Saturday, April 20, 2013

Eternal Love


Eternal love
Voor M.

Wat wij elkaar in initialen hadden
beloofd sneed weinig hout – de
woorden groeiden dicht, de boom
weerbarstig voor onze overtuiging.

Diep het doldrieste kerven  – mocht
het waar zijn wat er stond dan
bewaard totdat de boom oud en
ingedut niet langer kon gestut.

Jij en ik waren hier en hadden het
zo te laten. De taal teveel, de letters
te overbodig om voor te lezen. Wat
zal ik vergeten je te schrijven?


21 april 2013

Thursday, April 18, 2013

Gesprek


Gesprek
Voor M., N.a.v. gedicht Rutger Kopland
en muziek Mathilde Santing


Wat wij van elkaar wisten
moest blijkbaar in het
midden blijven.

Er was de verbazing van
oor tot oor, een mond
nauwelijks tot spreken
voorbereid.

Kunnen wij dit alsnog?
Liefde gastvrij, met open
armen, geluk zalig tentoon
gespreid?

In het wachten de twijfel
van ons antwoord. Hoe
eenzaam of dichterbij. De
kus een kans op een
vluchtige onderbreking.

Wij, aan elkaar genoeg. Het
zal stilte vergen om elkaar
daadwerkelijk te verstaan
– voorbij elke aarzeling.


18 april 2013  

Wednesday, April 17, 2013

Als het kan


Als het kan
Voor M.

Het lange wachten gaat zijn eerste
nesten bouwen en kiemt de
vroege vreugde uit – een
uitgesteld plezier
van liefde.

Voorzichtig begin ik bij een oud
begin – vul met zachte woorden
onze stilte in. Zo kan het dus
ook, telkens weer.

Onze handen willen niet meer
onzeker zijn, hebben al genoeg
gewacht – wat ik koester ligt
op de tast en vraagt om
meer.          

Ik probeer je – ’s ochtends vroeg.
Jouw lichaam heeft zich naakt
gewoeld en laat zich lezen.

In het licht vind ik wat ik heb
gemist – het ontwaakt en zingt
de mooiste melodie├źn – de
prille lente achterna.


17 april 2013  

Tuesday, April 16, 2013

Silent alarm


Silent alarm
Voor M. , n.a.v een bezoek aan
een terrasje Haarlem

Wij zaten op het terras en jij
vertelde hoe uiteindelijk de
wereld voor jou worden zou
– zonder mij waarschijnlijk.

Ik verstarde. Kon ik hier ooit
beweging in gaan krijgen, was
alles wat ik hoorde slechts een
voetnoot  in de tijd – een
mogelijkheid misschien
voor later?

Maar dat de toekomst nooit zou
haperen om ons uit elkaar te
drijven omdat jij dat nu eenmaal
wilde kon blijkbaar niet langer
meer ontkend . Aan alles komt
een end, ook aan ons twee .

Zolang wij ons heden trachtten te
herinneren hielden wij ons staande
 – in de levende liefde, in dit
twijfelachtige verband.

De hand nog teder om het
breekbaar glas, de dag nog
zinderend van lente. Zou
het hier nog kunnen om
elkaar te leren kennen,
opnieuw zoals het was?


16 april 2013

Sunday, April 14, 2013

Het had gekund


Het had gekund
Voor M., 1e mooie lentedag, afgeblazen uitje

Het had gekund. Stilte kreeg
een naam en vrede klonk
levenslustig. Het bewoog onze
voeten langs de zee.

Schelpen te over, de lucht
glunderend van belofte. De
golven juichten ervan
– “ backwards and forwards “.

Hier had ik met jou mijzelf
kunnen delen, harten te schrijven
met vluchtige initialen. Wat ik
ervan verstond had niet de
noodzaak te blijven. Het had
gekund, maar wat zou het?

Niets lijkt zo hetzelfde. Zo had ik
het nog nooit bekeken. De dag
kon anders doorgebracht en
jouw hand had niet te beseffen
wat de mijne reeds aan het
vergeten was.

Vergeef ons. De lente kent haar
eigen prille tijd. Haar aanvang bijna
te naakt voor goede zeden. Waar
ons te plaatsen als wij zo vrij mogen
zijn?


15 april 2013      

Thursday, April 11, 2013

Als dan


Als dan
Voor M., de huidige lente

Waar is de plek waar wij alle
vragen mogen verlaten, ons in
naaktheid geborgen weten?

Het blijft zoeken. Er is zoveel
aarzeling in ons twee. Ontmoeten
kan voorlopig niet overbrugd.

De lente onzeker. Wat voorzichtig
is ontloken heeft zichzelf veel te
laat uitgesproken.

Hoe moeten wij onszelf beginnen?
Van binnen zijn de woorden nog
niet daar, weten wij geen raad.

Als het kan dan ooit. Bij het zingen
van de ochtend, bij het kiemen
van de dageraad –


11 april 2013

Love and loss


Love and loss
Voor M., Medieval songs from Love and Loss

Het zal altijd bij ons blijven – de kans
hoe een begin al van afscheid doet
vernemen, of erger nog, de dood
al in zich draagt – een prille lente
gestorven in de schoot.

Hoezeer kent liefde dan nog tijd?
Wat wij beminnen zo onzeker – nooit
te weten wat ons wordt gegund om
alsnog te gaan ontluiken – een
povere kus aarzelend op de lippen.

Wij neigen naar elkaar. Het kan
– maar voor hoelang. Liefste, laat
ons niet naar de toekomst gissen.
Wij hebben maar een leven voor
de boeg –   


8 april 2013     

   

Sunday, April 07, 2013

weeronline


weeronline
Voor M., lenteperikelen

Van alles wat ik wist wilde ik je
niet vergeten. Het leven heeft
zich heimelijk vergist. Wat
zich toont doet het
voorzichtig in
het openbaar.

Wordt het lente of blijft het
vluchten in bedrieglijk blauwe
luchten waarin geen sprankje
hoop wordt uitgespaard? De
vogels wachten, maar
geduldig. Het zingen
nog een vaag
gerucht.

Ik ben beducht. Komt het
nog dat wij vrij naar elkaar
kunnen verlangen, geborgen in
een vertrouwelijke tijd? Het
zal. In het groeien van het gras
ligt de belofte om te liggen,
jij net zo begerig als ik.

Kan het? De eerste kus – vang
haar als de eerste zwaluwen ons
weer wakker maken. Helder,
ontwaakt, met ogen open –


8 april 2013 

Friday, April 05, 2013

Laat het zo zijn


Laat het zo zijn


Ik zeg ik besta. Jij zegt hebben
wij dit vormgegeven? Als er
iemand is die met zichzelf
is overgebleven ben ik het.

Met of zonder jou te zijn
vraagt om de angst te binden
of te verlaten te vergeten.

Wie toekijkt ziet hoe ik mij
liefheb of begin te haten, stap
voor stap. Wie mij begrijpt
zal zichzelf verbazen.

Laat mij niet verdwijnen als
ik in jouw ogen kijk. Ik heb
genoeg gezien om te verliezen
wat ik gadesla. 

Zeg mij tot hoever wij minnaars
zijn. Ik besta – ik wil hierin met jou
bestaan, met of zonder tegenspoed –
niet bang, niet onzeker –  


5 april 2013 

 

Synthese


Synthese
Voor E.

Wat door een deur kan
zal niet van elkaar scheiden,
kent beiden dezelfde richting.

Jij schenkt de wijn in,
ik ontsteek de kaarsen.


12 juli 1998
 

Thursday, April 04, 2013

Avondbad


Avondbad
Voor E.

Hoe wij het wateroppervlak
doorbraken in een vloeiende beweging
van onuitgesproken liefde.

Wij doken naast elkaar op
om elkaar soms aan te raken,
per ongeluk bewust,
om te garanderen dat wij
toch echt samen waren.

Op ons toneel daalde de zon
in de prachtigste kleuren,
teer als de liefde zelf.

Geen woord kwam hier tussen.
Geen gesprek hield zich staande.

Eerste regendruppels raakten
zacht het water.

Hand in hand keken wij toe,
terwijl de wereld in slaap wiegde.
(Onze ogen elders, onze handen zoekende.)


Kardingeplas,  Groningen,  21 juli 1998

Silent one


Silent One
Voor J.E.

Ik verken je gezicht van dichtbij.
Zomer, winter, avondschemeringen.
Nacht en gierzwaluw die hiervan
langgerekt krijtend spreken.

Hoe de huid zich tot de liefde
verliest, als mogelijk zich teder
strelen laat.

Hoe het druppelen in het vochtig groen
overgaat in monotone regen, in
steeds dwingerder strelen.

Hoe het van vuur spreekt,
van dierlijkheid.

Hoe hittewit het gloeien
nablijft aan de
weerbarstige stenen.

Hoe de traagheid
nog nadeint
voorbij het zich
niet meer bewegen,
het leven, stilliggende lichamen.

Bloedgestolde
woordeloze rivieren.

Hoe de naam,
jouw naam
langzaam overdrijft

En de liefde
als opklaring, hemel
overblijft.

Hoe de nabijheid
van jouw gezicht
over stilte spreekt
en zwijgt, voorgoed.


Groningen, 27 juni 1987 

Talk to me


Talk to me
(Song Peter Gabriel)
Voor C.M.

1.
Nu je zwijgt, wat
gebeurt er met mijn
tussentijd?

Een heftige strijd was
meer op zijn plaats
geweest, woorden als
degens te kruizen.

Nu wonen wij
zelfstandig in onze
eigen leeggewoonde
huizen.

Zwijgend over betere
tijden die gedeeld
hadden kunnen zijn
met alletwee.

Nu woedt slechts die
woelige zee van het
onbekende
onbeduidende
ondertussen.


2.

Liefste, liefst liet ik jouw
zachte moerassige kussen
de zaak klaren,
de onrust sussen,

de brandhaard blussen die
door onze woorden was
begonnen. Een vuur
zengend van een
telkens tasten.  

Liefst lag ik in
jouw liefdesnest
en deed onze
lichaamstaal de
rest.

Dus laat ons spreken
alletwee
over  vuur en water,
lucht en grond,
bodem onder voeten,
over het golvende,
onstuimige, van de
grauwe twijfelzee.

(Nu nog geborgen in
onzekerheid, in onze
eeuwige lussen van onze
tussentijd.)


Groningen,  29 januari 1993