Saturday, September 22, 2012

BROER KONIJN



BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel
" Voorbij elk kijken " (2011)


Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken. 


Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik


thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik


wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan


zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.



Elbert Gonggrijp,  Heerhugowaard,  2009(?)
 Schilderij @ Maceij Francisz " Wild Rabbit "






BROER KONIJN



BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel
" Voorbij elk kijken " (2011)


Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken. 


Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik


thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik


wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan


zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.



Elbert Gonggrijp,  Heerhugowaard,  2009(?)
 Schilderij @ Maceij Francisz " Wild Rabbit "






Broer konijn



BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel " Voorbij elk kijken " (2011)


Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.

Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik

thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik

wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan

zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.



Om de stilte heen



Als je het niet wist, als je
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:

laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.

Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.

Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.

Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.


Water and dust

Water and dust
Muziek Antony and the Johnsons


Dan gaat het zo: water te worden,
dorstlessend water, stof te zijn, droog
stof, in elk atoom, in al het herhalen.

Als wij koud zijn, water en stof, zal
het ons vergaan en niets te denken
geven dan wat er overblijft.

Niets te weten of te horen of dode
dingen tot geluk kunnen behoren,
levend, zonder zorgen.

Wat er overblijft: iets in de tijd, iets
van zijn vorm, tot het zich loslaat,
tot ik vergeet.

Ik zal het geduld zijn dat ik besta.





Tuesday, September 18, 2012

Decorum



De tijd vertraagt, de dag doet
erg voorzichtig. Er komt een
herfst aan, rijp en roestig
van geduld.

Alles aan een zijden draad.
Spinrag van huiver en angst.
Ik moet aan elk triest voorval
wennen.

Oppervlakkig land vergeet zijn
rijkelijke oogst, zal van voor
af aan beginnen. Het zaaien
mist een node hand.

Beslagen nu de dromen van een
verhitte zomer. Oude vingers
vormen dikke tranen. Druppels
langs verlopen namen.

Dreigende wolken spannen samen.
Regenschermen die het land
verwerven. Dit wordt mijn
thuis, nat tot op de huid.

Het gepopel aan de ganzen.


12 tot en met 18 september 2012

Monday, September 10, 2012

(Geen titel)

Voeten willen altijd anders.
De vloedlijn wemelt ervan.
September heeft haast.

Nu de laatste zonnestralen.
Branden doet bakken.
Als verlamd.

Op de uitkijk blijf ik wakker.
Schelpen geven geen repliek.
Het zandkasteel houdt stand.

De dag verdampt. Mensen
weten van zichzelf, gekend
of ongekend.

Wie thuiskomt zal de zon
vergeten tot de zon hem
terugverlangt.


Egmond aan Zee, 9 september 2012

Friday, September 07, 2012

Nanacht

Verloren liefde

Geen lijf, geen liefde. Wakker worden heeft
een ziel van leegte. Van alle woorden word
ik bang.

De sterren staan te vergaan. Een stille maan
heeft te verbleken. Er is geen omkijken naar.
Een schamper vergeten.

Hoe oud moeten wij nu verder gaan. De vroegste
vrede zo tergend langzaam dat het bed ons
dreigt te verlaten.

De nanacht heeft er oren naar. Wat wij ons
ervan inprenten maakt dromen overbodig.
Handen tastend naar onmacht.

Zo wil ik niet verdwijnen. De ordeloze lichtheid
van een ongewenste morgen. Het is te snel
en hopeloos te leven.

Geef mij dus even. Ik ben aan ons afscheid zo
gehecht. Als het het laatste zal zijn, is elk
wachten geslecht.


7 september 2012

Sunday, August 19, 2012

Wat ontbrak



Van het pad geweken, in het duister
omgezien – het konijn voortvluchtig
voor onze voeten, de merel verstoken
van zijn zang.

Alarm – wat zich niet laat zoeken moet
dus wel verborgen zijn – op zijn hoede
– wat zij veinzen heeft geen groots
alibi.

Wat heeft tijd – de bomen weten van
geen antwoord – er wil geen weg terug
– ouder, triester – elk seizoen weer
anders.

Jou te zien vluchtig als vogels – buizerds
verdwijnend op thermiek – lome cirkels
in een hete hoogzomer.

Het papier kan weg – zodra het zwijgt wil
geen letter blijven – inkt vloeibaar tot
de regen.

Ik moet verder.


20 augustus 2012


Sadness


Mooi is ze, koningin van een
zomer, maar wat zegt het.
Luchtig draagt ze haar woorden,
maar wanhopig en wit.

Een verbazend warme augustus,
zich verkoelend aan de wind
die zachtjes fluistert in mijn
oren.

“ Het is je tijd nog niet. “. Jij ritselt
tussen mijn gedachten. Het wordt
oud voordat je ze leest.

Koeien grazen de gretige dag, het
landschap slaapt vredig in. De
zwaluwen willen haast.

Ingehouden het afscheid dat ik
voor je schreef. Ik zou naar meer
moeten verlangen.

Niets zo trefzeker als die stilte.




19 augustus 2012

Monday, August 06, 2012

Wat ik vond

Strandexcursie KNNV Petten


Er is geen detail gelijk – een schelp, een krabbenhuid – en
maar zoeken, met handen in het zand – stenen om te
keren – als kinderen, de emmers vol garnalen – even
verbaasd, even gretig.

Waar is de tijd? Soms heeft het jaren, soms verdwijnt zij
bij het benaderen – wieren kwetsbaar woelend in het water,
kwallen doelloos tot de dood – de namen brak van klank,
de kennis vervagend tot een vraag.

Wat ik vind slaat boeken open – achteraf. Waar ik kijk kent
houvast het bewijs – aanspoelsel aan de kantlijn van mijn
dromen – nog altijd – eb en vloed te samen. Het jutten
dat een kleinood loont.

Elke voetstap tot vondst vertraagd – grip te houden op
vandaag – nooit meer om te zien en terug te keren – te
beamen of te verwerpen – tot de zee, de onmetelijke
zee.

Mij te noemen bij de letters van dit ritme – golf in, golf
uit. Wat ik zocht zal ik steeds leren – te kruipen diep mijn
adem in. Bloed zilt sidderend door mijn aderen – tot het
land langzaam bewegen.

Luttel relict van ouder leven – wat naruist doet zijn inspraak
in de wind – het oor tot klank verbogen. Als je goed
luistert kun je mijn stem hierin horen.
Schelp tot de allerlaatste keer.


6 augustus 2012

Sunday, July 15, 2012

Vooruitzicht

In memoriam Rutger Kopland


Er is geen oponthoud. In
alles ouder wil geen wereld
stil gaan staan.

Maar uitzicht kent uitzicht en
heeft geen namen. Zelfs toen
je was weggegaan.

Denken is vooruitzien.
Het herinnert zich, vroeger
of later.

Wij lezen de grondtoon van jouw
zwijgen. Een mens, verborgen
in de kantlijn.

Hier op te houden. De deur dicht,
de sleutel gebroken. De dichter los
van de toekomst van zijn dromen.

Het uitzicht blijft.


15 juli 2012

Wie ik was

In memoriam Rutger Kopland


Beseffen tot ik het weer wist, de deuren
altijd open. Naar buiten kijkend totdat
ik je niet langer zag.

Er is geen God zo groot dat het zich
meer verlangde: een beek geklemd
tussen haar oevers.

Wat ik wil zeggen legt zich niet vast.
Wie van zichzelf zwijgt, herinnert zich
geen ander.

Mooier is er niet. De stilte dicht. Wat
hierna komt kent geen woorden. De
toon gezet.

Er is geen afscheid. De tuin zal zichzelf
nooit verlaten en de merel zingt zijn lied.
Hoe het zal zijn kent weinig heimwee.

Wat blijft is een lege plek.


15 juli 2012

Thursday, July 12, 2012

Niche

Bankje Park van Luna


De bomen leren zwijgen en riet kent
ruis. Hoe nauw luistert het water naar
de schittering van haar golven?

Jij kent mij amper. Ik geef niet thuis. Er
is een kind voor nodig om tot mijzelf
te komen.

Als ik opkijk is wie ik liefheb voorgoed
verdwenen. Ik kan liggen waar ik was,
voor de wereld alsmaar dover.

Heb ik voor mijzelf gekozen? Een
verloren zoon geboren tot het schier
onmogelijke?

Wat ik weet ruikt naar beloftevolle
ochtenden, een moeder met een
blanke huid en open armen.

Zij lacht. Waar zij ontspringt, heeft de tijd
haar seizoenen, kan ik nooit de laatste zijn.
Waar ik stop, ben jij ooit begonnen.

Zal ik blijven of alsnog opstaan? Wie mij
loslaat kent weinig heimwee. Ik orden
mijn gedachten tot mijn laatste leeftijd.


30 juni tot en met 12 juli 2012

Monday, July 09, 2012

PAUZE

PAUZE

Ter nagedachtenis Hans Faverey


Zo ledigt een glas niet zichzelf,
valt een steen niet over zijn
zwaartepunt.

Water, reikend tot de mond,
handen tastend naar houvast,
wachten nog op mij.

Iets moet vaart krijgen, aanvangen,
voordat het stuk valt, de grond
raakt, weg stroomt.

Het herhaalt zich, krijgt gestalte, om
aan te vangen, steeds opnieuw
en opnieuw.


Gedichten 2005-2011



Distance and time


Naar song Fink

Als de tijd komt, als wij aarzelen
om elkaar te ontmoeten of
tegemoet te komen,

als tijd nog rijpen moet om
roos te zijn, vlinder, of iets
tussen elke vorm van liefde in,

laat ons dan zijn waar we voor
gekomen waren, laat ons tijd
zelve zijn en rijpen,

de klok stil te zetten en verder
te gaan waar wij ooit gebleven
waren, in het volle licht,

bij het vallen van de avond.


Gedichten 2005-2011



In duizend zoete armen

Etty Hillesum


Wie ben ik dan, als ik over liefde
zwijg, wie ben jij dan? Er
wordt tederheid verwacht.

Er worden mij duizend zoete
armen toegedacht. Wat bracht
jou tot mij samen?

Kennen ogen hetzelfde doel?
In het kijken het tederste te
beleven, wat wij van

elkaar verstaan? Liefste, in
de holte van de nacht kent
stilte vele talen.

Er is geen ontwaken aan. In
duizend zoete armen
moeten wij ons

verwarmen. Los, samen, in
en uit elkaar. Geef ons de
genade. In duizend

zoete armen wil ik wonen.


Gedichten 2005-2011

Thursday, June 21, 2012

Weelde

Opdracht subgroep Schrijvenswaard “ Bloementuin “


In al het kijken neigt het bewonderingwaardig
cliche – bloemen, gerangschikt naar eigen
aard willen voortaan weelderig lijken.

Waar verblijft de tijd? Vergankelijkheid kent
haar seizoenen – in een enkel jaar kunnen
kleuren pracht en praal bepalen.

Tot in het vergaan. Wat steeds blijft wil altijd
anders, bloei en groei gelijk. De insecten
schrikken er van.

Ik verken vertrouwd mijn paden. Wat mij
aangaat kent mijn richting, de geuren
achterna.

Als ik omzie is het te laat. Het moet nog een hete
zomer worden om mij alsnog te ontmoedigen. De
tuin heeft haar omtrek nog niet verlaten.

Wij noemen dit ervaring.


21 juni 2012

Tuesday, June 12, 2012

Wissels

Opdracht Schrijvenswaard


Wij rakend aan een tijd die ons voorbij
raast. Het tegenovergestelde verwachten
– een wederzijds begroeten, een trein die
met elk gesprek verder gaat.

Niets ervan is waar. Over en weer vindt een
elders plaats. Een afstand die zich niet laat
bedwingen. Elke seconde er een te veel.

Als je op kijkt blijkt alles net zo goed
voorbij. Zonet nog de wissels. Wat wij van
elkaar wisten zal zich niet meer herhalen.

Elk herkennen op dood spoor gezet. Waar
ik je zag zitten een lege plek – treinen
die strak op schema gaan. Denken niet wetend
wat passeerde.

Vragen even nutteloos als beantwoord.
Wie ons tegenkomt kent louter toeval.


12 juni 2012

Monday, June 11, 2012

Toestand


Opdracht subgroep Schrijvenswaard


Mijn kijken is degelijk waar. Het fietsen
verbreedt mijn horizon tot een niet te
onderschatten verte.

Ik ben zo hier als ik nu ga. De weiden zijn
van vroeger tijden en de vogels blijven
zelfverzekerd.

Waarom zou ik nu lijden? Niets dat op
rampspoed lijkt hoe waarschijnlijk ik
het ook mag vermoeden.

Het uitzicht mag nog even en de zon heeft
geen haast. Wat ik wil vertoont haar
glorieuze toekomst.

Het hoge gras wuift zijn speelse streken, de
grutto blèrt zijn felle heden. Paniek om
schurkenstreken.

Als ik afstap is het volop zomer. De gedachte
niet meer voor of achteruit te branden. Waar
ik mij bevind volledig om het even.

Het brood het brood en het water smaakt naar
water. Het is tijd voor de rust om volledig
te gaan zwijgen.


11 juni 2012

Tuesday, June 05, 2012

Buiten beeld

Documentaire over dichteres Judith Herzberg


Laat wat zich aan mij afspeelt slechts visie zijn. Het
diafragma niet vervuild door de nieuwsgierige
blikken van wie mij weten wil.

Geen spullen die ik achteloos met mij meedraag.
Een decor van horen zeggen, een vermoeden van
mijn karakter.

Wie mij toeschouwt, staart zich blind op niet
toedoende zaken. Buiten mij is een wereld die
mij hongerig ontkent.

Zo wil niet leven, zo zal ik niet schrijven. Afstand noopt
taal tot tekens te bewaren. Zonder opsmuk, zonder
tranen. Wie ze leest, kent de strekking.

Kleine, tot in de details. Uit mijn denken moet ik straks
blijken. Wie ik zo ben leert mij de tijd. Hoe men mij
aantreft volstrekt onbelangrijk.

Genadeloos de hand die mij leidt.


6 juni 2012

Tuesday, May 29, 2012

Constante



Wat van tijd weet, houdt het midden
tussen geboren worden en gedoemd
te moeten sterven.

Ik zal mijzelf aanwezig zijn. Als ik
opkijk wil een vlinder wijken, kan
de kastanje uitgebloeid blijken.

Maar al het veranderlijke kent een
constante. Het wil van origine
zijn vaste plaats bepalen.

Tot herinnering aan toe. Als ik
opkijk ben ik wat ik van mijzelf
ken al lang vergeten.

Wie is wie? Geen ontsnappen aan.
Het benoemt steeds wat voor zichzelf
heeft gekozen:

Een reis zover het letters schrijft - de
een voor de ander.


28 mei 2012


Tuesday, May 22, 2012

Officieel

De eerste officiële zomerdag


Er kan weer zomer. Onzin kraamt weer
streken uit van houden van en hoop
van zegen.

De vogels hebben haast hun repertoire
te declameren, nest en drang tegemoet.
Ongewis wat rest van al dit beweren.

Is het niet te vroeg? Hebben wij verzonnen
wat nog niet ter sprake kwam? Als ik naar
je omkijk begint het voorzichtig zoeken.

Nu is het dan nu zover. Voordat wij het beseffen
zijn wij in elkaar verstrengeld. Er is een kijken
dat geen weerstand biedt.

Bloot en vrij de gedachte aan warmte. Elk
ander geeft weer een beter perspectief. Te
groeten of om mee te praten.

Waar dit eindigt weet niemand. De zon zal
het ons leren om niet al te voorbarig te zijn…


22 mei 2012

Saturday, May 19, 2012

Darwin



Zolang het zich voordoet en telkens haast
heeft om te worden vergeten wil mijn blik
het nog begrijpen.

Het is niet anders: herinneringen verslappen
de aandacht van wat wij werkelijk willen.
Toekomst zonder tegenspraak.

Ik benijd deze grillige wereld. In haar doen en
laten houd ik haar bijna voor onmogelijk.
Taken ruim verdeeld tot de allerlaatste snik.

Zou ik kunnen worden wie ik was? Waar ik in
elkaar grijp hangt alles met alles samen. Ik
sta niet in voor de gevolgen.

Een aap verwant aan zijn primaten. De tijd tikt.
Vanuit mijn sobere woorden sla ik vuur uit
eigen handen.

Het zal een hele klus worden deze vooruitgang
daadwerkelijk te veranderen….


20 mei 2012

Thursday, May 17, 2012

Terloops



Orde, niet bestaand van vorm, wil zich kenbaar
maken. De dingen hebben haast. Zij weten niet
beter.

Bestaat er een gemis aan woorden? Laten zij zich
schikken naar de volgorde van hun toekomst.
Herroep ze.

De tijd zal hier de leidraad wezen. Wat zichzelf
heeft leren zwijgen, weet van zichzelf geen
behouden terugkomst.

Hoe terloops vliegt een dode vlinder, hoe vertraagt
een kille steen? Aan alles wat ik niet verander is
een einde hoogst onzeker.

Leg bloot wat zichzelf niet prijsgeeft. Wat stilstaat kan
verlegd, verschoven, geloofd. Niets mooier dan de
kennismaking met dit Godsonmogelijke.


18 mei 2012

Wednesday, May 16, 2012

Belofte


Opdracht Schrijvenswaard


Ze zeggen: ze moeten nog gebeuren, uit de aarde
vandaan gekropen, de winterslaap uit de ogen.
Vanwaar zou ik dit geloven? De eersten zag ik
reeds terdege, de laatste vooralsnog.

Maar de mei is koud en hoogst onzeker. Het groen
huivert nog tot de huid, de wolken ogen sjagerijnig.
Ik kan geen kant meer uit: een zwaluw maakt nog
geen zomer. Er is nog geen reden voor hun tijd.

Waar zou ik zijn zonder hun liefde? Het nest dient
gebouwd, mijn leed geleden. Het zweven boven
een zwaarwichtige wereld uit, ontstegen aan de
wortels van het aards bestaan.

Alles kan. Wij hebben nog een heel leven voor de
boeg….


15 mei 2012

Thursday, May 03, 2012

WILDRIJK + Foto's

Wildrijk
KNNV excursie St.Maartenzee


Blauw is het juiste woord niet. Het is een verkleining
van de dichterlijke impressie, de expressie van een
geëxalteerde schilder. Niets laat ons onberoerd.

Het pijnlijke van het omschrijven is niet te weten
wat je weet. Het houdt niet op bij wat wij denken.
De hyacinten nog het meest.

Zij dwingen aandacht af. Niet om wat zij zijn, maar
waar zij naar kleuren. Tijd om stilstand af te leggen
in een onbedaarlijk zwijgen, hoe oud dit ook is.

Het onmogelijk oneindige. Tapijt na tapijt. Wees
aardig in het schrijven. Er is een kans dat zij nog
blijven, hier op het maagdelijk papier…


Elbert Gonggrijp,  Heerhugowaard,  donderdag 3 mei 2012.
Foto's Elbert Gonggrijp,  Wildrijk,  zaterdag 6 mei 2017



Monday, April 23, 2012

Resonantie



Een vergelijk. Twee neuzen staan dezelfde
richting. Wat wij gemeen hebben krijgt immer
ons gelijk. Het spant erom.

Te wonen in eenzelfde huis. Ik was voortaan de borden
af en jij reinigt steevast het fornuis. Eten zo gemeen
als leven met de liefde.

Geen tegenspraak. Wat wij zoal doen willen wij niet
weten. Het dient zich aan zonder fatsoen. Zachtjes op
de keukenvloer. Kermend onder lakens.

Ons onszelf te laten. Samenhang van daad en wilskracht.
Wij nemen de papieren door: wij tot elkaar verloren.
Wij niet anders dan een enkel wij.


23 april 2012

Sunday, April 22, 2012

Tour de force



Een hand niet groter dan de mijne liet zich niet
duidelijker omvatten omdat het niet anders kon.
Het kon niet weten wat het wilde.

Ik ben bij je zei je maar jouw toekomst wilde anders:
een constant veranderen in spoedig verlaten. Nergens
anders trof ik zoveel bijval.

Als ik toekijk kan ook ik veranderen. Niet boos of bang
voor verwilderde woorden. Wie ze haastig plaatst kent
geen gewillig oor.

Niets vergankelijker dan een gebiedend lichaam. De
liefde moet van wanten weten. Ik kijk niet op. Ik weet
heel zeker dat niets nog blijft.

Uitgerangeerde gedachten. Tot de dood ons scheidt
hoeven wij niets van elkaar te verwachten. Ik trek mijn
knieen op en maak mij klein voor het naderend duister…


22 april 2012

Friday, April 20, 2012

Predestinatie

Een discussie over de dood


Elk mens een laatste wens erkennen. Een
dood veroordeeld tot het graf. Hoe zeg je
dat in laatste zinnen?

Onaf wordt elk leven volbracht. Het heeft
in de tijd gezeten dat alles hier te samen
kwam.

Zo moest het zijn gegaan en laat zich niets
nog tegenspreken. Zelfs het lijden krijgt
zo zijn reden.

Ik tandenknars. Is alles dan voor niets
geleefd als elk eind bijtijds is vastgelegd
en het zich steeds maar laat voorspellen?

Geen toeval plotseling om de hoek die
wreed zijn roet in het eten strooit. “ Es
muss sein “ een loze kreet.

De stervenden weten beter. Er kon zoveel
meer, er had zoveel anders. Het is de angst
om wat ons wacht.

Wij sussen ons tot zeker weten…


20 april 2012


Wednesday, April 18, 2012

Leemte

Het bed, bijna onbeslapen verlangt des
te meer naar pijn. Had ik je al gekend
dan was mijn gemis herkenbaar. Ik ken
je echter niet.

Ik wil geen keus om te kiezen. Als jij mij
aanhangig bent wil heel mijn leven
gewichtig zijn. Tegen die tijd in zoekt
heimwee minnaars.

Zou ik wonen, dan insgelijks. De koffers
klaar, de reis geduldig. Waar ik aankom
heeft leemte partners en telt elke
ticket ruimschoots voor twee.


19 april 2012

Tuesday, April 17, 2012

Openbaar vervoer

In en uit te checken en God mag weten
waar naar toe. Steeds dichter van elkaar
verwijderd bereiken wij een eendere
reis.

Ongeacht bestemming of route. Als ik jou
was kwam elke aarzeling op tijd. Ons hoofd
uiteindelijk scheef in ongastvrije stoelen.
Wat willen wij bedoelen.

Waar wij ooit te samenkomen, zoeken wij een
overstap. Kille bedragen voor de laatste meters.
Wat wij van onszelf herhalen is accuraat en
vingervlug. Tot aan de laatste rode cijfers.

Hopelijk genoeg.


18 april 2012

Monday, April 16, 2012

State of mind

Gewekt door een merel


De schemering half doordacht, de berekening
geen ogen open. Wie zichzelf zoekt wil straks
grenzen kennen, gebaren van hun slaap ontdoen.

Een perspectief van nieuw ontwaken. De zang
als eerste, triomfantelijk in het proberen. Merel
tot wederzijds gehoor.

Aarzeling wachtend op zijn aanzet. Wanneer ik
opblijf zal alles nog opnieuw beginnen. Hij gerijpt
tot de klanken van zijn herkomst.

Waar ik verkeer heerst geen tijd. Wil ik verder
vinden moet ik mij onzichtbaar maken in de
fluistering van die ochtend.


17 april 2012

Friday, April 13, 2012

Zoals altijd

Zang omwille van het nest, legsel als
nooit tevoren. Wie gehoord wil worden
moet van goeden huize komen.

Wat wij van elkaar verstaan zal uiteindelijk
liefde voelen, vleugels krijgen, vrijheid
kiezen.

De balts vooralsnog. Elkaar diep in de
ogen kijken en weer weten hoe laat het
is.

De inzet hoog. Wie afdwaalt heeft weinig
hoop op goede herinneringen. Kroost, het
een na het andere.

De tijd is gewillig en vraagt niet om heimwee.
Elk probeersel kent nog zijn kansen. Wie hoge
ogen gooit hoeft niets te veinzen.

Vergeet toch je vragen. Ik blijf bestaan waar ik
ook heen ga. Zo strijk ik neer en schik mij mijn
veren. Tot in het laatste uitdovend woord.


14 april 2012

Friday, April 06, 2012

Op weg

De dag voor de reis naar Groningen


Op weg te gaan naar elders. Nu weer in de lente,
het spoor geduldig. Treinen op weg naar mijn
oud domein waar de tijd niet stil kon staan.

Een stad als Groningen. Geen enkele student nog
amicaal en allen constant van naam veranderd.
Mijn jeugd zal hier nooit meer toekomst blijken.

Het landschap kent alsnog erbarmen en raast met
reuzenvaart voorbij. Hoelang het duurt voor ik hier
mag wonen. Een ouder huis dat uitzicht heet. Een
reis naar het meest geborgene.

Tijdelijk. Hier zoek ik de rust en al mijn verloren uren.
Oude relikwieen die dorsten naar veel heimwee. Laat
eerst het stamcafe mij maar groeten. Ik zal de kunstenaar
zijn die ik probeerde. Een welkom van weinig woorden.


6 april 2012

Tuesday, April 03, 2012

Al dat wachten

De nacht is geduldig en de morgen straks nabij.
Schimmen willen voorzichtig vormen worden.
Bij het aanraken van jouw lichaam kom ik
op de liefde uit.

De dood even onherroepelijk als de kus die ik
omarmde. In een adem noem ik de vraag wat wij
zoal achterlaten. Het is een kwestie van tijd.
Als ik verder mocht kijken is niets blijvend.

Zo word ik steeds meer verbazing. Statisch is het
woord niet. Leven een kwestie van wachten. Als
jij thuiskomst maak ik foto’s. Geleende stilte
voor een schijnbare eeuwigheid.

De wijzers hebben geen haast.


3 april 2012

Sunday, April 01, 2012

De nacht valt

Waar ga ik heen? De slaap moet weer gevat alvorens
iets te ondernemen. Wie uithuizig blijft kan zijn elders
niet makkelijk vinden.

Als de nacht barmhartig is zijn zij vrienden, in het park
gewillig onder een krant. Voorlopig heb ik het rijk alleen,
vind mij geborgen onder dekens.

Laat mij zeggen waarin ik woon en de nacht kan mij niet
deren, vriend of vijand eigen. Zodra elk duister toeslaat
hoef ik niets te verbergen.

Het verhaal zover gesloten als de tijd mij dat hier toestaat.
Geen gordijn nog open, de deuren in het slot. Je komt van
goeden huize om hier binnen te durven komen.

Het is de liefde niet. De strijd zal ongeoorloofd zijn om van
mij te kunnen houden. Het bed geduldig bij zoveel onkunde,
zoveel zoeken naar niets.

Maar de nacht wacht en weet het zoveel beter…


1 april 2012

Saturday, March 31, 2012

Poging tot lente

Kijk mij eens in het gezicht: ooit moeten wij
weer jong zijn, lachen met eenzelfde lach van
vreugde.

Het is zover: de ochtend wordt steeds eerder,
de liefde steeds meer feller. Als wij ontwaken
is het kwaad reeds geschied.

De tijd heeft haast, geeft ons zingen aan de vogels.
Wij bouwen weer een nest. Wie ons dit nadoet
is in wezen knettergek.

Elke keer hetzelfde. Als de lente kleur bekent,
dreigt de drang om present te zijn, broeds
of overmoedig.

Wat wij nodig hebben is geduld om dit verhaal
zorgvuldig af te maken opdat het lege magen
vult – ook de kleinste.


31 maart 2012

Intieme vreemden

Nu weet ik wat ik worden wil. Als het vorm
krijgt, geef het handen. Een belofte vanuit
elk detail.

Klein, maar tastbaar. Hier en vooruitziend.
Het oog laat het niet los. Wij zoeken het
bij name.

Een mens roepend om de lente. Een dier
wachtend op zijn gade. Een bloem zoekend
naar de zon.

Wie wij zijn. Nog intieme vreemden. De tijd
zal het ons leren. Voorbij de laatste winter.
Een spreken met de tijd.

De hemel blauw en open.


31 maart 2012

Wednesday, March 28, 2012

Stilleven

In allerijl tot stilstand komen – geen woord
teveel. Bewegingen verstard tot naakte
atomen. De tijd erover en niets blijft heel.

Zodra de verwachting opsteekt, kunnen de
beloftes worden nagekomen – lichtsnelheid
in het kwadraat.

Het oog hoognodig om te zien waar jij
vandaan komt.


29 maart 2012

Monday, March 26, 2012

Continu

Ze zeggen – ik besta. Ik kom in vrede. Ik
weet van geen herkomst. De dingen verlangen
de nacht tot zij ervan zwijgen.

Wat doet een plant? Komt zij tot stilstand
en verlangt niet naar water? Dooft ons
de lamp omdat zij de tijd heeft?

Ik beraad mij de toekomst. Ooit wordt
het anders en brengt mij nieuw leven
– statisch en eeuwig.

Naief de gedachte dat dit standhoudt….


25 maart 2012

Saturday, March 24, 2012

Wat blijft

Het witste wit


…is leegte het meest. Een uitgesneden
wit waar geen woord nog tussen zit,
tijd nog ongelezen.

Waar zullen wij blijven? Niets kent zijn
doel, noch ons gisteren of morgen. Stil
te staan bij een peilloos leven.

Niets door te geven. Zwijgzaam het meest
geringe bericht. Dat aan ons de liefde is
blind achter elk venster.

Het verhaal pover.


24 maart 2012

Mission impossible

Dat alles hetzelfde blijft – de wetten spreken
anders. Mijn tijd kent geen verweer – inkt
vervloeiend in stilstaand water.

Vergeet deze eeuwige lente, denk de zalmen
stroomopwaarts – kuit te schieten tot aan de
dood. Snode plannen voor een onzekere toekomst.

Onvermijdelijke natuur die zich de liefde heeft
eigen gemaakt. Ragfijne bloesem tot belofte,
subtiele letters in intieme brieven waarop jouw
handen rusten – sereen.

Leven om het hof te kunnen maken. Nee, uit
alles komt het meest ontoegankelijke voort
– een man, een vrouw de aarde eigen.

Wij paren onder de grimlach van de maan,
in de schaduw van de nacht. Niets dan te
zwijgen.


24 maart 2012

Monday, March 19, 2012

Een eerste tjiftjaf

Mijn eerste tjiftjaf


Hier ben je dan, na al het wachten – in die
boom, op deze plek, in mijn voorjaar – briljant
zingend in zijn eenvoud dat ik er eentonig van

Word. Een belofte ingelost – vanuit een dieper
zuiden toch weer thuis. De bloemen kunnen
open, nieuw leven weer beginnen bij het

Klinken van dit geluid – heel bescheiden, heel
voorzichtig. Maar ik ontwaak en wrijf de slaap
uit mijn ogen. Het is tijd om op te staan.


19 maart 2012

Tuesday, March 13, 2012

Relatief

Niets zal blijven, niets heeft haast.
Voorbij de dood verliezen dingen
namen – zelfs liefde.

Hoe groots ook – zelfs de tijd zal het
begeven, kent het zwartste gat.

Maar de bloemen die ik gaf, blijven
immer leven – los van elke
vergankelijke gedachte.

Los van elk idee.


13 maart 2012

Monday, March 12, 2012

Voor diegene

In het dagelijks verkeer, waarin ik afstand
wil betrachten, zie ik jou met een niet
te omschrijven schoonheid.

Als ik zorgvuldig mijn woorden kies, blijf ik
steken – blijft het verstand in gebreke en
vergeet het overige de rest.

Er is geen verstand – er beleeft zich de liefde
– onzichtbaar nog – tijd om tijd te verdelen
– hoeveel malen onbekend.

Het is gissen hoe ons ontmoeten net zo goed
weer afscheid neemt, de woorden sober, het
moment goed uitgekozen.

Ook al heb ik je lief – tot nader orde.


12 maart 2012

Hier ligt een dichter

Grafschrift


Inktzwart de woorden die jij niet hoorde
– rouwnagels krassend op papier. Wat
ons omringde – de volledigheid
van een dood die jij bestierde
– zo definitief.

Als alles ooit nog anders wordt, kan ik mijn
stem niet meer verheffen, jouw taal niet
langer lente – bloemen op grijze letters
– gegraveerd voor een heilloos later.

Even dodelijk verdord – mijn blik voorbij
de verte – even duidelijk van naam als al het
nabestaande….


12 maart 2012

Saturday, March 10, 2012

Till nothing matters

Toch nog een voorjaarsgedicht


Daar sta ik dan – leeg en berooid, moet mijn trieste
morgen vullen – van niets kundig, besluiteloos.
Mijn lente kent nog weinig vormen, dient zich
nog met rampspoed aan.

Niet getreurd – ooit vinden vlinders eerste bloemen,
willen vogels lustig zingen - ontspruiten knoppen
aan de bomen - maar het doet nog altijd zeer.

Wil het voor mij wat gaan worden, dient de pijn alras
vergeten, het gordijn voorgoed opzij – opdat het licht
zal binnentreden - ik ontwakend uit mijn zorgen.

Dat ik jou beminnen zal in een dans van louter liefde
- waarin ik van ons weten wil - tot wij meer dan
vrienden zijn - geborgen.


10 maart 2012

Wednesday, March 07, 2012

Alsnog

Voor mijn overleden moeder


Terwijl je weg was, terwijl je niet meer kon – dit alles
haarfijn opgeschreven – laatste woorden – met het
grote waarom – dat de tijd geen medelij had –

Verkapte poezie die jou bewonderde – de kracht
waarmee jij streed – alsnog gedroomd – opdat jij
het nog kon horen – na de dood – uit mijn mond –

een zoon tot zijn ware moeder. Te zeggen wat nooit
ging – hoe voorgoed je ooit zou zijn – duidelijk en klaar
– zonder de pijn van het elkaar te verlaten –

hier, in een ogenblik waarvan ik haast zou zwijgen
– geduldig op papier – het dusdanig voor te lezen dat
geen letter nog verspilling was – nu, onverbiddelijk –

oprecht en even liefdevol – zolang het is gegeven…


7 maart 2012

Eerste tekens

Voorjaarsgedicht


Sluipenderwijs eerste tekens kennen – een
vroege ochtend gedompeld in een langzame
tijd – bloesem ontsproten aan gewillige

Takken, zang naar taal en teken uitgedeeld – naar
elke verwachting – verbazing zover het oog ons reikt
– in dit jongste jaargetij – geboorte boven dood,

Leven vanuit de moederschoot ons gegeven – in
het wassend licht dat geloof en warmte biedt – in
alles zo geborgen – kiem tot cyclus, in elk opzicht –

Te wachten tot het voor zichzelf spreekt – de aanzet
overstegen – belofte die hier uitkomst biedt – vol, in
al haar streven – geen winter meer.

Wij opgaand in de groei van deze toekomst –


7 maart 2012

Tuesday, March 06, 2012

Als het nog moet

Voorjaarsgedicht


Nu het weerloos in zijn vorm besloten ligt,
blijft de vraag nog open – ooit uit de knop
te komen, zang in klinkers toebedacht –

Dichten in zo weinig woorden – antwoorden
die straks bloesem worden, vogels die al
antwoord zijn.

Ik wacht de daden af – kijk en weet de eerste
dageraad – het lengen van de tijd – besef hoe
ook ik mij bekwaam in het ontspringen van
de lente.

Liefde per direct – ons in onszelf te verdiepen
– van hart tot ziel, lichaam aan lichaam – in
een vanzelfsprekend samenzijn.

Dit is het leven – het steeds door te geven wat
leven is – niet verbaasd, nooit bang. Niet
overhaast – wat nog moet kent al de kiem –

In slaap tot het ontwaakt – in voorspoed,
in vreugde.

Ik zal er zijn….


7 maart 2012

Monday, March 05, 2012

Opnieuw

Voorjaarsgedicht voor KNNV

In elk begin – de aanhef van een merel
die weer voorzichtig zingen gaat – in
elk ontkiemen – een zweem van groen
en bloeien – kornoelje, hazelaar – mag

Ik ons weer ontmoeten, aarzelend bij
elkaar. Wie zullen wij zijn? De vorst
net uit de grond, de tijd nog niet op
orde. Liefde schijnbaar woordeloos,

Slaap nog in de ogen. Als wij wakker
worden – in een andere morgen
– omarmen wij elkaar en vinden weer
een nieuwe wereld uit –

Een natuur van het nieuwe leven – taal
en teken – een boodschap ontvouwd
voorbij de zwijgende winter –

Op herhaling


5 maart 2012

Saturday, March 03, 2012

If only

Nummer Fink “ Distance and time “


Slaapdronken van de gedachte – wat
zichtbaar is te moeten missen – zo te
blijven gissen – waaruit ik soms

Ontstond en jij ondertussen de liefde
ontglipte – niets te weten zo onzeker.
Wil het wat worden, laat het dan aan

De vogels, een eerste groet van deze
morgen – alsof alles terloops wil lijken
– een gebrek aan aarzelen – vingers op

Zere plekken leggen, helende woorden
van zichzelf doen spreken – tot het ons
herkent – om in te wonen –

Een plus een.


4 maart 2012

De tand des tijds

Digitale recorder


Dit is het dan – een ruimte die zich vult
met nacht, een kat al zoekend naar haar
stilte.

Hoe kan ik thuis zijn in mijn slapen? De
dag raakt nog alle dingen aan. Zij staan
verbaasd.

Ik heb geen geheimen. Ik orden mij in
mappen waarin gedachten gemeengoed
zijn.

Zo zal ik schrijven – tot aan het zwijgen.
Het bed gereed, de gordijnen dicht. De
dromen open.

Tot ik weer van woorden weet. Een nieuw
geluid zoals geen ander. Onveranderd de
kat in al haar warmte.

Nooit vatbaar voor het een of ander…


3 maart 2012