Thursday, December 27, 2012

Frictie

David Sylvian “ Victim of stars “

Het herkennen achteraf. Het
is het moment dat wij onszelf
verleggen.

Het onbehoedzaam denken.
Tussen mazen glippend wil
besef namen geven.

Niets kan. Wanneer ik mijn
hand gebruik tot het schrijven
blijkt alles even onwaar.

Nooit iets hetzelfde te weten.
Achter noch voorwaarts. Als ik
stilsta ben ik nergens.

De ruimte zeeën van tijd.

27 december 2012

Approaching silence

David Sylvian “ Approaching silence “,
Meester Eckhart “ Eeuwigheid en stilte “


Als ik mij ervan overtuig
kan elke stilte voor eeuwig
zijn.

Hoe wit wil dit heten. Het
is schril en bruist van leegte.
Wie het ontcijfert heeft de
ziel aangeraakt.

Een innerlijk wachten. Vage
geruchten raken aan de
kantlijn van mijn dromen.
Ik keer altijd terug.

Verdiept in vrede. Waar ik
ophoud zijn geen grenzen. Ik
ga voorbij elk oponthoud.

Hier, waar ik mijn oren
luisteren naar zoveel
onbeduidende vragen…


23 december 2012


Monday, December 24, 2012

Dit uitzicht

Opdracht Schrijvenswaard
Muziek Mick Karn, “ Tooth mother “


Inzicht niet verkregen zoekt zich
naar een beter weten. Ik lees
het af van je gezicht.

Open en tevreden. Liefde kent
geen harde woorden. Zij worden
bijkans opgelegd.

Echte vrienden later bekennen wij
elkaar. Samen te staren naar een
twijfelende hemel.

Beiden. Zal ik gaan of zal ik blijven?
In ieder geval kan het mij ter wille
zijn.

Steevast vooruit. Weer nieuwsgierig
naar mijn nieuwste schreden. Ik heb
de tijd mijn grenzen te overschrijden.

De horizon een onvoorspelbaar
fenomeen voor wie nog verder durft
te kijken.

Ik maak plaats voor haar eventuele
ervaring: een toegeëigende, hier in
dit onbeperkte uitzicht.


17 december 2012

Niet anders



Ik vind mijn vaste vorm in later – huid
door lengend licht betast. Ik weet mij
niets te vrezen. Tijd door nu bedacht
kent een immer betere toekomst.

Waar zal ik de morgen laten? In elk
opzicht schuift mijn denken aan – positief.
Ik zal blijven waar ik zit – per omgaande.
Een geluk die vriendschap overbrugt.

Voor later. Wie mij toelacht is mij nader.
De dagen rijp voor inzicht. Ik kom tot
mijn plek en wacht opnieuw de vreugde
van wat wij ons ervaren.

Verenigd, hoopvol, tot het bewuste van
ons zoekend evenwicht. Een vast geloof
dat wij ons vinden in wie wij zijn en
ooit nog waren, nu, hier.

Niet anders.


17 december 2012

Gnossiennes

Thema Gedichtendag 2012, " Muziek "
Muziek Erik Satie


Ik ben een huis gebouwd op
stilte. Wie mij bewoont leeft
de lege ruimte.

Wie met mij meeloopt wijkt
van het rechte pad. Wat ik toon
duurt lange noten.

Laat mij horen wie ik vergat.
Dieper dan dat kan ik niet
beginnen.

Dit wordt een tergend langzaam
vergeten. Een levensgroot
zwijgen.

Sta ik op, word ik wakker met mijn
laatste uren, in alles weer even
onhandig.

Het oude genoegen aan vroeger
zolang ik weet waar ik ben
gebleven. Luisterend.

Aanwezig.


20 december 2012

Thursday, November 29, 2012

Vraag en aanbod

Uitgewerkte notities memorecorder


Al wat er is, is het niet en kan het
ook niet zijn. Jouw letters hebben
namen nodig.

Geen uitroepteken zo overbodig
dat het naastenliefde kent. Dorstig,
driemaal daags.

Wat ik van mijzelf weet heeft iets
tevergeefs, mist spontane handen
om zich af te vragen.

Waar jij bent. De plek bezet bereik
ik nooit het bed van horen zeggen.
Heengaan krijgt in schaduw bijval.

Ik taai af. Al wat er is, zal het nooit
zijn, heeft subtiele namen nodig.
Letters die zichzelf verstaan.

De ogen zoekend naar een
nieuw gezicht….


29 november 2012

Waarderhout

Memorecorder


Het sterven machtig. Summier de lijnen
van ooit nieuwe populieren. Zij werden
bijkans uitgevlakt.

De kille resten nog onder voorbehoud.
Spechten roffelen voor hun leven.
Groei niet langer onderpand.

Het lot rot tot in een open hemel.
Langzaamaan breken struiken aan.
Volwassen nu op eigen benen.

Voorzichtig zo de hazelaar, een trotse
esdoorn, een eigenwijze eik. Het kruid
hardnekkig in doen en laten.

Wie van paden durft af te wijken, kent
verbazingwekkend veel verrassingen.
Natuurgetrouw en vogelrijk.

Vergeet vooralsnog niet de honden.
Hun uitlaatplek doet blaffen tot het
eind aan toe….


29 november 2012

Wednesday, November 28, 2012

Aanverwant

KNNV excursie “ Duinvermaak “, Bergen


De weg glimmend uitgestrekt biedt
geduldig klinkers aan. Bomen grijzen
onbeperkt in krommende verhalen.

Bladeren hebben vaste grond betast,
bederven in hun laatste stilstand.
Het rulle zand zegt hun welkom toe.

Er is zoveel tijd aan het verdwijnen.
Dennen staren zich rechtop. Berken
zilveren zich tot sprookjes.

Hoe kan je echte stilte onderscheiden?
Door de wind: los van mijn verbazing
kent het bos zijn ware ernst.

Zij lispelt zich het vege lijf. Ruzies
ruisend tot verwante vrienden. Op het
eind telt hout zijn stoere stammen.

Dromen zoekend naar houvast. Zo
oud als ik kan ontvouw ik mijn ik
tot noeste plannen.


28 november 2012

Thursday, November 22, 2012

Noorderplantsoen

De vijver


Bij de fontein alles bescheiden. Niets
ontneemt de rust. Commando’s voor
honden slechts pieken die
verdwijnen.

In de diepte van de vijver een
stekelbaars die ik ontcijfer,
schokkendergewijs.

Schaduwen vallen als dwarslaesies
over het gras, markeringen van
een ontzeggenlijke koelte.

Niets hoeft. De tijd luiert op zijn rug
en telt de wolken. Mussen kwetteren
taal die druk tot nieuwe beelden rijpt.

De vijver: onpeilbaar trekt haar spiegel
zaken recht, verdrijft futiliteiten.
Bomen deinen met haar hemel
mee.

Hoe nu op of om te kijken….


Groningen, 10 juli 1998

Wednesday, November 21, 2012

Tot stilstand

KNNV excursie Geestmerambacht


In het kille licht dat naar winter
neigt slibt nat het drassig land.
De planten kwijnen standvastig.

Vanouds verdort het riet tot
maaien. Weerstand biedend aan
de wind wuiven zilver tere pluimen.

De ganzen weten zich hun haast
verschuldigd. Elk vroeger braak.
Het water rillend om het slijk.

Een reiger krijst. De bomen bars.
Dit oude beeld laat bladeren los,
vergrijst tot een somber fronsen.

Houvast tot vergetelheid. Het
pad verstrekkend tot gevolgen.
Zoals het gaat, zoals het blijft….


21 november 2012

Saturday, November 17, 2012

Tijdlijn

Cassetterecorder, Facebook, levensvisie


Elk anders schikt zich naar de tijd. In
gedachte weet de verandering zich
steeds constant.

Een onbewuste. De steen geduldig in
het wachten, het ei van vogel reeds
voorzien. Het woord heeft nog niets
begrepen.

De seizoenen langzaamaan. Zij weten
zichzelf steeds ter plekke. Hoe ik
verder ga. Elke aandacht dient
opnieuw gewekt.

Als ik opkijk ben ik te laat.


18 november 2012

Friday, November 16, 2012

In herhaling

Cassetterecorder

En nu de schuifdeuren open, maar het
landschap ligt lui uitgestrekt. De ogen
ingedut. Oren kleuren vage klanken
in.

De toekomst ontkent elk nieuw begin.
Wat zich haast verliest de tijd, komt
van zichzelf steeds te laat.

Dit zal mij niet verbazen. Hoever kom
ik met al mijn wachten. Er is zoveel
ritme om mij heen.

Dagelijkse dingen die nooit zichzelf
hervinden. Chaos ordelijk bij elkaar.
Als ik van nu naar daar ga blijft
alles anders.

Wat ik van mij meeneem heeft recht
te sterven. De rode draad vindt haar
open venster.

De schuifdeuren waar het om vraagt.
Cijfers tot Pi aaneengeregen. Uitkomst
voor wie de weg niet ziet.


16 november 2012
.

Sunday, November 11, 2012

Mechanica

M.b.v. een cassetterecorder

Reeksen gloren tot ware mechanica.
Geboren te worden, te sterven
zonder inspraak.

Er zijn getallen die zich voorbereiden.
Gemachtigde pauzes, wetten die hoop
op liefde uitzicht bieden.

Handen niet vergeefs, tranen niet voor
niets gevloeid. De tijd geeft wars van
onze grillen de rode draad.

Een onvermijdelijk waarom weet zijn daad
steeds weer bepaald. Kan het stoppen
dan zouden wij het willen.

Taal voorzichtig leefbaar makend wat
voor eeuwig stil moet staan. Eindeloze
leegte. Slijtage voortaan vastgelegd.

Om nimmer te ontbinden. Ons slapen
verzadigd van elk bekend bedenksel.
Een ogenschijnlijke constante.

Wie mij vergelijkt, vergeet het onbekende.
Een rekening onbekend voor wie voorgoed
de slotsom kent.

Stil te staan – volledig.


12 november 2012

Wednesday, November 07, 2012

Overzee

Voor goede vrienden in den vreemde


Al lijkt er niets te zeggen – van verre
en in jaren ongezien – weet ik mij
nog steeds een vriend.

Dit valt niet uit te leggen. De pen is
sterker dan het gebrek ons dichterbij
te kunnen kennen.

Warmte stroomt uit lieve woorden
– ondanks hoeveel verleden tijd mij
dagelijks van jullie scheidt.

Mijn gedicht wil van binnenuit. Door
mijn mond kan het niet zwijgen,
wil mijn hand niet meer gedraald.

De stilte opgeheven. Mijn land kent
heimwee naar jullie beiden. Mijn
taal heeft altijd kleur bekend.

Dierbaar tot aan het eind.


7 november 2012

Friday, November 02, 2012

Affaire

Opdracht “ Schrijvenswaard “


Waar zal ik mijzelf vinden? De winter
weet mijn schuilplaats, kent blad en
bederf. De tijd intiem als vrienden.

Waar ik mijzelf haast, zal rampspoed
heersen. De weg hard en voorbij voor
ik het kan weten. Ruim baan voor wie
onbewust snelheid krijgt.

Vergeefs over te steken. De stekels plat
lig ik waar ik lag. Een drama dat stilaan
trage woorden kiest. Een kijken dat
hetzelfde onderspit moet delven.

Wie op mij wacht treft leegte. Het
schuifelen verloor zijn honger, de
schaduw verloor zijn kameraad.

Vergeefs de gestalte die ik achterlaat.
Het is het vermoeden van een dier,
een nacht, een laatste poging tot
stilte.

Het asfalt heeft geduld….


2 november 2012

Wednesday, October 31, 2012

Onderhuids



In het sterven ligt het later. Bleek de zon
die afscheid spreekt. Allerlei verliest zijn
kans. De duinen dansen, maar voorlopig.

De bessen dragen zich voornaam. Als ik
aan jou denken zou, waar zou ik mijn sporen
laten, wortels krakend in de kou.

Takken die de kaalte dulden. Van hoed en
rand maakt schimmel kans. Nu kan het nog,
in alles ernstig, wijst het landschap je de weg.

Grijs in al zijn doen en laten blijft het zwijgend
tot ons praten. Zo wens ik mij onder abelen
en leef het leven dat verstrijkt.


31 oktober 2012

Tuesday, October 30, 2012

Liquid Days 2



Strelen zoekt haar vele keuzes. Teder
vertoont verrassing omwegen. Een rug,
een gezicht, een openbare hand.

De zoenvlek in de pas ontloken nek lost
weerstand op, maakt liefde glimlachend
in de plooien. Een toverend tasten naar
geboortegrond.

Laat het jou zijn om te keren als jij tot
snode plannen neigt. Raak mij aan tot
dingen. Vergeet de vergeefse dag.

De nacht wordt wakker. Fluisterende
vingers van geluk vinden zacht het
braille uit. Lakmoesproef voor lieve
woorden.

Het lichaam weet
de tijd.


30 oktober 2012

Monday, October 29, 2012

Liquid Days



Strelen zoekt haar keuzes op. Bij
verrassing vertoont vertedering
omwegen. Een rug, een gezicht, een
openbare hand.

De zoenvlek in de pas ontloken nek
lost alle weerstand op, maakt liefde
glimlachend in de plooien. Een toverend
tasten naar geboortegrond.

Ogen wijd open. Uitgestrekt het land
dat wordt ontdekt. Fluisterende vingers
van geluk. De woorden vervlogen wil
elk wachten weer lukken.

Laat het jou zijn als het missen omkeert
en tot snode plannen neigt. Ik raak je
weer tot nieuwe dingen aan. Vergeet
de vergeefse dag.

Wat zich aandient ligt stil. De nacht is
wakker. Zeg het: het is mij tegen jou
om nooit een waarheid te ontdekken.

Uiterst betrouwbaar in het lezen van
van de twijfel. Een blinde die diepe
letters in het braille typt. Een hart
verborgen in de huid.

Lakmoesproef die het zwijgen
toekomst biedt. Op de landkaart
van het begrijpen een route die
het doel vergeet.

Tijd, vloeibaar tot de dromen.


29 oktober 2012

Friday, October 26, 2012

Violina

Muziek Lisa Gerard “ The mirror pool “


Tragedies lang voortgereden om in
sneltreinvaart tot stilstand te
bedaren – afgeladen.

Wie wij zijn – geminacht vee dat ook
nu ons heden weet beschaamd. Geen
naam zo gruwelijk het niet te weten.

Een geweten eindeloos zoekgeraakt.
Het vege lijf af te leggen, jong, ziek of
bejaard. In massa’s vertrapt of zo

Verzwegen dat het thuisfront het
niet noembaar vond. Van elke jood
maar liefst te zwijgen. Namen later

Te vergeten in graven zo immens
van leed dat zelfs de dood het niet
gelooft. Dit laat de ogen sprakeloos

En wil het kijken doen vergeten. De
blik afgewend staat de waarheid op
scherp, keert het beeld op kermen.

De as nog nagloeiend in de helse
ovens. Wie overleeft krijgt zijn
geschiedenis alsnog terug.

Een nekschot, happend naar lucht.
De nacht ordent haar vele treinen.
Het gas uiterst geduldig…


26 oktober 2012




Sunday, October 21, 2012

AFSCHEIDSHONDJE

Afscheidshondje
Uit mijn eerste bundel " Ruisende Stilte " (2003)


Zwaaiend met zijn staartje,
Verlaat hij je steeds langzamer
De straat over.

Totdat het licht stop zegt
En de wil tot hond stilstaat.

Maar de kleine kameraad
Vergaat maar vertraagd.

Dit wordt een uitvaart
Zonder tranen:

De lege plek staart
Je al vragend aan,

De stille mand staat
Al vol ongeduld te
Kwispelen.


Elbert Gonggrijp,  Groningen,  26-4-1994
Schilder @ Gerrit Dou,  " A sleeping dog besides a Terracotta jug, a basket and a pile of kindling wood " (1650)








Rottumeroog verlaten





1.

Hiervoor werd een sloot gedempt,
een vete uitgevochten,
maar zelfs een malieenkolder
bood geen soelaas
tegen de kruisboog
van de geschiedenis.

Wie hier nog jager is,
heet smelleken,
vliegt in het geniep
achter struiken en duinen,
overvalt genadeloos
in stilte onverbiddelijk.

Wat hier verleden heet,
spoelt aan, breekt af
bij zijn veren,
raakt overspoeld,
en wandelt afgekalfd
als eiland regelrecht
in zee.


2.
Een grens
ternauwerloops lucht.

Een grens
ternauwernood kreek,

droogvallende bedding
bij zand, zout en ontij.

De vloed van de tijd
breekt genadeloos
elke weerstand.

Dit huis houdt
nauwelijks stand:

De boot voert mij
onomkeerbaar huiswaarts.




3.
Zijn de elementen
enkel ruimte en
eeuwigheid
voor vogeltrek
en stilteminnaars.

Geschiedenis kent
hier geen plek:

Zij wandelt
onafwendbaar
weer naar de zee,

verdwijnt bruisend
in de branding
van haar schepping.



Wad Groningen/ Schiermonnikoog, 18-4-1994

Voorbij




De zomer ruikt weer
Naar een oud gedicht,
Dood hout, vergeeld
Gras, naar jou, naar
Wie jij ooit was.

Niets of niemand
Valt hier nog te citeren:
Wij vermoeden oorzaak
En verband, maar
De regen houdt aan,
Ons leven gaat door,
Er is ogenschijnlijk
Niets aan de hand.

Zoek ik je, maar
Vind je niet.

( Je bent zo goed
als voorbij, net als deze
onfortuinlijke zomer. )



4-7-2004

Ziek




Lief, ziek lief, de
Kille herfst is niet
Meer te overzien,
Slaat zijn vleugels
Over ons uit.

Lief, ik heb gezien
Hoe bleek je wel
Niet was, nog net
Een blos op je
Wangen, nog net
Aanwezig.

Hoe komen wij
Hier onder uit, de
Ongenaakbare
Nachten, de sterren-
Loze nachten?

Een handgebaar
Van jou naar mij
Niet voldoende.

Het gat blijft.



24-10-2004

Reitdiep verdwijnend




Je oevers zijn niet
te benaderen, je
ruigte is ondoordringbaar
van distels en verdord gras.

Geen bochten zijn te
verklaren. Dijken schermen
de buitenwereld af.

Dorp voor dorp kon ik je
slechts bekijken, een glimp
van waterpartij tot
waterpartij.

Hoe oeroud je levensloop
wel niet was, hoe taai je trage
verdwijnen naar de einder.

Je nam al afscheid, voordat
ik dat kon doen. Je bewegingen
blijven het enige, dat overblijft.

Ga je je eigen gang en heb
ik het nakijken.


Reitdiep, Groningen, 26-7-1999

Pril



Om te vergeten, om te
herinneren: ik heb iedere
bloem zien bloeien, de
een voor de andere.

Het maakt niet uit hoe
tijdelijk het is. Het kent
zijn plek, weet wanneer
het wijken moet.

Overzichtelijk de lente:
hazelaar voor berk,
krokus voor narcis. Het
houdt elkaar in evenwicht.

Liefste, houden van lijkt
zo een gril: eerst een lach,
dan de tranen. Wanneer je
opkijkt, is het voorgoed
voorbij.

Klimt de zon, ontkiemt niets
van wat ik je geven wil,
zelfs ikzelf niet.

(Een goed excuus om
af te wachten of ik zal
blijven.)

Icarus



Hoe vind ik de woorden
weer terug nu de nacht
zich hult in het diepste zwart?

Ooit viel ik in het vuur
van mijn verhitte gedachten.
Cyclisch eindigde mijn bestaan.

Icarus stierf vele malen.
Dezelfde dood. Het vagevuur,
de diepste hel.

Het antwoord ligt mij op de
lippen. Het wil zich kenbaar
maken, maar houdt zich stil.

Is het beter niet je vleugels te
branden, maar je wonden te likken.

Saturday, October 20, 2012

Handing it over



Hoe geef ik mijn blik
aan de horizon, de schelpen
aan de golven?

Ik heb de branding doorstaan,
langs de vloedlijn gelopen,
de vogels vliegend, de
meeuwen lachend om zoveel
onbenul.

Niemand reik ik de hand.
Dit is het ergste wat er is:
een stem een verloren stem,
eenzaam gewonnen door
de wind.

Jij ziet mijn voetstap in
het natte zand, vervaagt het,
vervaagt het.

Blijf ik op jou achter.

Backwards



Maar andersom: in zee
te lopen, plankton te
worden, de dood tegemoet.

In scholen blijf ik
naamloos, heeft blijven
geen haast.

Golf na golf raak ik
vergeten, fluisteren
schelpen je vage
beneden door:

Dat ik blijf, dat ik
terug kom, dat ik
blijf….

Weet ik nog niet
hoe.

Song of the siren(Reprise)



Hoe ver wij niet waren:
water werd land,

Instinct verstand. Er was
geen roep meer nodig.

Jij ontbrak. Je herinnerde
aan de dagelijkse tred
langs het strand.

De vlokreeftjes, het
blaasjeswier. Het volgen
van de vloedlijn.

Roepen de golven,
krijsen de meeuwen:
“ Go home, this is
where you belong, go home. “

“ Het is nog niet te laat. “

Song of the siren



Het roept, zoals het
ons altijd heeft geroepen.

“ Kom terug, hier zal je zijn,
in het aanspoelsel, in de
vloedlijn. “

Klanken gaan af en aan,
keren terug op hun schreden.
Schelp voor schelp vertelt
het hoe ver wij zijn.

Golven later ruik ik
zout, pek, veren.

Zoek ik plek voor mijn
overtollige gedachten aan
het vlakke strand, de
zilte zee.

(Nog niets voor handen.)


5 mei 2005

Man of the sea



Hoe het ons herinnert, hoe
wij het ons herinneren:

Golf na golf spoelt het weer
aan, schelp na schelp fluistert
het ons harde woorden in van
zee en zon.

Hier komen wij vandaan: “ Out
of the ocean, out of the deep
blue sea. “

Tussen het wrakhout moet ik
het zoeken, het laatste bewijs,
dat ik ooit over deze bodem
kroop, dat ik hier in scholen
zwom.

Stapt mijn voet in een dode
kwal, geeft het mee, wil het
van geen wijken weten

Mijn blik klevend aan de
horizon: ergens, ergens daar…


5 mei 2005

Zout



Het water van de zee is altijd zout,
ligt ons op de lippen,
keert altijd bij ons terug,
golf na golf.

De smaak vergeet zich niet:
als een klank wordt zij herinnerd,
hoe wij in scholen zwommen,
over de bodem rondkropen,
slechts plankton waren,

Walvissen zo groot.
Wij stappen aan land en ademen lucht,
proeven voor het eerst aarde, bloesem, vuur.

Een eerste stap,
een stamelen in het duister.

Horen wij onszelf,
zeggen niets.

Lost paradise



Hoe hebben wij de branding
doorstaan, onze eigen weg
gevonden?

Schelpen later ontstaat pas
het verhaal. Hoe wij als een
school te samen kwamen,
adem haalden, ons wierpen
op het vlakke strand.

Kijk, hier gebeurde het, daar
waar je nu staat, tussen de
wieren. Wij liepen ineens
rechtop, gaven hand in hand.

De zee neemt mij nog steeds
ter kimme, wanneer het hier
goed toeven is.

Zoek ik het echter elders van
hier, hoger en droger…


7 mei 2005

Origine



De zee: hier zijn wij een bestaan
zonder ons te kennen,
zonder erbij stil te staan,
golf na golf na golf…

Ergens klinkt nog onze stem,
zo helder, zo intens,
ooit moeten wij dit zijn geweest,
vruchtbaar als water.

Het schuimt, gaat af en aan,
fluistert ons nieuwe woorden in,
dat het plankton, de kwal en de walvis
een en dezelfde zijn.

Wij, ten ene male wij.

(Ons oor een schelp
die ruist in de wind.)

Holoceen



Zijn wij zuiver als zand? De zee komt en
gaat, raakt aan ons bloed, verwaait in
ons, tot tranen toe.

Het helmgras freest zijn kleine cirkels in
het duin, kent ook de onze.

Slibt aan wat ik reeds vergat: een
Holoceen, de kust, mijn gedachte...


2 mei 2005

Friday, October 19, 2012

Witte ruis



In alle stilte geen
woord teveel , de
schelp aan het oor.

Boven de golven uit
zet ik mijn laarzen
in het zand, zoekt
mijn blik witte ruis.

Het helmgras, de
meeuw, het zilte
wier.

Tegen de wind
in vind ik het:

Een naijlend
begin, fluistering
na fluistering.

Wil ik jou er niet
in horen.


2 mei 2005

Sunday, October 14, 2012

De laatste merel



Waarvan zou ik nu nog zingen? De mei is
uit de maand en de jongen zijn gevlogen
– vorst zonder mededogen kent eerste
opgebolde veren.

Honger strooit bessen in het rond – tijd vol
rijp en raadsels die bevriezen. Er is een
grillige winter op komst – waarheen het
vliegen te verliezen?

Argwaan heeft zijn lettergrepen, slaat bij
onraad heftig aan – geen zoetgevooisde
nachten meer die de klanken liefde geven
– een diminuendo op het eind.

Ik vlucht.De tuin is mij geduldig. Hoe
zou het zijn om hier te blijven?...


14 oktober 2012

Saturday, October 13, 2012

Op het spoor

KNNV excursie


Landschap dat stilzaam woedt,
winden aait, wolken dreigt,
ijs en weder dienende.

Duinsgewijs de gesel Gods die
wij trots trotseren, ons zwam
en mos proberen.

Het is genoeg. Is dit het dan
dat je mij vroeg om zacht
voor mij uit te leren?

Al ingeklemd de winterslaap
die weldra nog komen
moet.

Maar eerst de tere groet van
wat straks breken zal, in
haar langzame verval.

Een steel, een hoed. Het mos
blijft, ook als zij te kwijnen
lijkt.

Ik kijk, ken geen verweer…



Saturday, October 06, 2012

Foto

Ter nagedachtenis van mijn moeder


Stilgezet, geen woord gedacht,
een glimlach tot een stand
gebracht.

Wie je bent wordt wie je was,
een strak moment nooit oud,
steeds jong, geen lieverlee

of wederom. Toch wordt het
steeds mij toevertrouwd en
keert de tijd het lot.

Ik kus het beeld, het lief gezicht
en zet haar weg in het licht.
Het staat er nog…

Monday, October 01, 2012

Leegte



Laten we stellen – leegte. Leegte is het
meervoud van stilte. Een kus op de
wang van het vergeten.

Juist nog bij leven aanbeland – ogen
traag van begrip, handen die geen
afscheid willen nemen.

Leegte. De deur de vrijheid geven dicht
te slaan – als het niet meer hoeft – de
woorden ruw en stroef.

Uit het zicht. En wat daarna: het bed
slaat zacht het heimwee op, de blik
staat al dagen naar het missen.

Leegte is een meervoud van stilte. Aan
gebrek is nooit genoeg. Wachten een
vergeefse poging tot vinden.

De pen heeft de tijd…

Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 1 oktober 2012

Friday, September 28, 2012

Neervlijen

Opdracht Schrijvenswaard “ Vallende bladeren “


In het neervlijen het langzaam vergeten.
Elke kleur wil anders. Geen naam blijft
hetzelfde. De een na de andere.

Ach, te zoeken tussen verdoolde bladeren.
Achteraf gebleken wat met het vallen
werd bedoeld. Een kille herfst
voorhanden.

Oud te worden zonder heimwee. Dit is
nooit nieuw en gaat nimmer over. Een
ontvangende aarde van einde en begin.

De boom standvastig. De tijd kent haar
belofte. De kroon ontkiemend in de
toekomst.

Zal ik gaan of zal ik wachten?...


28 september 2012


Sunday, September 23, 2012

Voorbij het kijken

Opdracht Schrijvenswaard “ Handen “


Dagelijkse gebaren van onschuld
of bedrog. Handen zoekend naar
de toekomst van de liefde.

Een dieper zwijgen naar elkaar,
weifelend tussen huiver en
begrijpen.

Een tasten in een voelbaar duister,
langzaam van zichzelf bewust.
Houvast voor het ogenblik.

Verder dan elk kijken. Het lichaam
leeft zijn raadsels uit. Een huid
wachtend op verbazing.

Moedige vingers verkennen elk
antwoord, zijn op leugens
voorbereid.

Tot het laatste strelen…


21 tot en met 23 september 2012



Saturday, September 22, 2012

Nocturne 2.


Voorbij elk kijken tracht ik mijzelf
te zijn: merel tussen de mensen. Ik
zing het van de daken.

Mij niet zien doet vermoeden dat ik
besta, dat ik voortleef in nooit
gestelde vragen.

Wees gerust. Ik ben er. Ik ga pas als
het moet. Ik ga pas als ik er toe doe.
Als ik ben aangebroken.

Zover is het niet. Er moet nog
een lied van liefde en vroegte. Er
dient nog geruzied en gevochten.

Zingen om de stilte heen, over
heimwee, voorbij elk kijken. Dat
het je grijpt, dat het je vangt.

BROER KONIJN



BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel
" Voorbij elk kijken " (2011)


Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken. 


Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik


thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik


wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan


zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.



Elbert Gonggrijp,  Heerhugowaard,  2009(?)
 Schilderij @ Maceij Francisz " Wild Rabbit "






Broer konijn



BROER KONIJN
Uit mijn laatste bundel " Voorbij elk kijken " (2011)


Zo vanzelfsprekend mijzelf, zo in
mijzelf verblijvend rest mij enkel
het kijken.

Er is het landschap waarin ik woon,
de stoïcijnse duinen. Zij verroeren
zich niet. Zij verstuiven. Hier ben ik

thuis, het schichtige konijn en al wat
hier moet onderduiken. Alles lijkt
hetzelfde, alles lijkt zo gewoon. Ik

wil hier weg. Ik wil zoeken, vluchten,
vinden: het spoor terug, een clou,
een teken van leven. Ik wil gaan

zonder dat ik weet waarheen, waar
vandaan. Maar ik blijf. Ik eet gras en
wacht in mijn hol op het duister.



Om de stilte heen



Als je het niet wist, als je
het niet zocht, als je het
niet zag, riep, voelde:

laat het zingen aan de wind,
laat het deinen aan de golven,
maar zachtjes, om de stilte
heen.

Om de stilte willen woorden,
zoeken mensen, is men
eenzaam.

Laat de pen de hand proberen.
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.

Het schrift weer weg te leggen,
de waarheid onder ogen zien.
Laat ons leven om de stilte
heen.


Water and dust

Water and dust
Muziek Antony and the Johnsons


Dan gaat het zo: water te worden,
dorstlessend water, stof te zijn, droog
stof, in elk atoom, in al het herhalen.

Als wij koud zijn, water en stof, zal
het ons vergaan en niets te denken
geven dan wat er overblijft.

Niets te weten of te horen of dode
dingen tot geluk kunnen behoren,
levend, zonder zorgen.

Wat er overblijft: iets in de tijd, iets
van zijn vorm, tot het zich loslaat,
tot ik vergeet.

Ik zal het geduld zijn dat ik besta.





Tuesday, September 18, 2012

Decorum



De tijd vertraagt, de dag doet
erg voorzichtig. Er komt een
herfst aan, rijp en roestig
van geduld.

Alles aan een zijden draad.
Spinrag van huiver en angst.
Ik moet aan elk triest voorval
wennen.

Oppervlakkig land vergeet zijn
rijkelijke oogst, zal van voor
af aan beginnen. Het zaaien
mist een node hand.

Beslagen nu de dromen van een
verhitte zomer. Oude vingers
vormen dikke tranen. Druppels
langs verlopen namen.

Dreigende wolken spannen samen.
Regenschermen die het land
verwerven. Dit wordt mijn
thuis, nat tot op de huid.

Het gepopel aan de ganzen.


12 tot en met 18 september 2012

Monday, September 10, 2012

(Geen titel)

Voeten willen altijd anders.
De vloedlijn wemelt ervan.
September heeft haast.

Nu de laatste zonnestralen.
Branden doet bakken.
Als verlamd.

Op de uitkijk blijf ik wakker.
Schelpen geven geen repliek.
Het zandkasteel houdt stand.

De dag verdampt. Mensen
weten van zichzelf, gekend
of ongekend.

Wie thuiskomt zal de zon
vergeten tot de zon hem
terugverlangt.


Egmond aan Zee, 9 september 2012

Friday, September 07, 2012

Nanacht

Verloren liefde

Geen lijf, geen liefde. Wakker worden heeft
een ziel van leegte. Van alle woorden word
ik bang.

De sterren staan te vergaan. Een stille maan
heeft te verbleken. Er is geen omkijken naar.
Een schamper vergeten.

Hoe oud moeten wij nu verder gaan. De vroegste
vrede zo tergend langzaam dat het bed ons
dreigt te verlaten.

De nanacht heeft er oren naar. Wat wij ons
ervan inprenten maakt dromen overbodig.
Handen tastend naar onmacht.

Zo wil ik niet verdwijnen. De ordeloze lichtheid
van een ongewenste morgen. Het is te snel
en hopeloos te leven.

Geef mij dus even. Ik ben aan ons afscheid zo
gehecht. Als het het laatste zal zijn, is elk
wachten geslecht.


7 september 2012

Sunday, August 19, 2012

Wat ontbrak



Van het pad geweken, in het duister
omgezien – het konijn voortvluchtig
voor onze voeten, de merel verstoken
van zijn zang.

Alarm – wat zich niet laat zoeken moet
dus wel verborgen zijn – op zijn hoede
– wat zij veinzen heeft geen groots
alibi.

Wat heeft tijd – de bomen weten van
geen antwoord – er wil geen weg terug
– ouder, triester – elk seizoen weer
anders.

Jou te zien vluchtig als vogels – buizerds
verdwijnend op thermiek – lome cirkels
in een hete hoogzomer.

Het papier kan weg – zodra het zwijgt wil
geen letter blijven – inkt vloeibaar tot
de regen.

Ik moet verder.


20 augustus 2012


Sadness


Mooi is ze, koningin van een
zomer, maar wat zegt het.
Luchtig draagt ze haar woorden,
maar wanhopig en wit.

Een verbazend warme augustus,
zich verkoelend aan de wind
die zachtjes fluistert in mijn
oren.

“ Het is je tijd nog niet. “. Jij ritselt
tussen mijn gedachten. Het wordt
oud voordat je ze leest.

Koeien grazen de gretige dag, het
landschap slaapt vredig in. De
zwaluwen willen haast.

Ingehouden het afscheid dat ik
voor je schreef. Ik zou naar meer
moeten verlangen.

Niets zo trefzeker als die stilte.




19 augustus 2012

Monday, August 06, 2012

Wat ik vond

Strandexcursie KNNV Petten


Er is geen detail gelijk – een schelp, een krabbenhuid – en
maar zoeken, met handen in het zand – stenen om te
keren – als kinderen, de emmers vol garnalen – even
verbaasd, even gretig.

Waar is de tijd? Soms heeft het jaren, soms verdwijnt zij
bij het benaderen – wieren kwetsbaar woelend in het water,
kwallen doelloos tot de dood – de namen brak van klank,
de kennis vervagend tot een vraag.

Wat ik vind slaat boeken open – achteraf. Waar ik kijk kent
houvast het bewijs – aanspoelsel aan de kantlijn van mijn
dromen – nog altijd – eb en vloed te samen. Het jutten
dat een kleinood loont.

Elke voetstap tot vondst vertraagd – grip te houden op
vandaag – nooit meer om te zien en terug te keren – te
beamen of te verwerpen – tot de zee, de onmetelijke
zee.

Mij te noemen bij de letters van dit ritme – golf in, golf
uit. Wat ik zocht zal ik steeds leren – te kruipen diep mijn
adem in. Bloed zilt sidderend door mijn aderen – tot het
land langzaam bewegen.

Luttel relict van ouder leven – wat naruist doet zijn inspraak
in de wind – het oor tot klank verbogen. Als je goed
luistert kun je mijn stem hierin horen.
Schelp tot de allerlaatste keer.


6 augustus 2012

Sunday, July 15, 2012

Vooruitzicht

In memoriam Rutger Kopland


Er is geen oponthoud. In
alles ouder wil geen wereld
stil gaan staan.

Maar uitzicht kent uitzicht en
heeft geen namen. Zelfs toen
je was weggegaan.

Denken is vooruitzien.
Het herinnert zich, vroeger
of later.

Wij lezen de grondtoon van jouw
zwijgen. Een mens, verborgen
in de kantlijn.

Hier op te houden. De deur dicht,
de sleutel gebroken. De dichter los
van de toekomst van zijn dromen.

Het uitzicht blijft.


15 juli 2012

Wie ik was

In memoriam Rutger Kopland


Beseffen tot ik het weer wist, de deuren
altijd open. Naar buiten kijkend totdat
ik je niet langer zag.

Er is geen God zo groot dat het zich
meer verlangde: een beek geklemd
tussen haar oevers.

Wat ik wil zeggen legt zich niet vast.
Wie van zichzelf zwijgt, herinnert zich
geen ander.

Mooier is er niet. De stilte dicht. Wat
hierna komt kent geen woorden. De
toon gezet.

Er is geen afscheid. De tuin zal zichzelf
nooit verlaten en de merel zingt zijn lied.
Hoe het zal zijn kent weinig heimwee.

Wat blijft is een lege plek.


15 juli 2012

Thursday, July 12, 2012

Niche

Bankje Park van Luna


De bomen leren zwijgen en riet kent
ruis. Hoe nauw luistert het water naar
de schittering van haar golven?

Jij kent mij amper. Ik geef niet thuis. Er
is een kind voor nodig om tot mijzelf
te komen.

Als ik opkijk is wie ik liefheb voorgoed
verdwenen. Ik kan liggen waar ik was,
voor de wereld alsmaar dover.

Heb ik voor mijzelf gekozen? Een
verloren zoon geboren tot het schier
onmogelijke?

Wat ik weet ruikt naar beloftevolle
ochtenden, een moeder met een
blanke huid en open armen.

Zij lacht. Waar zij ontspringt, heeft de tijd
haar seizoenen, kan ik nooit de laatste zijn.
Waar ik stop, ben jij ooit begonnen.

Zal ik blijven of alsnog opstaan? Wie mij
loslaat kent weinig heimwee. Ik orden
mijn gedachten tot mijn laatste leeftijd.


30 juni tot en met 12 juli 2012

Monday, July 09, 2012

PAUZE

PAUZE

Ter nagedachtenis Hans Faverey


Zo ledigt een glas niet zichzelf,
valt een steen niet over zijn
zwaartepunt.

Water, reikend tot de mond,
handen tastend naar houvast,
wachten nog op mij.

Iets moet vaart krijgen, aanvangen,
voordat het stuk valt, de grond
raakt, weg stroomt.

Het herhaalt zich, krijgt gestalte, om
aan te vangen, steeds opnieuw
en opnieuw.


Gedichten 2005-2011