Wednesday, October 16, 2013

Inner Circle

Ter plekke dichten 6

INNER CIRCLE

Binnen het ongewone van het alledaagse
vond ik jou. Er was niets zo erkentelijk
dan de ingenomen stilte. Niets hoefde
want hoe lang kenden wij elkaar - 

Intieme vreemden - wij hadden het
alsmaar mogen weten gemeen - in
onze armen, in de ademende tijd.
In alles even eenzaam - gedeeld.

Moet ik je nog zeggen hoeveel? Binnen
onze cirkel tekenen wij onze vrede af
- in grote lijnen. Zie, de jouwe zijn de
de mijne. Ze komen nooit af - ze gaan -

donderdag 10 oktober 2013

Wat ik nooit wilde

Ter plekke dichten 3

WAT IK NOOIT WILDE

Terug te geven wat ik ooit kreeg en wat ik
verlangde. Het was niet aan de woorden,
het was niet zozeer wat ik wist, maar
van jou al had beseft.

Vergeet wat ik bedoel - het is zo gruwelijk
dichtbij dat ik mijn letters bijna dubbel
kan gaan lezen. Het is niet de liefde, nee
zelfs niet het meest mij eigen.

Het is meer zo'n vorm van zwijgen dat
mijn wereld er steeds van wakker wordt
- een meedogenloze pendule die zich
slingert tussen angst en koestering
tegelijkertijd.

Waarin dan te wonen? Het uitzicht net zo
onbevredigend als het commentaar dat
mij hier nablijft - bitter als een
onophoudelijke laatste serenade -

donderdag 10 oktober 2013

Obscure Alternatives

Obscure Alternatives
(Song Japan van het gelijknamige album)

Het is de pijn niet, het is alsof wachten – het
eindeloos ongeduld dulden. Hier moet een
ochtend geboren. Lamlendig de eerste
koffie, het droge brood. Nog even.

De eerste schreden. Dagelijks de keuze
om hierbij stil te staan of een andere weg.
O liefste, al was je gebleven, waarom
dan die onvermijdelijke tijd? Nog zo
even en dan weer naar huis terug.

De dag weifelt. Kan ik ooit weer – de
regen en het cafe daarentegen. Ik pak
de krant en lees het nieuws van weleer.

Het weerzien een tijdelijk oponthoud.
Ik sla de pagina's erop na en vergeet
– dat ik er niet van slaap of eet zo
volledig. Wat zal ik doen? Ik zal
jou, maar hoogst obscuur –



maandag 15 oktober 2013     

Monday, October 14, 2013

In zichzelf

Ter plekke dichten 5

IN ZICHZELF

Kan je het horen, dan heeft het de tijd - maar 
voorzichtig. Wanneer je het oor te luisteren
legt wil de adem plots een hartslag worden 
- een nacht die zich een huis van woorden
zoekt.

Zij zijn vergeten, vertoeven in de kieren
van het geheugen, willen blindelings,maar
kennen niet de beelden van vroeger of
weleer. Op het puntje van de tong -
nooit de weg te hoeven vragen.

In de kamer heersen de weloverwogen
planten. Zij hoeven niets te willen weten.
Zij hebben aan zichzelf genoeg - in het
volle licht , in de schaduw van hun
verdwijnen - nooit, te nimmer en
altijd.

donderdag 10 oktober 2013

Tegenbericht

Tegenbericht


Hier wil alles voorbij. Wij weten niet
te zien. In ons vergeten voltrekt het
zich – kleuren verbleken en het ware
leven trekt zich terug.

De innerlijke rust geeft het stilzwijgen
vorm. Hoe de natuur – er is geen
vinden aan. Het riet groeit zijn laatste
tijd, het hoge gras wacht rustig af. Er
valt een dood te verdienen.

Ik slaap alvast –



8 september 2013  

Subtiel

Subtiel
excursie Schoorl KNNV
Digitale recorder, uitgewerkte notities,
met een daarbij passende melodie
gezongen door Conny Lahnstein 

Ik kan je laten zien wat liefde
is - het tooit zich in het
schitterend licht, rult onder
brandende voeten.
Ik kan van alles, bedenk mij
alles, maar het blijft een vorm
van missen. Een grondtoon, een
stem die onophoudelijk
van liefde spreekt.
Een ondertussen dat zichzelf geen raad
meer weet. Het heeft zich stilzwijgend
neergelegd
tussen de vastbesloten
bomen.
(Ik wil je laten zien wat liefde
is - het tooit zich in het
schitterend licht, rult onder
brandende voeten.)
Ik moet mijn heil nog verder zoeken -
(maar ’t blijft een vorm van missen)
in kruidlaag, in zang van
onophoudelijke vogels.
Ik kijk en zoek verder -  jij bent het,
een waar gedicht – subtiel en over
het hoofd te zien.
Wat nu verder?

Schoorl, excursie KNNV, op zoek naar de Dennenorchis

Open boek

Open boek

Ik wil je leren lezen. Begrijpen
in jouw diepste taal. Het heeft
geen zin. In alles wat jij doet
kan ik de pagina's overslaan
die er niet toe doen.

Jij bent zo louter liefde. Als ik
in jouw ogen kijk wil ons
verhaal voor altijd blijven.
Jij bent zo divers, elk plot
een open einde.

De flashback die wij beginnen.
Ik vond jou hier zo midden in.
Het aanhaken bezield met
nieuwe woorden.

Hoezo een open boek? Leg het
weg. Ik wil het hier en nu met
jou gaan leven – letterloos.
Wij zijn onszelf zo overbodig –



30 juli 2013


Alsof jij water was

Alsof jij water was

(Titel ontleend aan een zin
uit een gedicht van
Peters Smulders)


Voor mijn liefste Conny Lahnstein


Dan niet te vangen, dan vaag
te duiden – jou slechts te
willen, zolang ik jou
aarzel, zolang jij
bestaat.

Je bent alsof water, door
zachtjes te spreken,
vluchtig te zwijgen,
zo liefde als
lach.

Voorzichtig, nooit duidend,
geen aandacht te schenken
– ik wil je, maar aarzel.

Zal ik jou vangen met
dierbare woorden? – er
is zoveel honger, maar
evenveel dorst.

Je bent zoals water,
maar eerder dan later.
Er wil nooit iets
zeker of keert
ons terug.



15 september 2013

Weifelende waterlelies

Weifelende waterlelies
(Claude Monet)
Voor Inge Boulonois


Steeds meer minder – het kijken
nog tot meesterhand, de kwast
niet vast van zeker.

In het trillen weifelen de
schijnbare waterlelies – de
waarschijnlijke ogen zoeken
naar helder water.

Maar wij hoeven niet – het
drijven blijft een helder
perspectief.

Ik kan ze zo zomers zien
zwijgen. Eindeloos, in
hun vele vage tinten.



Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, zondag 13 oktober 2013   

Finale

Ter plekke gedichten 10

FINALE

In alles wat ik zoeken wil moet zich ooit
een einde weten - er niet meer van uit te
gaan dat ik stil de deur verlaat en niet
hoef te bedenken waarom -

Het uitzicht kan besloten worden. De luiken
kunnen dicht, de lampen uit, de klok weer
op de nieuwe dag. Het besef kan weer
achter slot en grendel.

Ik kan nu dromen wat ik wil - een onuitputtelijk
jij - daar zijn nu eenmaal dromen voor - niet
in een ontoereikend openbaar maar een
eindeloos prive. Hoe lief - hoezo, mijn einde?

Doe de gordijnen stevig dicht en ik droom je
van binnen - terwijl jij er niet bent - maar
tot slot en eindelijk los geheel ons samen.
Open einde - voor zover -

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, donderdag 10 oktober 2013

Pijnlijk

Ter plekke dichten 4

PIJNLIJK

Als iets zo zacht niet honing zeggen laat - ik
vergat waar ik op doelde. De herfst had
zich een ogenblik te vroeg. Ik had 
gelaten het blad te overzien.

Als het valt wat dan met de nectar aan?
Een zwakke vlinder schrijdt heel
voorzichtig en verpulvert haar
ranke vleugels. De bloemen
bloeien voor het laatst.

Ik wil je teder kussen - lopend tussen
de torenhoge bomen. Hoeveel leeftijd
hebben wij zo aan te gaan? Vergeef
mij - ik had jou in mijn armen.

Ik zal naast je staan - het vurig
verkleuren een eerste poging
tot een niet te stuiten
verzoening -

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, donderdag 10 oktober 2013

Zelfportret

Ter plekke dichten 8

ZELFPORTRET

Kunnen ogen zien wat zij het liefst ontwijken? Ik
heb een ziel, maar liefst niet te grabbel. Ik 
luister naar mijzelf, maar met een half
oor. Tegen mijn gedachten kan ik
niet op. Daarvoor is stilte nodig.

Heb ik een alibi? Nooit hier te zeggen wie ik ben
- daar behoeft een buitenkant en het lef om
te durven zwijgen - een verregende identiteit
- wie is wie in enkelvoudig zelfbesef.

Rangschik mijn cruciale woorden of vergeet welk
stilleven ik heb neergezet - ik heb de tijd, ik had
de tijd - nooit te blijven. Maar jij ontmoet -
zonder onderscheid -

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, donderdag 10 oktober 2013

Glashelder

Ter plekke gedichten 11

GLASHELDER

Hier, aan het woelige water, bedenk ik mij. Eens
een aarzeling tegen willen en weten, nu een 
slakkenhuis die zich achteraf tot relict had 
gekropen. De herfst die zich telkens weer 
in melancholie had te vergissen -

Mijn bedachtzame voeten vinden het natte kille
gras - is er reeds gemaaid alvorens ik haar
stilte onderbrak? Mocht ik hier dan werkelijk
zijn geweest? Ik heb mij bedeesd terug te
trekken.

Glashelder. Jij kijkt mij alsof ik er bijna niet -
maar even vanzelfsprekend. De hand die de
rest - kan ik je volgen, dan helemaal. Tot ik
het besef - hoeveel jaren ouder - de oude
stobben in het bos, nimmer aflatend.

Wat brengt het licht? - Jaren her tot ik jou
heb te leren herkennen - in nieuw zo
vertrouwd. Geef mij mijn hinderlaag - de
knappende takken, jij zo dorstig als water.
Het restant te herbezinnen -

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, vrijdag 11 oktober 2013

Thuiskomst

Ter plekke dichten 2

THUISKOMST

Zet de tijd af, neemt de lach door, tekent
regen op de gezichten. Wij weten ons
van alles, maar niemand heeft het door.

Hoeveel morgen of gisteren past er in
een melkglas, hoeveel leven maakt een
brood? Ik wil mijn jaren verslijten - een
jas hangend in zijn knopen.

Het huis schat zich op waarde. Het maakt
niet uit of ik mij daartoe verzet. Er is een
deur die halfzacht opent met een pas
gebroken stem.

Het bed slaapt. De dekens hebben niet de
haast om met de ogen - Ik blijf vredig op
mijn hoede. De nacht zou wel eens voorgoed
van mij kunnen zijn

- als ik eens wist wie
ik werkelijk was -

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, donderdag 10 oktober 2013

Oktober

Ter plekke dichten 9

OKTOBER

De patronen moeten weer rake grond - zo overbodig. Er
moet geschreeuwd - in kleuren kreten festival -maar
stervend in de vrije val. En dan niet eenzaam zullen zijn?

De klok verzet zijn wijzers en vertraagd het laatste licht. Ik
moet schemeren in mijn praten - dichterbij kan ik niet
komen - jouw glimlach een vagelijk vermoeden.

De zwanen willen wit in een duizelingwekkende vaart -
daar te zijn waar elders. In hun wieken het striemen
van de hoogst waarschijnlijke wind. Zij roeien voort.

De luchten groeien grijzer. Het wordt ons duidelijk hoe
afscheid was bedoeld. Een poging om voorzichtig
te verdwijnen - met uitgestrekte hand, de ogen -

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, donderdag 10 oktober 2013

Sunday, September 08, 2013

Ongeacht

Ongeacht


Hier wil alles voorbij. Wij weten
niet te zien. In ons vergeten
voltrekt het zich – kleuren
verbleken en het ware leven
trekt zich terug.

De innerlijke rust geeft het
stilzwijgen vorm. Hoe de natuur
– er is geen vinden aan.

Het riet groeit zijn laatste tijd,
het hoge gras wacht rustig af.
Er valt een dood te verdienen.

Ik slaap alvast –



8 september 2013   

Eens en altijd

Eens en altijd
KNNV Strandexcursie Petten


Hier ligt een kust, traag tussen de
eeuwige schelpen. De vliegen
bewonen het wier, moeten
haastig, willen weg, zo
voortijdig.

Het beeld wil anders. De lucht
wacht af alsof hier nooit iets
gebeurt. Hoezo de honden
of de kinderen.

Schelpen zo eensgezind
dat er geen duidelijk
verband tussen
zit.

Maar dikwijls – alles lijkt
voorbij, niets verandert. De
afstand wil de weg terug.

De rest is aanspoelsel.



Petten, 4 september 2013

Monday, May 20, 2013

Facade


Facade
Voordracht Wijk aan Zee,
wandeling Stad van de Zon,
meer “ Park van Luna


Het heeft er al die tijd gelegen en
zich zo ten ruste gelegd – een
verbazingwekkende gedachte.

Of de ruimte al eerder die vorm had
gekregen – niets wist nog ergens van,
wij keken niet op of om.

De facade – in het stilstaand water 
plots bewogen te raken – de woelige
golven, de meedogenloze wind. 

Alsof ook jij nog iets te zeggen
had – maar de regen was al zacht
je tegen te spreken.

Sereen de glinstering van je glimlach
– als ik vermoed had hoe diep en
duister jij was, hoe zou jij dan heten?



20 mei 2013

  
  

Saturday, May 18, 2013

Old and wise(Een mogelijk laatste versie...)


Old and wise
(Met dank aan o.a. Jeanine Hoedemakers…)

Er is lef voor nodig om boom te zijn.
Hij strooit seizoenen in het rond.
De boom zegt niets.

Zijn zwijgen een vorm van wachten. Nu
er regen is gekomen, tijd van toekomst
wordt voorzien, is het oordeel snel
geveld – hij zal opnieuw ontluiken

– hoe oud en tanig ook.  


15 mei tot 18 mei 2013    

Thursday, May 16, 2013

Old and wise


Old and wise
Voor M., Dichterskring Alkmaar

Er is lef voor nodig om boom te zijn. Het
verloochent zich niet: vanuit het zaad wordt
een nieuwe anekdote geboren. Hij strooit
seizoenen in het rond.

Nu er regen is gekomen, tijd van toekomst
wordt voorzien, is het oordeel snel geveld:
er moet groei, groen, vooruit gedacht. De
takken niet langer onvoltooid.

Zwijgen een vorm van wachten. Een
smachtend verlangen naar de voleinding
van ons twee – een ontluiken
binnenstebuiten.

De boom zegt niets. In het wortelen heeft
hij zichzelf genoeg en blijft zijn wil
standvastig – hoe oud en tanig ook –


15 mei 2013