dinsdag 20 oktober 2015


INSIDE OUTSIDE

Stel, het leven is doorgaans liefde en behoeft geen enkele kus
De bomen leven hun doorgaand verhaal, beseffen dat de wereld
nooit vergaat ook al streeft de kroon een vluchtiger streven.

Wij wijken uit naar hun luwte, onze niche voor altijd
Had ik iets te vragen als het ging om diezelfde plek?
Ik zet leilijnen uit terwijl de linden reeds versterven.
Ik zoek niet langer de zon die mij vermag behagen.

Het geeft niet dat je dood gaat of geboren wordt als je
weet dat een mens een mens is zolang hij niet vergaat.
Een enkel hier en nu en het besef van leven op zijn
smalst.

Een meander in de tijd, maar wat zou het. Zelfs voorbij
de zee het zeegat uit lopen alle wegen weer dood
in een nieuwere rivier.

Ik raap mijn stenen open kets ze op de spiegelende water.
Waarom zou ik nog langer aarzelen? -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  dinsdag 20 oktober 2015











VERONDERSTEL -

Veronderstelling
Tai Chi voor de geest


Veronderstel dat meester en leerling in
eenzelfde keerkring verkeerden: hij het
antwoord op zijn vraag, hij de vraag
een eender antwoord.

Wie zou ik dan willen wezen vandaag?
Een meeuw, een mens, een zwart gat?

De dingen zijn wat ze zijn, maar hoe
het beleefd is altijd de vraag. Overig
al het gebodene.

Ik beoog een tedere waarneming. Noem
het liefde voor mijn part, maar zelfs dan
is stilte overbodig en oorverdovend.
Waar mijn oor ten ruste te leggen?

Een halszaak of over te breken? Ik
onderbreek je voor mijn repliek. Ik
kijk mijn ogen uit en leg mijzelf
neer op de kust, de onrustige baren.

Een vloedmerk en wat vind je werkelijk?

De ware? –



Elbert Gonggrijp, Heiloo, dinsdag 20 oktober 2015


MENTHA

Watermunt sonnet


Zij die helderheid van geest begroeten,
sterven nooit hun duizend doden, hoe
bescheiden ook in het moerassig lover.

Van brak naar kwel in overlaten, houd
zij exact in de gaten waar hun waarde
naar inhoud wordt geschat, ingedamd

tussen hun geur van munt en gezapigheid
ter kerke varen, door verveling overmand
of aan het einde van je Latijns een betere
woordenschat.

Wist jij dat zij zo helder fris naar liefde
geurde? Wist jij van de bloemenkrans
voorbij het blad? Wist jij überhaupt
van deze woordenschat, haar reine
vocabulaire?

Vertel het me, laat de laatste zon toe in
je herfstige nazomerzon en de vlinderval
wekt nectar nog een laatste zonnestraal.

Hier gebeurt het al met wonderkracht,
ingebed in kust en kwelderwal. Zoek de
hemelse luwte in het tranendal. Breng
jezelf te berde -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  dinsdag 20 oktober 2015





Monday, October 19, 2015

VERONICA

VERONICA
Je suis heureux, Madame...
Muziek Mozart Symphony No. 34 KV 338

Ik heb altijd de prijs van weleer, geen vergane ...
gloriedagen meer, hoezeer het weder diende.
Hagel en regenschermen tot aan de limiet

van het verboden gras bepaal ik het leven.

Alles kent zijn zegeningen, altijd is er een
altijd. Ik bloei blauw van overgave en ik
bloei te zijner tijd, ook al verdenk je van
absentie.

Ik ga op audiëntie en heb altijd prijs. Ik
speel mijn begaafdheid eeuwig en musiceer
mijn genoegen als was ik een anjelier, ik
tierelier mij jubelend de hoogte in.

Ik bekroon Gods vroom boek vol zilverwerk,
genees de armen van de rijken, verblindt
verliefden in een oogopslag met ware liefde.
Wat ik ook vermag, er is niets nieuws.

Onder de zon zij ik geheiligd mijn naam
heilig. Veronica, ere zij God geprezen. Laat
mij maar een armetierig bloempje lijken,
ik verhef het detail tot ware schoonheid.

Op de knieën gezeten -



Elbert Gonggrijp, Heiloo, maandag 19 oktober 2015

 

Violets are blue -

                 Violets are blue -
                    Ode aan E. en het Ruig viooltje


In het geharnast blad herkende ik jou 
van verre, kwetsbare quelerant van
het open duin, meer vroeger dan later.

Ik kan mij erger herinneren. Dat je
naaste familie je niet erkende was een
gegeven dat je deed verspillen wie
hier een eendere weg te gaan. Van

kwaad wil erger. Je schreeuwt het alras
aarzelend uit, vervaalt van pimpelpaars
naar een laatst verkozen mededogen.

Alsof de sterfte op de hielen je alras
vanzelf deed knielen voor Onzen Lieven
Heere. Dat terwijl kou en hitte je niet

deerde, zo kranig in 't verzet van uit
je steevast rozet de buitenlucht te
minnen gans koud en guur in dit zo

vroege uur. Een morgenstond van
ener zeldzamer Geluk? De zon deed
je openspringen tot een teder streven

om dusdanig te verwelken. Welk een 
sterfte als zodanig. Daar bleek je dan
in je bleke gedaante, maar indachtig

je pracht een requiem voor de blanke
top der duinen. Hoezo, met stille trom.
Ik keek en zag en overwon.

Veni, vidi, vice - 

Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  maandag 19 oktober 2015



WARP AND WOOF

(Schering en inslag)
N.a.v. 1e werk van 3 luik Paper Art
van Conny Lahnstein


Daar behendigt zich de
zoveelste schepping in
een veelvuldige weeffout.

Een natuurlijk gezegde van
Moeder Natuur die het liefst
over moet. Meidoorn die de
zilte wind de takken tot
schering en inslag kromt.

De doorns dienende. Alles
rust in de luwte van deze
bestaande gedachte. Zo ook
het gevogelte en de montere
bessen.

Een bloedrood domein van
ergens geborgd te zijn in
deze ruige souplesse.

Waar nog welkom geheten
als het schering en inslag
leeft? -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  maandag 19 oktober 2015


Meidoorn




Sunday, October 18, 2015

UPANISHAD


UPANISHAD
Een esotherische beschouwing


Ik kan bij je neerzitten, mijn vrind de wind, ik
kan beslag leggen op je uitspraken, maar het hoeft
niet.

Alles past binnen kaders, alles verdient een
uitleg, dus waarom ook niet.

Maar de geest heeft het lichaam gesproken en
jou van harte aanbevolen te voelen wie ik
werkelijk voor je ben.

Ik wil het naar mijn hand, maar het hoeft niet.
Alles hoeft niet en behoeft geen uitleg. Alles
beweegt zoals het riet beweegt, alles gooit
zijn halmen in de wind.

Maar het hoeft niet, zo lichaam en geest.

Ahamkara. Niet dit, niet dat. Maar de
Libel, de Snuitkever, de Argusvlinder
of zelfs de snorhaar van de kat.

Ik bedoel: niets hoeft ook dit niet.

Wat ik schrijf wist zich met de jaren,
ook al spreekt het nog tijdloos voor
zich uit.

Wie dit leest heeft de behoefte
aan geduld, reinere poëzie dan
avant le lettre.

Ik ben niet wie ik schrijf, maar
meer is er niet. Een traan, de
tekens van waarachtige liefde.

Wees nooit bang iemand te
verlaten. Als jij dat wilt
ben ik jouw adem
voor altijd.

En het riet krabbelde zijn
signatuur als was het
voor eeuwig in mijn
geschriften –


Elbert Gonggrijp, 6.15 uur-6.20 uur, maandag 19 oktober 2015, GGZ afdeling Olvendijk, Willibrord, Heiloo

OPEN BOEK

OPEN BOEK
Liefdesgedicht voor mijn Conny Lahnstein


Jij bent zo louter liefde. Als ik
in jouw ogen kijk wil ons
verhaal voor altijd blijven.
Jij bent zo divers, elk plot
een open einde.

De flashback die wij beginnen.
Ik vond jou hier zo midden in.
Het aanhaken bezield met 
nieuwe woorden.

Hoezo een open boek? Leg het
weg. Ik wil het hier en nu met
jou gaan leven – letterloos.
Wij zijn onszelf zo overbodig – 


Elbert Gonggrijp,  Heerhugowaard,  30 juli 2013


 




AANLANDIG

AANLANDIG
Na 17 augustus (St. Juttemis)

De barmhartige zee verkwanselt geen ideeen. Wanneer
zij goedgemutst de buien vangt is er vrede voor het
aanhankelijke land, drijft de donder over.

Misschien. Als zij verkilt wil elke bui aanlandig een
tweede maal haar verhaal. Ik verlies mijzelf bij dit
ongeluk verongelijkt eenzelfde taal.

Ik word dieptriest in elke vezel, leg knopen in mijn
vaststaand gemoed. Nergens aan land te komen
dan als een verzopen drenkeling.

Misschien. Maar mijn relaas heeft er voeten naar.
Ik kruip omhoog en zie het al meewarig aan,
geen schipbreuk, geen holle frasen.

Je maintendrai. Ik worstel en kom boven. Zuurzoet.
Ik ben een Veenbes uit verre streken. Vanwaar
het feest niet gedeeld met de merels of de gaaien?

Ik ben een jutter van al deze schone dromen.
Sint Juttemis deert mij niet zolang ik mijn
vrede met je deel.

Zolang de voorraad sterkt, weer of geen weer -


Elbert Gonggrijp.  Heiloo,  zondag 18 oktober 2015








SUBSTRATA















SUBSTRATA
(Muziek Biosphere)


Als ruigte zichzelf verkwanselt,
natuur als essentie geen
groene vingers bezit,

liet ik het aan het ijverzuchtig
riet het overige verlanden.

Hier begint mijn essentie
die taal noch teken geen
land te bezeilen vindt.

Wat op zich verlandt zie ik
door de vingers.

Het kruipt waar het niet
gaan kan in al het overige
wat ik niet zie:

waar het werkelijk getij
noch jou of ik -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,

zondag 18 oktober 2015



BRAK GETIJ

BRAK GETIJ


Daar waar het wad zichzelf zijn slik bloot grijnst,
diepe sporen geult tot doodsbericht, wil rul zand
geboortegrond geheten.

Alsof ik daar stond met mijn zilt verweerd gelaat,
grijs gebeten tot op het bot. JIj bent mijn zeedistel,
liefste, ik behoed je voor de sier.

Ik behoud jouw sierlijk verweer tot een glorierijk
einde, maar nooit met even zoveel eindige
poezie.

Jijj was het zaad dat op mij wachtte, jij bent de
ontkiemde liefde voor dit ogenblik. Maar waar
was jij die nacht toen ik in nood verkeerde?

Wat heeft mijn hartenkreet tot staan gebracht?
het was in de nacht dat het ontkiemde na een
eindeloos verweer van weleer,

het moment van nu dat jij mij kuste. aan een
glooiender kust, het zand in je ogen, je haren
verwaait in de stugge wind.

In duinenhoog rijendik ontwaarde ik jouw blik
en wist mijzelf ontkiemd voor het onbepaalde
ogenblik dat jij mijn dagdroom wekte.

Dan te denken aan jou dat uit een enkele pit
jou de bekroning van het stekelige verbijten.

Geen uitgebeten karkas, maar een aartsengel
blauwend uit het ebbend dartele water -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  zaterdag 17 oktober 2015






Friday, October 16, 2015

NAAR EER EN GEWETEN



















Naar eer en geweten 
(Zo helpe mij God)

(Gelukzaligen de armen van geest)


Ik heb de vogels en de
bomen. Ik trachtte de
namen en de adem.

Ik verzuchtte hen een
goedemorgen.


Ik wist niet of wachten
wakkere woorden kuste

noch wakker worden was,
enkel via het gebed
of het jou te willen

kussen.

Jij die ondertussen
misschien al even

wakker van mij lag
of nog op een oor
op jouw kussen,


onbewust van deze ....
wakkere wereld
ondertussen?...


Met mijn ogen
dicht hoor ik
haar zwijgen


en streel
haar twijgen...


jouw haartjes op je
dijen, aandachtig....


Ik schrik op: dit
beeld was je dus


Ik, " gone to earth ",
stopte bij die enkele
veelvuldige
gedachte.


Was het nou jij
die zo lachte
of een merel
in alarm?


" Spiegel im Spiegel ".
Als alles was
alsof ik het had
bedacht.


Wie fluisterde mij
dan deze woorden in,
ik " Salve Regina ",

armzalig van geest?

Of was het God soms?

God, was jij het?

God?

Waar ben je?!


Vrijdag 15 oktober 2015,  Olvendijk,  GGZ Instelling Willibrord,  Heiloo




Thursday, October 15, 2015

WATERDRAGER NAAR ZEE


















Waterdrager naar Zee
(Bestemming onbekend)


Toen ik stenen beroerde
verroerde zich een
vin.


Hij, of zij...het is
om het even...

stroomde

" Backwards into the deep
blue see "...


Nee, ik was het,
nam woorden
mee, van
oever tot oever

tot ik een
kweldernaam
ontmoette.


" Ga je mee ", fluisterde
ze zacht, naar je
werkelijke bestemming,

jouw ongekende origine? "

Ik raapte de schelp op
en ketste haar,
kuste haar stuk

in de branding,
sensueel als satijn.

De onverwoestbare golven
werden wakkere meeuwen
in schatervlucht

terug.

Wuivend Helmgras,
Stekelige Zeedistel
tot sier.


Hier verblijf ik voor
eeuwig.


Maar wat moet ik
met het Helmkruid
aan te vangen
als er niet 1 Anjer
was als jij? 


Ik begeleidde jou
tot Riddernarcis

en sprak ineens
een taal
van
zoetzinnige

woorden.

Poëzie voor
mijn part.


Kuste de kust
en jouw zilte
lippen zacht
tot mijn oorsprong,
sussende liefde
in het zachte mos.


" Word wakker
liefste, word zacht, een
mens een meeuw,
een ogenblik
van ruisende stilte. "


En ik begreep mijzelf
de schelp ruisend
aan mijn
ontroerde oor -



@ Elbert Gonggrijp, donderdag 1 oktober 2015,  Olvendijk, Heiloo,  st. Willibrordus,  GGZ NHN,  na creatieve therapie en namen noemen

@ Foto Elbert Gonggrijp,  Tete a Tete Narcis,  maart 2014
Zeedistel
Foto Conny Lahnstein,  juni 2014


@ Foto Ilse Kalee-Gonggrijp,  augustus 2011
Witte Anjer

Thursday, October 08, 2015

SENSUAL WORLD

 
 
















Kate Bush,   " The Sensual World " (1988)


Sensual World

Voor mijn liefste Conny Lahnstein


Wanneer ik dit boek terzijde leg, wie heeft
dan de langste adem als ik zeg dat jij dat
bent, mijn Pica Pica, mijn gauwdief, mijn
Ekster, een roversnest vol goede daden?

Waar het zwakke vlees een bloeiende roos
of iets glinsterends onecht, maar voor de
heb, de sier, het olijk mededogen dat
deinend oog en oor verblindt?

Ik speel met de wind hoeveel richting
dan ook. Jij bent mijn Indian Summer,
maar alsof in rook de eerste nevelige
gedichten aan meer.

De nacht ravenzwart, hijgt amechtig tot
een tijd van stilstand die neigt naar een
stille overpeinzing.

wie ben ik dan, een heilig wonder dat
zonder eten of drinken kan? Hoe moet ik
jou bepalen als er geen wakkere kus?

Dit is het dus: Ik verbrand mijn tong
aan de Poëzie en besmeur mijn vingers
met vergeefse inkt.

Een verlopend handschrift dat wegwaait
in het natte gras: " Olla Vogalles hebban
estas bigunnan hinase ic enda tu... "
Een verwelken in bijkans onmachtige
gave.

Kom dus gauw terug, mijn vrouw,
leg jouw hoofd weer op mijn schouder.
Maar dit terzijde.

Noem mij welteverstaan bij mijn
naam, heet mij welterusten - samen.
En kus mij alvast voordat ik jouw
dromen reeds verpats - samen

onder een dak - sensueel fluweel
voor een raadselachtiger wereld -


Elbert Gonggrijp,  Heiloo,  Olvendijk,  Gesloten Unit A.,  woensdag 8 oktober 2015,  4:51 uur