Monday, June 11, 2012

Toestand


Opdracht subgroep Schrijvenswaard


Mijn kijken is degelijk waar. Het fietsen
verbreedt mijn horizon tot een niet te
onderschatten verte.

Ik ben zo hier als ik nu ga. De weiden zijn
van vroeger tijden en de vogels blijven
zelfverzekerd.

Waarom zou ik nu lijden? Niets dat op
rampspoed lijkt hoe waarschijnlijk ik
het ook mag vermoeden.

Het uitzicht mag nog even en de zon heeft
geen haast. Wat ik wil vertoont haar
glorieuze toekomst.

Het hoge gras wuift zijn speelse streken, de
grutto blèrt zijn felle heden. Paniek om
schurkenstreken.

Als ik afstap is het volop zomer. De gedachte
niet meer voor of achteruit te branden. Waar
ik mij bevind volledig om het even.

Het brood het brood en het water smaakt naar
water. Het is tijd voor de rust om volledig
te gaan zwijgen.


11 juni 2012

Tuesday, June 05, 2012

Buiten beeld

Documentaire over dichteres Judith Herzberg


Laat wat zich aan mij afspeelt slechts visie zijn. Het
diafragma niet vervuild door de nieuwsgierige
blikken van wie mij weten wil.

Geen spullen die ik achteloos met mij meedraag.
Een decor van horen zeggen, een vermoeden van
mijn karakter.

Wie mij toeschouwt, staart zich blind op niet
toedoende zaken. Buiten mij is een wereld die
mij hongerig ontkent.

Zo wil niet leven, zo zal ik niet schrijven. Afstand noopt
taal tot tekens te bewaren. Zonder opsmuk, zonder
tranen. Wie ze leest, kent de strekking.

Kleine, tot in de details. Uit mijn denken moet ik straks
blijken. Wie ik zo ben leert mij de tijd. Hoe men mij
aantreft volstrekt onbelangrijk.

Genadeloos de hand die mij leidt.


6 juni 2012

Tuesday, May 29, 2012

Constante



Wat van tijd weet, houdt het midden
tussen geboren worden en gedoemd
te moeten sterven.

Ik zal mijzelf aanwezig zijn. Als ik
opkijk wil een vlinder wijken, kan
de kastanje uitgebloeid blijken.

Maar al het veranderlijke kent een
constante. Het wil van origine
zijn vaste plaats bepalen.

Tot herinnering aan toe. Als ik
opkijk ben ik wat ik van mijzelf
ken al lang vergeten.

Wie is wie? Geen ontsnappen aan.
Het benoemt steeds wat voor zichzelf
heeft gekozen:

Een reis zover het letters schrijft - de
een voor de ander.


28 mei 2012


Tuesday, May 22, 2012

Officieel

De eerste officiële zomerdag


Er kan weer zomer. Onzin kraamt weer
streken uit van houden van en hoop
van zegen.

De vogels hebben haast hun repertoire
te declameren, nest en drang tegemoet.
Ongewis wat rest van al dit beweren.

Is het niet te vroeg? Hebben wij verzonnen
wat nog niet ter sprake kwam? Als ik naar
je omkijk begint het voorzichtig zoeken.

Nu is het dan nu zover. Voordat wij het beseffen
zijn wij in elkaar verstrengeld. Er is een kijken
dat geen weerstand biedt.

Bloot en vrij de gedachte aan warmte. Elk
ander geeft weer een beter perspectief. Te
groeten of om mee te praten.

Waar dit eindigt weet niemand. De zon zal
het ons leren om niet al te voorbarig te zijn…


22 mei 2012

Saturday, May 19, 2012

Darwin



Zolang het zich voordoet en telkens haast
heeft om te worden vergeten wil mijn blik
het nog begrijpen.

Het is niet anders: herinneringen verslappen
de aandacht van wat wij werkelijk willen.
Toekomst zonder tegenspraak.

Ik benijd deze grillige wereld. In haar doen en
laten houd ik haar bijna voor onmogelijk.
Taken ruim verdeeld tot de allerlaatste snik.

Zou ik kunnen worden wie ik was? Waar ik in
elkaar grijp hangt alles met alles samen. Ik
sta niet in voor de gevolgen.

Een aap verwant aan zijn primaten. De tijd tikt.
Vanuit mijn sobere woorden sla ik vuur uit
eigen handen.

Het zal een hele klus worden deze vooruitgang
daadwerkelijk te veranderen….


20 mei 2012

Thursday, May 17, 2012

Terloops



Orde, niet bestaand van vorm, wil zich kenbaar
maken. De dingen hebben haast. Zij weten niet
beter.

Bestaat er een gemis aan woorden? Laten zij zich
schikken naar de volgorde van hun toekomst.
Herroep ze.

De tijd zal hier de leidraad wezen. Wat zichzelf
heeft leren zwijgen, weet van zichzelf geen
behouden terugkomst.

Hoe terloops vliegt een dode vlinder, hoe vertraagt
een kille steen? Aan alles wat ik niet verander is
een einde hoogst onzeker.

Leg bloot wat zichzelf niet prijsgeeft. Wat stilstaat kan
verlegd, verschoven, geloofd. Niets mooier dan de
kennismaking met dit Godsonmogelijke.


18 mei 2012

Wednesday, May 16, 2012

Belofte


Opdracht Schrijvenswaard


Ze zeggen: ze moeten nog gebeuren, uit de aarde
vandaan gekropen, de winterslaap uit de ogen.
Vanwaar zou ik dit geloven? De eersten zag ik
reeds terdege, de laatste vooralsnog.

Maar de mei is koud en hoogst onzeker. Het groen
huivert nog tot de huid, de wolken ogen sjagerijnig.
Ik kan geen kant meer uit: een zwaluw maakt nog
geen zomer. Er is nog geen reden voor hun tijd.

Waar zou ik zijn zonder hun liefde? Het nest dient
gebouwd, mijn leed geleden. Het zweven boven
een zwaarwichtige wereld uit, ontstegen aan de
wortels van het aards bestaan.

Alles kan. Wij hebben nog een heel leven voor de
boeg….


15 mei 2012

Thursday, May 03, 2012

WILDRIJK + Foto's

Wildrijk
KNNV excursie St.Maartenzee


Blauw is het juiste woord niet. Het is een verkleining
van de dichterlijke impressie, de expressie van een
geëxalteerde schilder. Niets laat ons onberoerd.

Het pijnlijke van het omschrijven is niet te weten
wat je weet. Het houdt niet op bij wat wij denken.
De hyacinten nog het meest.

Zij dwingen aandacht af. Niet om wat zij zijn, maar
waar zij naar kleuren. Tijd om stilstand af te leggen
in een onbedaarlijk zwijgen, hoe oud dit ook is.

Het onmogelijk oneindige. Tapijt na tapijt. Wees
aardig in het schrijven. Er is een kans dat zij nog
blijven, hier op het maagdelijk papier…


Elbert Gonggrijp,  Heerhugowaard,  donderdag 3 mei 2012.
Foto's Elbert Gonggrijp,  Wildrijk,  zaterdag 6 mei 2017



Monday, April 23, 2012

Resonantie



Een vergelijk. Twee neuzen staan dezelfde
richting. Wat wij gemeen hebben krijgt immer
ons gelijk. Het spant erom.

Te wonen in eenzelfde huis. Ik was voortaan de borden
af en jij reinigt steevast het fornuis. Eten zo gemeen
als leven met de liefde.

Geen tegenspraak. Wat wij zoal doen willen wij niet
weten. Het dient zich aan zonder fatsoen. Zachtjes op
de keukenvloer. Kermend onder lakens.

Ons onszelf te laten. Samenhang van daad en wilskracht.
Wij nemen de papieren door: wij tot elkaar verloren.
Wij niet anders dan een enkel wij.


23 april 2012

Sunday, April 22, 2012

Tour de force



Een hand niet groter dan de mijne liet zich niet
duidelijker omvatten omdat het niet anders kon.
Het kon niet weten wat het wilde.

Ik ben bij je zei je maar jouw toekomst wilde anders:
een constant veranderen in spoedig verlaten. Nergens
anders trof ik zoveel bijval.

Als ik toekijk kan ook ik veranderen. Niet boos of bang
voor verwilderde woorden. Wie ze haastig plaatst kent
geen gewillig oor.

Niets vergankelijker dan een gebiedend lichaam. De
liefde moet van wanten weten. Ik kijk niet op. Ik weet
heel zeker dat niets nog blijft.

Uitgerangeerde gedachten. Tot de dood ons scheidt
hoeven wij niets van elkaar te verwachten. Ik trek mijn
knieen op en maak mij klein voor het naderend duister…


22 april 2012

Friday, April 20, 2012

Predestinatie

Een discussie over de dood


Elk mens een laatste wens erkennen. Een
dood veroordeeld tot het graf. Hoe zeg je
dat in laatste zinnen?

Onaf wordt elk leven volbracht. Het heeft
in de tijd gezeten dat alles hier te samen
kwam.

Zo moest het zijn gegaan en laat zich niets
nog tegenspreken. Zelfs het lijden krijgt
zo zijn reden.

Ik tandenknars. Is alles dan voor niets
geleefd als elk eind bijtijds is vastgelegd
en het zich steeds maar laat voorspellen?

Geen toeval plotseling om de hoek die
wreed zijn roet in het eten strooit. “ Es
muss sein “ een loze kreet.

De stervenden weten beter. Er kon zoveel
meer, er had zoveel anders. Het is de angst
om wat ons wacht.

Wij sussen ons tot zeker weten…


20 april 2012


Wednesday, April 18, 2012

Leemte

Het bed, bijna onbeslapen verlangt des
te meer naar pijn. Had ik je al gekend
dan was mijn gemis herkenbaar. Ik ken
je echter niet.

Ik wil geen keus om te kiezen. Als jij mij
aanhangig bent wil heel mijn leven
gewichtig zijn. Tegen die tijd in zoekt
heimwee minnaars.

Zou ik wonen, dan insgelijks. De koffers
klaar, de reis geduldig. Waar ik aankom
heeft leemte partners en telt elke
ticket ruimschoots voor twee.


19 april 2012

Tuesday, April 17, 2012

Openbaar vervoer

In en uit te checken en God mag weten
waar naar toe. Steeds dichter van elkaar
verwijderd bereiken wij een eendere
reis.

Ongeacht bestemming of route. Als ik jou
was kwam elke aarzeling op tijd. Ons hoofd
uiteindelijk scheef in ongastvrije stoelen.
Wat willen wij bedoelen.

Waar wij ooit te samenkomen, zoeken wij een
overstap. Kille bedragen voor de laatste meters.
Wat wij van onszelf herhalen is accuraat en
vingervlug. Tot aan de laatste rode cijfers.

Hopelijk genoeg.


18 april 2012

Monday, April 16, 2012

State of mind

Gewekt door een merel


De schemering half doordacht, de berekening
geen ogen open. Wie zichzelf zoekt wil straks
grenzen kennen, gebaren van hun slaap ontdoen.

Een perspectief van nieuw ontwaken. De zang
als eerste, triomfantelijk in het proberen. Merel
tot wederzijds gehoor.

Aarzeling wachtend op zijn aanzet. Wanneer ik
opblijf zal alles nog opnieuw beginnen. Hij gerijpt
tot de klanken van zijn herkomst.

Waar ik verkeer heerst geen tijd. Wil ik verder
vinden moet ik mij onzichtbaar maken in de
fluistering van die ochtend.


17 april 2012

Friday, April 13, 2012

Zoals altijd

Zang omwille van het nest, legsel als
nooit tevoren. Wie gehoord wil worden
moet van goeden huize komen.

Wat wij van elkaar verstaan zal uiteindelijk
liefde voelen, vleugels krijgen, vrijheid
kiezen.

De balts vooralsnog. Elkaar diep in de
ogen kijken en weer weten hoe laat het
is.

De inzet hoog. Wie afdwaalt heeft weinig
hoop op goede herinneringen. Kroost, het
een na het andere.

De tijd is gewillig en vraagt niet om heimwee.
Elk probeersel kent nog zijn kansen. Wie hoge
ogen gooit hoeft niets te veinzen.

Vergeet toch je vragen. Ik blijf bestaan waar ik
ook heen ga. Zo strijk ik neer en schik mij mijn
veren. Tot in het laatste uitdovend woord.


14 april 2012

Friday, April 06, 2012

Op weg

De dag voor de reis naar Groningen


Op weg te gaan naar elders. Nu weer in de lente,
het spoor geduldig. Treinen op weg naar mijn
oud domein waar de tijd niet stil kon staan.

Een stad als Groningen. Geen enkele student nog
amicaal en allen constant van naam veranderd.
Mijn jeugd zal hier nooit meer toekomst blijken.

Het landschap kent alsnog erbarmen en raast met
reuzenvaart voorbij. Hoelang het duurt voor ik hier
mag wonen. Een ouder huis dat uitzicht heet. Een
reis naar het meest geborgene.

Tijdelijk. Hier zoek ik de rust en al mijn verloren uren.
Oude relikwieen die dorsten naar veel heimwee. Laat
eerst het stamcafe mij maar groeten. Ik zal de kunstenaar
zijn die ik probeerde. Een welkom van weinig woorden.


6 april 2012

Tuesday, April 03, 2012

Al dat wachten

De nacht is geduldig en de morgen straks nabij.
Schimmen willen voorzichtig vormen worden.
Bij het aanraken van jouw lichaam kom ik
op de liefde uit.

De dood even onherroepelijk als de kus die ik
omarmde. In een adem noem ik de vraag wat wij
zoal achterlaten. Het is een kwestie van tijd.
Als ik verder mocht kijken is niets blijvend.

Zo word ik steeds meer verbazing. Statisch is het
woord niet. Leven een kwestie van wachten. Als
jij thuiskomst maak ik foto’s. Geleende stilte
voor een schijnbare eeuwigheid.

De wijzers hebben geen haast.


3 april 2012

Sunday, April 01, 2012

De nacht valt

Waar ga ik heen? De slaap moet weer gevat alvorens
iets te ondernemen. Wie uithuizig blijft kan zijn elders
niet makkelijk vinden.

Als de nacht barmhartig is zijn zij vrienden, in het park
gewillig onder een krant. Voorlopig heb ik het rijk alleen,
vind mij geborgen onder dekens.

Laat mij zeggen waarin ik woon en de nacht kan mij niet
deren, vriend of vijand eigen. Zodra elk duister toeslaat
hoef ik niets te verbergen.

Het verhaal zover gesloten als de tijd mij dat hier toestaat.
Geen gordijn nog open, de deuren in het slot. Je komt van
goeden huize om hier binnen te durven komen.

Het is de liefde niet. De strijd zal ongeoorloofd zijn om van
mij te kunnen houden. Het bed geduldig bij zoveel onkunde,
zoveel zoeken naar niets.

Maar de nacht wacht en weet het zoveel beter…


1 april 2012

Saturday, March 31, 2012

Poging tot lente

Kijk mij eens in het gezicht: ooit moeten wij
weer jong zijn, lachen met eenzelfde lach van
vreugde.

Het is zover: de ochtend wordt steeds eerder,
de liefde steeds meer feller. Als wij ontwaken
is het kwaad reeds geschied.

De tijd heeft haast, geeft ons zingen aan de vogels.
Wij bouwen weer een nest. Wie ons dit nadoet
is in wezen knettergek.

Elke keer hetzelfde. Als de lente kleur bekent,
dreigt de drang om present te zijn, broeds
of overmoedig.

Wat wij nodig hebben is geduld om dit verhaal
zorgvuldig af te maken opdat het lege magen
vult – ook de kleinste.


31 maart 2012

Intieme vreemden

Nu weet ik wat ik worden wil. Als het vorm
krijgt, geef het handen. Een belofte vanuit
elk detail.

Klein, maar tastbaar. Hier en vooruitziend.
Het oog laat het niet los. Wij zoeken het
bij name.

Een mens roepend om de lente. Een dier
wachtend op zijn gade. Een bloem zoekend
naar de zon.

Wie wij zijn. Nog intieme vreemden. De tijd
zal het ons leren. Voorbij de laatste winter.
Een spreken met de tijd.

De hemel blauw en open.


31 maart 2012

Wednesday, March 28, 2012

Stilleven

In allerijl tot stilstand komen – geen woord
teveel. Bewegingen verstard tot naakte
atomen. De tijd erover en niets blijft heel.

Zodra de verwachting opsteekt, kunnen de
beloftes worden nagekomen – lichtsnelheid
in het kwadraat.

Het oog hoognodig om te zien waar jij
vandaan komt.


29 maart 2012

Monday, March 26, 2012

Continu

Ze zeggen – ik besta. Ik kom in vrede. Ik
weet van geen herkomst. De dingen verlangen
de nacht tot zij ervan zwijgen.

Wat doet een plant? Komt zij tot stilstand
en verlangt niet naar water? Dooft ons
de lamp omdat zij de tijd heeft?

Ik beraad mij de toekomst. Ooit wordt
het anders en brengt mij nieuw leven
– statisch en eeuwig.

Naief de gedachte dat dit standhoudt….


25 maart 2012

Saturday, March 24, 2012

Wat blijft

Het witste wit


…is leegte het meest. Een uitgesneden
wit waar geen woord nog tussen zit,
tijd nog ongelezen.

Waar zullen wij blijven? Niets kent zijn
doel, noch ons gisteren of morgen. Stil
te staan bij een peilloos leven.

Niets door te geven. Zwijgzaam het meest
geringe bericht. Dat aan ons de liefde is
blind achter elk venster.

Het verhaal pover.


24 maart 2012

Mission impossible

Dat alles hetzelfde blijft – de wetten spreken
anders. Mijn tijd kent geen verweer – inkt
vervloeiend in stilstaand water.

Vergeet deze eeuwige lente, denk de zalmen
stroomopwaarts – kuit te schieten tot aan de
dood. Snode plannen voor een onzekere toekomst.

Onvermijdelijke natuur die zich de liefde heeft
eigen gemaakt. Ragfijne bloesem tot belofte,
subtiele letters in intieme brieven waarop jouw
handen rusten – sereen.

Leven om het hof te kunnen maken. Nee, uit
alles komt het meest ontoegankelijke voort
– een man, een vrouw de aarde eigen.

Wij paren onder de grimlach van de maan,
in de schaduw van de nacht. Niets dan te
zwijgen.


24 maart 2012

Monday, March 19, 2012

Een eerste tjiftjaf

Mijn eerste tjiftjaf


Hier ben je dan, na al het wachten – in die
boom, op deze plek, in mijn voorjaar – briljant
zingend in zijn eenvoud dat ik er eentonig van

Word. Een belofte ingelost – vanuit een dieper
zuiden toch weer thuis. De bloemen kunnen
open, nieuw leven weer beginnen bij het

Klinken van dit geluid – heel bescheiden, heel
voorzichtig. Maar ik ontwaak en wrijf de slaap
uit mijn ogen. Het is tijd om op te staan.


19 maart 2012

Tuesday, March 13, 2012

Relatief

Niets zal blijven, niets heeft haast.
Voorbij de dood verliezen dingen
namen – zelfs liefde.

Hoe groots ook – zelfs de tijd zal het
begeven, kent het zwartste gat.

Maar de bloemen die ik gaf, blijven
immer leven – los van elke
vergankelijke gedachte.

Los van elk idee.


13 maart 2012

Monday, March 12, 2012

Voor diegene

In het dagelijks verkeer, waarin ik afstand
wil betrachten, zie ik jou met een niet
te omschrijven schoonheid.

Als ik zorgvuldig mijn woorden kies, blijf ik
steken – blijft het verstand in gebreke en
vergeet het overige de rest.

Er is geen verstand – er beleeft zich de liefde
– onzichtbaar nog – tijd om tijd te verdelen
– hoeveel malen onbekend.

Het is gissen hoe ons ontmoeten net zo goed
weer afscheid neemt, de woorden sober, het
moment goed uitgekozen.

Ook al heb ik je lief – tot nader orde.


12 maart 2012

Hier ligt een dichter

Grafschrift


Inktzwart de woorden die jij niet hoorde
– rouwnagels krassend op papier. Wat
ons omringde – de volledigheid
van een dood die jij bestierde
– zo definitief.

Als alles ooit nog anders wordt, kan ik mijn
stem niet meer verheffen, jouw taal niet
langer lente – bloemen op grijze letters
– gegraveerd voor een heilloos later.

Even dodelijk verdord – mijn blik voorbij
de verte – even duidelijk van naam als al het
nabestaande….


12 maart 2012

Saturday, March 10, 2012

Till nothing matters

Toch nog een voorjaarsgedicht


Daar sta ik dan – leeg en berooid, moet mijn trieste
morgen vullen – van niets kundig, besluiteloos.
Mijn lente kent nog weinig vormen, dient zich
nog met rampspoed aan.

Niet getreurd – ooit vinden vlinders eerste bloemen,
willen vogels lustig zingen - ontspruiten knoppen
aan de bomen - maar het doet nog altijd zeer.

Wil het voor mij wat gaan worden, dient de pijn alras
vergeten, het gordijn voorgoed opzij – opdat het licht
zal binnentreden - ik ontwakend uit mijn zorgen.

Dat ik jou beminnen zal in een dans van louter liefde
- waarin ik van ons weten wil - tot wij meer dan
vrienden zijn - geborgen.


10 maart 2012

Wednesday, March 07, 2012

Alsnog

Voor mijn overleden moeder


Terwijl je weg was, terwijl je niet meer kon – dit alles
haarfijn opgeschreven – laatste woorden – met het
grote waarom – dat de tijd geen medelij had –

Verkapte poezie die jou bewonderde – de kracht
waarmee jij streed – alsnog gedroomd – opdat jij
het nog kon horen – na de dood – uit mijn mond –

een zoon tot zijn ware moeder. Te zeggen wat nooit
ging – hoe voorgoed je ooit zou zijn – duidelijk en klaar
– zonder de pijn van het elkaar te verlaten –

hier, in een ogenblik waarvan ik haast zou zwijgen
– geduldig op papier – het dusdanig voor te lezen dat
geen letter nog verspilling was – nu, onverbiddelijk –

oprecht en even liefdevol – zolang het is gegeven…


7 maart 2012

Eerste tekens

Voorjaarsgedicht


Sluipenderwijs eerste tekens kennen – een
vroege ochtend gedompeld in een langzame
tijd – bloesem ontsproten aan gewillige

Takken, zang naar taal en teken uitgedeeld – naar
elke verwachting – verbazing zover het oog ons reikt
– in dit jongste jaargetij – geboorte boven dood,

Leven vanuit de moederschoot ons gegeven – in
het wassend licht dat geloof en warmte biedt – in
alles zo geborgen – kiem tot cyclus, in elk opzicht –

Te wachten tot het voor zichzelf spreekt – de aanzet
overstegen – belofte die hier uitkomst biedt – vol, in
al haar streven – geen winter meer.

Wij opgaand in de groei van deze toekomst –


7 maart 2012

Tuesday, March 06, 2012

Als het nog moet

Voorjaarsgedicht


Nu het weerloos in zijn vorm besloten ligt,
blijft de vraag nog open – ooit uit de knop
te komen, zang in klinkers toebedacht –

Dichten in zo weinig woorden – antwoorden
die straks bloesem worden, vogels die al
antwoord zijn.

Ik wacht de daden af – kijk en weet de eerste
dageraad – het lengen van de tijd – besef hoe
ook ik mij bekwaam in het ontspringen van
de lente.

Liefde per direct – ons in onszelf te verdiepen
– van hart tot ziel, lichaam aan lichaam – in
een vanzelfsprekend samenzijn.

Dit is het leven – het steeds door te geven wat
leven is – niet verbaasd, nooit bang. Niet
overhaast – wat nog moet kent al de kiem –

In slaap tot het ontwaakt – in voorspoed,
in vreugde.

Ik zal er zijn….


7 maart 2012

Monday, March 05, 2012

Opnieuw

Voorjaarsgedicht voor KNNV

In elk begin – de aanhef van een merel
die weer voorzichtig zingen gaat – in
elk ontkiemen – een zweem van groen
en bloeien – kornoelje, hazelaar – mag

Ik ons weer ontmoeten, aarzelend bij
elkaar. Wie zullen wij zijn? De vorst
net uit de grond, de tijd nog niet op
orde. Liefde schijnbaar woordeloos,

Slaap nog in de ogen. Als wij wakker
worden – in een andere morgen
– omarmen wij elkaar en vinden weer
een nieuwe wereld uit –

Een natuur van het nieuwe leven – taal
en teken – een boodschap ontvouwd
voorbij de zwijgende winter –

Op herhaling


5 maart 2012

Saturday, March 03, 2012

If only

Nummer Fink “ Distance and time “


Slaapdronken van de gedachte – wat
zichtbaar is te moeten missen – zo te
blijven gissen – waaruit ik soms

Ontstond en jij ondertussen de liefde
ontglipte – niets te weten zo onzeker.
Wil het wat worden, laat het dan aan

De vogels, een eerste groet van deze
morgen – alsof alles terloops wil lijken
– een gebrek aan aarzelen – vingers op

Zere plekken leggen, helende woorden
van zichzelf doen spreken – tot het ons
herkent – om in te wonen –

Een plus een.


4 maart 2012

De tand des tijds

Digitale recorder


Dit is het dan – een ruimte die zich vult
met nacht, een kat al zoekend naar haar
stilte.

Hoe kan ik thuis zijn in mijn slapen? De
dag raakt nog alle dingen aan. Zij staan
verbaasd.

Ik heb geen geheimen. Ik orden mij in
mappen waarin gedachten gemeengoed
zijn.

Zo zal ik schrijven – tot aan het zwijgen.
Het bed gereed, de gordijnen dicht. De
dromen open.

Tot ik weer van woorden weet. Een nieuw
geluid zoals geen ander. Onveranderd de
kat in al haar warmte.

Nooit vatbaar voor het een of ander…


3 maart 2012

Friday, March 02, 2012

To love or to hate

Boekenweek thema 2012 ” Vriendschap en andere ongemakken “


Als het verdriet op de lippen ligt – dan maar niet
– hoe lief ik ook de liefde zie – ons tweeen ooit
gegeven. Wij drijven uiteen – bitter en in een

Leven dat geen van ons voor ogen had – in wrok
omgekeken – smart die het hart bijkans doet
bezwijken – niet meer eensgezind te blijken –

Wij kijken langszij. Hoe jij mij en ik jou – ogen stuurs
turend naar een verte die maar weinig perspectieven
biedt – een verleden dat aan onze daden haakt –

In wrok – ieder woord herhalend – tot de dag van
vandaag. Maar als het verdriet op de lippen ligt – wees
gastvrij, zet de deur op een kier, zwaai hem half open.

Misschien zal ik dan binnenlopen – vergeten bovendien
waar het om spande – en lachen om wat achteraf zo
futiel is gebleken. Als…


3 maart 2012
.

Kat

Voor mijn oude kat Snoes


Zij kent haar tijd – zo vastbesloten
in haar vorm – oud en aanhankelijk
van begrip.

Steeds meer naast mij liggend
– vragen opgesloten achter ogen die
niets verkiezen – geen verlies, maar

Alsmaar trager tot de dood – nabij tot
aan de schoot – geen verweer, geen
verwachting – een hand tot de vacht –

Trage adem in de nacht – slapen een
poging die ik steeds meer gadesla – in
stilte – vertrouwd met deze vrede –

Voorbij elk kennen, voorbij elk wensen.


2 maart 2012

Flux

Lamp nummer 9


Laat het zachtmoedig zijn – licht, meewarig
licht – zich eigenwijs vormgegeven – tot het
een glimlach verspreidt – tijdloos – van

Vroeger tijden – een echoend bericht – thuis
te zijn en weer te komen – dromen van een
ware nostalgie – langs de starre wanden.

Waar te zijn en nergens anders – behaaglijk,
uiterst comfortabel – Malewitz – nieuwerwets
– object niet zonder notie – met gewicht –

Vriendelijk, gastvrij. Tot de stekker het verrekt
– het nabeeld voor ogen – lamp tot de feiten
teruggebracht – een schaduw zichzelf gebleken.

In ruste – wij tot de orde van de dag hoezeer
hij ook hier hangen mag – dag tot de nacht
– te wachten –


2 maart 2012

Thursday, March 01, 2012

Eerste zinnen

Vanuit de laatste sneeuw tot een wereld
door te dringen – een nieuw begin, eerste
zinnen waarin ik heel voorzichtig liefde ken –

Teer en uiterst breekbaar – binnensmonds
beleden – de pen over het maagdelijk papier
– nog niets verkend, geen woord onbezonnen

Totdat het zichzelf wel overstijgen moet
– een soort van groet – tot de dingen – de
eerste en de laatste. Kom, laat ons haasten –

Woorden vol verwachting weten, bloei die bijna
op barsten staat. Herinner je – het is nooit te laat
– de aanzet is daar. Tekst of geen tekst….


2 maart 2012

Aanhef

De eerste zinnen


Met het lengen van de dagen – een
eerste merel die zich al duidelijk
uitspreekt – is er een voorzichtig

Aarzelen – eerste woorden om bewust
mijzelf te zijn – van de daken,
eerste lijnen op het papier – een

Beginpunt voor elk schrijven en dan
de moed erin – hier, waar ik wezen wil,
in het grensgebied van mijn schemering.

Als de dag zich aanvangt – de alarmkreet
geboden – krassen in een schelle taal
– verdwijnen eerste zinnen. Wie een

Oordeel velt, kent niet de hand van de
ware meester – blijft steken in de
zoveelste ophef – vergeet de melodie

– Zo nooit thuis te komen. Blanco op
elk gebied.


1 maart 2012

Monday, February 27, 2012

Lost and found

De geschiedenis van Pjotr de zwerfkat


Hij wil weer liggen waar hij lag – een thuis
geborgen tot vandaag werd plotseling van
hem vervreemd zodat hij zich weer heel

Ontheemd geen enkele meter toekomst zag
– alleen te zijn en voor hoelang – bang voor
het ongewis asiel – de kleine hokken in het

Kwadraat die aan een kat geen ruimte laat
– gewend aan vrijheid en gemak – nu weerloos,
angstig tot het bot – niet handelbaar zoals men

Zei – hij at als het ware uit mijn hand – een
vechtersbaas, een ferme knaap? Bij mij viel hij
bijkans in slaap. De twijfel nu – regeert in hem

Het zwerversbloed of waant hij zich voorgoed
te gast – ik kan niet dwingen wat hem past – hij
mag weer liggen waar hij lag – zolang hij wil,

Zolang het duurt….


27 februari 2012

Ziek

Muziek Genesis “ And then there were three “ en ziek zijn


In een grauwe wereld die maandag heet – los
van elk dagelijks ritueel – daadwerkelijk
op te staan, tijd en werk aan te gaan.

Maar wat is werk? De muziek doet de rest,
kleurt verloren uren in die ik nu niet met
pure bedenksels begin – dat is een feit.

Ik moet weer worden wie ik was – zopas kon
ik nog ware woorden laten horen, schrijven
recht toe, recht aan – waterpas en waar.

Nu trekt koorts voorbij – niet mogelijk om mij
daaraan niet te storen – passeren mensen
op weg naar wat zij presteren – tevreden?

Ik moet leven met mijn koffie en thee – staren uit
de ramen – misschien zul jij mij zien staan en de
wrevel beamen – ik wil weer vrijuit naar buiten.

Geen fruitmand, geen ansichtkaart. Naar waar de
vogels fluiten, de hazelaar zich openbaart. Het
wachten beloond, de dag weer op zijn beloop.

Nog te slapen, zo ver ik geen stap verzet.


27 februari 2012

Sunday, February 26, 2012

This is the thing

Muziek Fink, gelijknamig nummer van “ Distance and time “

Digitale recorder



Als de gordijnen zich gesloten hebben, wil ik
van geen herkomst weten – korte metten met
het dagelijks leven dat in scene lijkt gezet -

Het opstaan uit een bed dat geen overwinnaars
kent – een ochtend grauw en afgemeten, zoals zij
steeds zal zijn herkend – kwetsbaar, aan de orde

Van de dag, bij voorbaat in het harnas gevat – bang
voor wat te wachten staat – liefde moegestreden
– ik en jij, wij moeten puurheid zijn – wars van elk

Gebrek – rituelen om de rituelen – trefzeker
– nonverbaal – een taal die ons twee benaderen zal.
Wie de sleutel vindt om de dag te beginnen mag

Haar routine dagelijks overslaan – om ons de slaap
uit de ogen te wrijven – wis en waarachtig…


26 februari 2012

Friday, February 24, 2012

Prelude

Erik Satie “ Early Pianoworks “ (Uitvoering Reinbert de Leeuw)


Zo willen dagen – reikend naar het licht, bloei
in de knop besloten – zang nauwelijks regels
toegedicht – adem zuiver ingehouden, noten
nog niet uitgesproken.

Stilstand wachtend op de maat – tot zij wetten
overslaat en weten wil van nieuwe grillen – een
ijle lente die aarzelend beginnen zal – overstag
voor frêle taal.

Nooit meer zwijgen – leven op haar taak gericht
– kalmte die zich zo doorbreekt – los van al die
vele vragen – waartoe zij is gericht – op het ritme
van de jaren.

Zo moet het zijn – bedachtzaam, in haar moeizaam
evenwicht – nauwelijks te verdragen – de kalmte
helaas nog niet doorbroken – in zichzelf, tot zij
nieuwe woorden geeft – het raam weer half open.


24 februari 2012

Without nature

Griep en de lente


Tot er iets gebeurt, zich niet meer aan het
oog onttrekt – voorbij de blinde vlek van het
alsmaar doelloos staren – een heggemus

Die zich laat openbaren – trots en fier op zijn
zelf verkozen plek – onder het raam – waar
mijzelf geheten nu ik hem niet heb gemist?

Ziek te zijn, maar niet ontdaan van wat zich
openbaarde – de natuur die reeds ontspringt
aan Koning Winter – een nieuwe lente, een

Nieuw geluid. Ik kijk wat door de ruit en weet
het zeker – ook ik word langzaam beter – een
besluit naar het zich laat zien – de tijd zeker

Rijp – voor alsnog.


24 februari 2012

Thursday, February 23, 2012

One for the road

Geinspireerd door muziek van Fink en opgedragen aan Ingrid Smaling



Voorbij mijn zekerheden – ligt het daar
– een nog te volbrengen lente – een pril
begin van horen zeggen, onverbiddelijk

En waar. Hoe uit te leggen dat alles wat nog
komen moet zich straks volledig noemen
laat – ontroert – een vreugdedans, een

Belofte die zich kenbaar maakt – bloesem
net niet door het licht beroerd – dingen die
van daden zingen – en alles doet de rest –

Erkent zichzelf – wennen aan een wakkere
morgen – een zachte kus van jou naar mij –
voorzichtig om elkaar terloops te ontmoeten –

Groei los van de afstand van ons twee
– gelukkig – opdat het spreekt.


23 februari 2012

Wednesday, February 22, 2012

Huiswerk

Opdracht Schrijvenswaard

Dit schrijven heeft niet veel om het lijf.
Het wil maar niet van dichten weten.
Hoelang ook voor het vel gezeten.
Geen woord – al vloekte ik mij stijf.

Nog voor ik mij tot wanhoop drijf.
Niets laat zich aan de Groten meten.
Zeer zeker als zij Komrij heten.
Die schrijft er zo een stuk of vijf.

Ik dicht, maar zonder na te denken.
Niets te schrappen, taal ruim baan.
Wil mijn pen in vrijheid drenken.

Zodat het op zichzelf zal staan.
Vreugdevol een vers te schenken.
En dan – Goddank! Het is gedaan!


20 februari 2012

Sunday, February 19, 2012

Dit landschap

Ik vind je in dit landschap terug – languit
op mijn rug om van de verte maar te
zwijgen – er geen genoeg van krijgen –

De gekromde bomen, de speelse weiden
– en dat allemaal voor mij. Nergens op te
wachten – het blijft zichzelf eigen.

De wind een woord, de zon een zegen – alles
zoals het zich bedoeld – alles tot het zich niet
laat kijken – in de armen van de nacht,

In de vraagtekens van het duister – niets nog te
beschrijven. Maar voorlopig even zo – door
stilstand betoverd – geen woord te over…


19 februari 2012.

Achteraf

Na bezoek van een broer met zijn vriendin


Het bankstel weer op zijn plaats, het licht
gedempt – bezoekers bijkans afgedropen
omdat de tijd dit noopt.

Zij moesten gaan. Ik rangschik vuile borden
en bestek, weet hun opnieuw weggezet
– tot nader orde.

Het leven in een nieuw stramien – daden
zoals zij ooit begonnen – stilte vaste vorm
innemend – identiek zoals voorheen.

Toch – de echo dreunt na, de tafel telt de
sporen – kringen die bij koffie horen,
kruimels die gebleven zijn - een morsig
relikwie.

Niets wat mij hier nog toebehoort, niets dat
er van mijn wezen spreekt. Als ik thuis kom,
laat er dan een welkom zijn –

Niets veranderd – en van mij.


19 februari 2012

Saturday, February 18, 2012

Die Seele

Naar de " Brieven aan een jonge dichter " van Rainer Maria Rilke


Als dit dan verdriet is – echo’s rennend
door de hal, geuren van verdwenen
gasten, een open boek dat men ooit las.

Dit zijn de herinneringen – de tijd die
rijpt, de toekomst die diep in ons ligt, de
hand die leidt tot kalmte.

Alleen te zijn, hoogst onzeker, als men
al niet in twijfel is – leven wat zich erg doet
vrezen, zelfs als het ons tegenzit.

Dan die richting mee te geven, juist als het
ons tegenzit – open voor veranderingen – in
vrede – liefde los van elk verstand.

Zo zal het zijn – de branding haar het lot
uitdagen en je door de golven dragen
– water leidend tot de zee – in stilte
– anders niet.


18 februari 2012

Devil's own

(Uitgewerkte improvisatie digitale recorder)
Naar gelijknamig nummer David Sylvian


Ergens moeten wij van water zijn gemaakt, de
fluistering begonnen – het getik van een klok
hebben ontkend die ons aan scherven sloeg.

De nacht oud en koud. Wij wilden haar
verlaten. Verder gaan en stromen naar
later – bladeren wiegend tot de zee.

Ziel aan ziel gelijk – tot de bodem te komen
– gevonden te worden – onleesbaar te zijn
als de letter die zich neerschreef:

hier waar wij waren en uiteindelijk ademen
zullen – gerustgesteld als de grote vogel
wiekend in de wind.

Geen liefde nog – er zijn de daden niet. Een
aarzeling ten teken dat wij kwetsbaar zijn
en voorlopig nog onaf.


18 februari 2012

Lamentation

Lamenta – The Tallis Scholars


Tegen een morgen aan – de wereld nog geen
idee, geen daadwerkelijk begin – om toe
te slaan, voorzichtig.

Wij beredeneren ons de toekomst – weten
ons geen raad – onzeker, nog niet
doorgrond.

Het ergste vrezen – angst die binnensmonds
zachtjes drieste daden mompelt, het verstand
verstomd – tot hoe ver en waarom.

Zo achter blijvend – taal noch teken – makke
schapen, kale grond – akkers voortaan
doodgezwegen.

Vogels vluchtend in het rond – wij verlamd – niet
bij machte – lachen dat ons is vergaan – geen
welluidend ideaal – lieflijk de klanken.

Bitter onze stille taal – niets te bedenken dan de
wanklank van ons sterven – als wij gaan dan
wij allemaal…


18 februari 2012

Friday, February 17, 2012

Tussen elke stilte

Muziek Genesis ,“ The lamb lies down on Broadway “, 6.00 uur


– totdat wij weer van onszelf zijn, zuiver en
van alle smet ontdaan – zodra de tijd weer stil
zal staan – moet er geleefd, geademd naar

Zijn evenbeeld – bloed, zweet en tranen – in
een opperst geloof – dat wat wij ooit zeggen
zullen ook echt waar is – niet nagepraat of

ja en amen – klakkeloos beaamd – maar zoals
het zich aandient – naakt, bijna weerloos – tussen
elke stilte in. De wereld tot een nieuw begin van

die eenvoud, die samenhang – klaar te zijn voor
een onuitputtelijke vreugde – hier, waar ik ben
en altijd zijn zal – met heel mijn wezen –

luisterend met het wakker oor – tot het signaal
van het einde klinkt – om de stilte te verkrijgen
– hier, waar wij ooit verbleven – nu, voorbij elk feit.


18 februari 2012

Kleinood

Observatie verliefd stelletje Cooltheater

In het vinden van het lichaam – in de verstrengeling
van elkaar – bewegen armen zich tot vrede, reiken
handen tot gebaar – zorgen nu uiteengeweken – een

Innig paar dat braille spreekt – heuse woorden overbodig
– klare noten simultaan. Ogen volgen elke notie, kijken
nergens anders naar – zo dichtbij en zo standvastig

Dat geen tijd voorbij kan gaan – lippen geven lieve kussen,
willen van wijken weten – liefde die zich openbaart – als
een kleinood weg te geven – waardevol tot aan het eind.


17 februari 2012

Thursday, February 16, 2012

Onder invloed

Naar gedicht Mascha Kaleko(1907-1975)
“ Mein schonstes Gedicht “

Nee, woorden zijn het niet – rotte appels
in de mand, bloesem die nog geboren
moet worden – sterfte tegemoet.

Stilte, onaangeroerd – poezie tussen de
de bedrijven door– schrijven moet je,
schrijven moet – zover de hand reikt.

Dan is het daar – in een ogenschijnlijke
vanzelfsprekendheid – vastgelegd te worden
In de tijd – tot een roos ontloken, ongebroken.

Dieper dan het zich ooit laat denken.


17 februari 2012

Winternacht

– alsof de tijd is neergestreken – bijna
vanzelfsprekend. Liefste, wat valt er nog
te leren? De wereld wordt zacht en de
nacht verliest haar streken.

Als het moet – de voetstap in een
maagdelijke morgen – de een na de
andere. Geen terugkeer mogelijk.

Wij slapen door. Wat zich gedroomd weet,
staat nog te gebeuren, blijft vederlicht en
zwaar van belofte.

De ochtend een Oh en Ah….


16 februari 2012

Wednesday, February 15, 2012

Abstkolk en De Putten

KNNV excursie in de polders en plassen bij de Hondsbossche Zeewering


Dit ruigteleven – roestend gras en niets
te bieden – nukkig in haar tijdverblijf
– gebukt gaand onder het grauwend grijs

Der onbestemde winterluchten – vogels
steevast klaar te vluchten – heuse argwaan
in het vizier – om van hier naar daar te strijken.

Elders en hoogst onzeker. Het soelaas kent
weinig meelij. Koude scherpt elk oordeel aan
om het zoeken te doen haasten tot een

Laatste avondmaal – prooi, predator, leven,
dood. Wie het moorden doet vermoeden
– zwermt in dichte wijde kringen.

Schraal dit arme winterland – paniek zover het
oog kan kijken. Vaker zien zij zelden iets. Wat zich
verroert heet hier de verte en vergeet elk ogenblik.


15 februari 2012

Tuesday, February 14, 2012

Happy Valentine

Niets zo onverbiddelijk als de stilte
tussen het kijken in – wij tweeen die
het begrip niet meer lonend vinden

– te leven naar de zin van onze adem
– kussens weer opgeschud voor de
herhaalbare liefde – naakt en onbemind.

Elk standpunt beziet andere doelen
– gevoelens waardig die van zichzelf
aanhankelijk zijn – nooit zich te verlaten

In volstrekte eenzaamheid – dit is de
kunst. Er is geen haast – het is de tijd.
Maar zeg het dan – het kan nog even.


14 februari 2012

Monday, February 13, 2012

Kleinschalig gedicht

Uitgewerkte aantekeningen digitale recorder


Dat ik je bewonder in de subtielste tijd
zonder dat ik jou overschrijd. Keurig,
binnen scherp gestelde grenzen.

Dit is een mens. Ik beeld je uit. Leven
van vlees en bloed, tot op de huid
– vreugde en verdriet indachtig.

Meer is er niet en zal er ook niet zijn.
Pijn gedempt door troosten, leed
verzacht door liefde.

Ach, laat alles in het teken staan van
wat ik reeds over je heb geschreven,
niet groots, slechts gedachte.

Kleinschalig, tot ik je vind in de
gelukzaligheid van mijn armen.


13 februari 2012

Dagelijks

Digitale recorder. Muziek David Sylvian


De vogels, de hagen. Alsof de winter
nog op een kier. Woorden zacht van
taal. Ingehouden vreugde.

Hoe sta ik alleen. Tijd stelt vele vragen.
Bezig te zijn in het dagelijkse, weer of
geen weer. Benard de poging tot het
doorbreken van mijn stilte.

Mijn wil dan toch maar opgepakt. Ik leg
het af bij wat ik deed. Een offerande aan
de toekomst die ik vergat – dat alles zal:

Groei, bloei, een nieuw onderkomen. Het
domein van de gebroken takken. De belofte
aan het ontspruitend blad.

Zo wacht mij het huis, de kat die bij mij lag.
Stil en onverschrokken. Zolang ik niets te
zeggen heb is alles glashelder.


13 februari 2012

Dooi

Wie zal ik zeggen dat ik ben? De
perkamenten tijd schrijft zijn
overuren. Sneeuw beleeft een

Laatste requiem, moddergrijs en
reeds passe. Dit is de dag: zij heeft
nog weinig om het lijf. Ieder zo zijn

Eigen weg – fietsers, auto’s, voorzichtige
passanten – en niet verder te gaan dan
waar zelfs mijn kijken zwijgt – tot in de

Schemer van het denken. Zo stil, zo
vanzelfsprekend….


13 februari 2012

Sunday, February 12, 2012

Heb ik je lief?

Een probeersel



Er is geen haast en jij hebt het zeker
niet – traag als een rivier wil jouw
wezen toegang zijn voor wat jij mij

zou willen zeggen – waar jij was, waar
ik was tot deze tedere nacht – nee, wij
hebben elkaar voorzichtig uitgekleed, met

de ogen toegedekt – vanzelfsprekend als
jij daar en ik hier. Uit te tekenen de
lichamelijkheid van ons 2 – lijf aan lijf

ons toegemeten – om te vinden – niets
te bedoelen dan wat de hand zich afvraagt
– liefde levend blindelings.


12 februari 2012

Friday, February 03, 2012

Kou

Winter en een kapotte kachel…


De nacht als dan het huis de geest
geeft – de liefde kil, het lichaam
stram – niemand komt nog binnen.

Het minnen vergeefs. Het herinnert,
het is geweest – tijd van welkom en
genode gasten – warmte om over te

Praten – zichzelf verlaten. Huiver: de
huid is weerloos, de pijn snijdt zich
diep in mijn ziel – winter eigen. Hoe

Weer uit de kou te raken – beschut?
Dat een dag herrijst en het huis zijn
glimlach kent – naar de zon.

Maar nu nog niet…


3 februari 2012

Witte sneeuw

De eerste heftige sneeuwbuien


Als het kwam gelegen – maar zo
was het niet. Het kwam met
bakken uit de hemel. Vederlicht

En helderwit. Sereen om van te
houden – regels zonder woorden
– strofen verborgen om nooit

Meer worden toegelicht – van
zichzelf een gedicht dat ontzag en
verbazing schetst – een nieuwe

Wereld – een ets uit vroeger tijden
zachtjes neergelegd – landschap
maagdelijk van stilte – tot de

Voetstap intree doet – niets meer
eeuwig. Het is wachten totdat zij
smelten gaat – helaas…


3 februari 2012

Wednesday, February 01, 2012

Brieven aan Rainer Maria Rilke

N.a.v. de “ Brieven aan een jonge dichter ”

Vanuit die vraag te willen leven dat het
kan – een lust in liefde aaneengesmeed
– serieus te zijn en op zich – hand en

Lichaam eigen. Zwijgen vermenigvuldigd
met een vanzelfsprekend neigen naar
elkaar – in een onlosmakelijk evenwicht –

Bewustzijn van een dieper wezen dan dat
zich op het eerste gezicht laat lezen – tegen
het licht – een bron van mededogen – heel

Dichtbij nooit te verlaten – onwrikbaar
sensueel de intieme daden voor wie voor
de passie zwicht – roeping zoekend naar

Woorden – zij zijn er niet – te denken – in
eenzaamheid geboren – in onszelf verloren
– vreugde en verdriet – zolang de voorraad

Strekt. Voorzichtig een eerste kus, een lief
gebaar – oprecht – dit is het dus – leven
ten teken dat wij bestaan – in ieder uur…


31 januari 2012

Tuesday, January 31, 2012

Nooit niet

Autobiografisch gedicht over de liefde


Jij zou mij nooit…maar je ging – voor
altijd lief… maar jij vergat omdat ik
niet meer zo toegankelijk was als

Weleer – toen ik nog wederzijds… en
lachte bovendien – hoe onvoorzien
de gedachte die grijs en grauw over

Mijn daden hing – apathisch, het lijf
lam en niet meer toegenegen. Lust
verleerd – in mijzelf gekeerd en niet

Voor even – dan toch maar afscheid
nemen, ook al doet dit zeer – het kijken
overbodig – een bloem de kelk gesloten

– een gans op de vlucht – mijn huid los
van elk strelen – een tijd die jij besloot af
te ronden – voorbij jouw belofte, het fier

Besluit – nooit meer samen – eenzaam,
exit, het verlaten – niet meer om te zien
– koud – tot een nader uur.


31 januari 2012

Monday, January 30, 2012

Wintertafereel

De eerste echte sneeuw

Somber het stilste wit – ijle sneeuw die
gestaag vaste aarde vindt – een eerste
stap in een plotseling verglijden voorbij

Het wankel evenwicht. Stand te houden
– de koude kil, de handen stijf, een lichaam
niet warm te krijgen – een aarzelend begin

Van winter – een gedroomd stilleven dat
zich op het netvlies brandt – onbestemd
– dat het blijft – ongeacht de dooi, het

Onberispelijke einde…


30 januari 2012

Gedicht voor een stadsdichter

Voor I.

In het helder tegenlicht waar
afgemeten woorden zichzelf
geborgen weten in een knap

Bevonden spraak – een bekwaam
redigeren – voorzichtig articulerend
om tijd te versnellen, te vertragen

Tot iets, een mens – in taal en beeld
uitgespaard – een levend monument
of alledaagse prehistorie van uur

Tot uur, moment tot moment – zichzelf
uitend in het uiterste – een lijn, een plek,
een plat vlak – klanken aaneengeregen –

Zo tegen dit licht in een sprakeloos
evenwicht – zodanig –


Gedichtendag 2012, 26 januari 2012

Mogelijkheden te over

Voor A.

Zoals de voet naar de grond reikt – op
het koude laminaat tot houding….

Ik beloof je niets – stilte heeft hier iets
van verschoning – peilloos verlangen
naar een slapende waarheid.

Gedachten verzacht door omstandigheden.
Een voorzichtige poging om te ontwaken
– bij het vallen van een ochtend.

Ik heb je lief, maar met dat absurde – te
staren vanuit mijn ooghoeken naar de verte
– naar meer.

De eerste stappen nog onlogisch – twijfelen
over de juiste plek van het onbekende – te
weten van het eerste brood, het gekookte ei –

Gepelde mandarijnen in hun sap bewaard – te
schillen voor beiden. Niets is af, ook nu niet – de
ochtend moet nog de slaap uit de ogen –

De koffie eigen baas – op volle sterkte. Als ik je
beminnen kan dan vandaag – voorzichtig. Daar
dan tevreden mee zijn, zolang de voorraad strekt.

Treur niet, er staat een dag te beginnen – vogels
in de ban van hun heilig moeten. Ik heb je lief
en streel de rillingen van je huid. Mijn hand

Uitgestrekt naar het jouwe. Ik in alle opzichten
anders – wat jij wilt heeft zachte vingers, een
kusgrage mond, een trefzeker minnen. Laat

Het zwijgen en ons neigen naar het nieuwe – het
bed uit, zonder dralen – thee, koffie, het ontbijt,
zover de voorraad strekt:

Mogelijkheden te over.


29 januari 2012

Ode aan A.

De hand de beweging laten maken


“ Ik houd het kort “– daar waar jouw taal
de dag aan gort wil slaan – blijf ik in holle
frasen steken – een ridder te paard,

Jij een heus waterwezen dat de tijd naar
het leven staat – van 8 tot 5 – week in,
week uit met steeds dat oorspronkelijke

Geluid van neuriend dichten – schijnbaar een
slag in de rondte – waar ik slechts schaarse
klinkers koop – mooie weliswaar maar zo

Anders – dat ik het niet verander – jij staat
op scherpte – doopt de pen in milde spot
en put uit pure erotiek – tongue in cheek –

Waar ik jongensachtig ben en droom van
ware luchtkastelen – het liefdesideaal – jij
haalt het naar beneden of houdt het tegen

Het licht – wat ik nog te schrijven heb in het
juiste perspectief – sneller dan het geluid, rakend
aan de huid van mijn gedachten.

Maar zo zal het zijn: jij en ik klankbord van het
dichten – tegen wil en dank, tegen elke stroming
in – voorbij het eerste denken…


22 januari 2012
.

Friday, January 27, 2012

Amaryllis # 7

Zal het dan toch?


Wat wil geschied – knoppen die op
barsten staan – een roomblank wit
– bloesem aan zwaarte onderhevig –

De stengel die bijna nederig buigt – zo
het heilig doel bereikt – wat uiteindelijk
van zich doet spreken – groen door

Bloei beloond – vanuit een bol – ter
dienste van dit ene – maagdelijk leven,
een puur beleven wat zich heeft beloofd –

Zover mijn oog wil kijken – verstild, in
ongeloof – te doen zwijgen en weten van
wat komt – in alle waarschijnlijkheid –

Tot aan de tijd.


27 januari 2012

Wednesday, January 25, 2012

Uilenvangersweg # 2

KNNV excursie Bergen aan zee

Uitgewerkte opname digitale recorder


Stil zijn, stilte achterwege laten – stilte
leegte laten zijn. Een veertje dat geen
woord wil lijken.

Grijze bomen van het zwijgen, wolken
kaal en monotoon die mij niet veel
goeds beloven.

Stilte, zondags in het duin. Wandelingen
langs ondoorgrondelijke wegen – stilte
levend in een grenzeloos bestaan – in de

Herberg van de luwte. Aanwezig – stil te
staan met het ritme van de tijd – een orde
die niet wijken wil – stilte tot elke prijs

– los van wat ik eigenlijk zal weten…


Bergen aan Zee, 25 januari 2012

Uilenvangersweg # 1

KNNV excursie Bergen aan Zee

Digitale recorder


Te leven in de luwte. Duinen die niet
verglijden, wind die niet verzucht.
Kaalte die in zijn schors rust – leegte,

Die hangend in de lucht mij naar winter
doet verlangen – harder en niet zomerzacht
– geen jong gelaat, maar ouderdom,

Weerbarstig, kiem in zijn kracht gesmoord
– dood van den, dood van heide, krakend
in haar jaargetijde – een nors en grillig

Vals akkoord waarvan ik hardop zou gaan
zingen. Nog geen kou – als ik zou tot barre
klank verheven. Zo zal het zijn, recht op en

Fier – een landschap tot aan de zee
geleefd – noot tot noot, in ieder uur.


Bergen aan Zee, 25 januari 2012

Tuesday, January 24, 2012

Amaryllis # 6

Voorzichtig wil uit de knop haar
tere wezen breken – een wit gelaat,
een bloem zo puur dat zij blozen

Doet zodra zij zich openbaart – nu
nog niet – er moet nog gewacht, er
moet nog ontwaakt – teder als een

Nieuwe morgen – die zonder zorgen
haar ledematen strekt – de zon eigen
– een zwijgen zolang er de tijd niet

Is om haar groei te krenken – een
vergeefs pogen om omhoog te komen.
Ik vrees het ergste. Het vergt veel om

Naar het licht te streven – sterven
eerder haar tegendeel – tot de grond
te neigen – als ik het weten kon.

De twijfel beklijft – zij zal, zij moet nog
zichzelf tot eer bewijzen – bloem voor
bloem – hierop te wachten, zodra zij

Voor zichzelf zal spreken – het is nog
niet te laat…


24 januari 2012

Monday, January 23, 2012

Compositie nr. 8

Associatief gedicht


De bladzij onaangeroerd – de tijd
half overwogen – om woord te
zijn, daad te verkrijgen – zonder

Haast. Waar zouden wij blijven als
wij onszelf niets vermoeden – geen
vrede, oorlog of iets er tussen in

– veilig op een oor, elkaar heel
naast geboren – toestand van een
diep vertrouwen – die maar geen

Einde kent – tot het stilstaat in de
harten van de mensen – gewenst of
ongewenst – die vraag van een

Onzekere aard – in een leven dat
geen adem heeft dan de onze – in
en uit – om het even.


24 januari 2012

Compositie nr. 9

Een associatief gedicht


Evenwicht nog zoek, plannen nog in
de overweging om gemaakt te
worden –

Besef van een andere orde dan het
tot elkaar genegen zijn – wij nog
hoogst onzeker.

Adem te halen los van toen en ooit – te
willen weten van een beginnend geluk
– ik heb je lief.

Nu nog niet – weg te laten dat ik verga,
dat ik besta met eigen woorden – vanuit
de oorspronkelijke stilte.

Iets moois – nu en vervolgens…


23 januari 2012

Saturday, January 21, 2012

Afterparty

Na opening project “ Kruisbestuiving “, 072


De wijn loom in het lijf, de tijd zijn
beloop. Sloom bedrijft leven haar
dagelijkse routine.

Waar ik vandaan kom: uit het
uiterste van het denken, vanuit
het kijken met de ziel.

Jij schildert speelse beelden. Ik
creeer stamelend wat ik hoorde:
een diep gesprek,

Akkoorden die ik met louter
gratie doorspek – woorden, die
voor herhaling vatbaar mogen zijn.

Het oog zag wat het bekoorde – een
dag verrijkt met dimensies – een
verregaand ideaal – samen.

Nu de kater. Ik pas.


21 januari 2012

Ode aan Simeon ten Holt

Project “ Kruisbestuiving “ 072


Als het beelden aannam zou het haar
lijnen overstijgen, ontspruiten uit
gestage dynamiek.

Eerst aarzelend uit het basale, dan
kordaat als wilde zwanen die het
water overstijgen.

Noten ingelegd in de perkamenten
notie van de tijd – kwijtgeraakt in de
notities – zichzelf de trots eigengemaakt

Om luidop te doen klinken –pianoslagen
in het rond totdat het minimale verstomd
– steeds duidelijker van haar eigen plaats.

Steeds meer haast – de ganzen achterna
over oppervlakkig land – wiek na wiek
te slaan op de meesterlijke maat.

De tranen in de ogen – de variatie in deze
heuse serenade die gewillig oren vindt
– open, dicht, aimabel – verstard.

De adem op het laatst – tot rede.


Alkmaar, 20 januari 2012

Preparations for a journey

Project “ Kruisbestuiving “ 072


Schaduwkabinet van fluisteringen,
kunst van het zijn of niet te zijn.
Het is er – om het even.

Groot of klein – pijnlijk op het
netvlies gekeken of luistertraag
aangeboden.

Een voorbereiding op een reis
– reis naar een toekomende tijd die
zich aanvankelijk eerst droomde.

Ademhalingstekens open of gesloten
– ruimte zo te over dat bij de strot
grijpt.

Een paradijselijk tegendraads gewroet
in een schijnbaar vruchtdragende
aarde –

Onuitputtelijke muze, geen wit geen
zwart, maar een steevast idioom dat
de beelden kust.

Dit is het dus – een halve geste, een
groots gebaar – klinkers, verf diep
indachtig.

Zoals het lacht – in alle vorm, gewoon
totdat zij verstomt bij de nacht – in
elk zwijgend neigen.


Alkmaar, 20 januari 2012

First impressions

Opening project “ Kruisbestuiving “, 072


Wirrelwar van geluiden die op
afstand hun kunst bekijken, hun
mening bewaren voor het laatst.

Vlagen van beelden, pas echt
beleefd als zij pril beklijven tot
wat echt de bedoeling is.

Ik open de expressies in de ruimte,
ik geef mijn ideeen over wat hier
moet bewaard voor later.

Tijd te zijn, vluchtig tot massief in
de golfbewegingen die zij van zichzelf
koestert – intens.

Mijn afkomst gering – tot ik een waar
dichter word – Kunst tot K te bewaren
Het heeft geen haast.

Kruisbestuiving – de dimensie om met
kracht mensen op te heffen – vlinder,
vogel, leven.

Zo is het dan – voor even.


Alkmaar, 20 januari 2012

Monday, January 16, 2012

Avances # 3

Het groeten zal het eerst – dan
wat ik eigenlijk zeggen zou – tot
een vloeibaar tutoyeren –

Al jonglerend met de woorden
bij het vallen van de avond
– traag te weten hoe.

Ik wil je vinden in de stilte. Mijn
roep om liefde wordt steeds luider
– dichterbij wil ik je krijgen.

De kaars kan aan, het oog kan toe.
De kus aldaar – bijna teder.

Dat jij mij weet, dat ik je ken bij de
taal van die gedachte.


15 januari 2012

Friday, January 13, 2012

Amaryllis # 5

De amaryllis en de muze


Bloei tot noodzaak willen worden – nog
lang niet uitgerijpt of blijvend – onverricht
ter zake resultaat – tot inkeer gedacht.

Een ware dichter die tot het uiterste
gaat – ontsloten bloemen vol geheimen
– die daadkracht, die ijver.

Het heilige moeten – van buitenaf geen
sjoege – taal haperend aan de knop,
het blad – geen poging serieus.

Brieven als Rilke – zoveel noodzaak
voor groei, zelfs voor in de verste
verte.

Dat verschil, die wasdom, die
noodzaak.

Daarop hardop te mogen wachten.


13 januari 2012

Amaryllis # 4

De tijd zal het leren


Zo lijfelijk groen torent zij zichzelf
belofte in – toekomst tot wederzijdse
bloei, houvast aan een nieuw

beginnend geluk – het aardse te
verlaten – groei niet in de gaten waar
het oog mankementen toont. De droge

bol verdort – brekend in de top de ijle
knop en scheuten die geen tegenspraak
nog dulden – geen gulden middenweg.

Het is er op of er onder – voor een wankel
ogenblik – bloei, niet bloei: ik houd haar in
de gaten.

Wat zij worden zal voor straks.


13 januari 2012

Amaryllis # 3

Een oud gedicht


Sierlijk van kracht, haar
roep om sterkte en van
harte beterschap.

Aan knol ontsprongen de
maagdelijke wereld waar
het om is begonnen:

een nieuwe morgen. Zij
lijft haar in. Een frêle
begin. Zonder
zorgen.

Te volgen. Van dag
tot dag, van zin tot
zin.

Verbazing te over.


30 november 2010

Thursday, January 12, 2012

Amaryllis # 2

Fase 2


Nog even en de amaryllis heeft zichzelf
overleefd – knop tot bloei verheven,
kleur bekend, twijfel verlaten –

Dat tijd mocht baten – hoogst onzeker
– maar overtuigend des te meer – in
een subtiel verstrijken – dat zij met

Zichzelf kan prijken – voor wat het is
– een uitgelezen kans te verwonderen
– hoe dit al bij het leven hoort – kracht

Van bol tot bloem – zichzelf in staat te
verheffen in alle pracht. Zij doet beseffen
hoe ik leef – van stap tot stap.

Kortstondig?


13 januari 2012

Amaryllis

De geschiedenis ener amaryllis


Wat zij wil – een stil verlangen dat in
de bol verborgen is – dreiging om
te gaan hangen in een hopeloos

Evenwicht – bloei en blad te samen
– warmte voor het groeien uit – de
spruit niet klaar voor het gewicht –

Gevangen in het tegenlicht – bloesem
nog te raden – kleuren rood of helder
wit – de tijd kent zo zijn vragen.

De voorkeur kent mijn liefde niet – zij is
mij om het even – des te meer de dagen
dat hoe zij zal ontwaken – rechtop te
staan, te wijken of te breken –

In het verschiet….


13 januari 2012

Wednesday, January 11, 2012

Verzonken boom

Hier wil straks een winter wonen
– contouren van zijn kale kroon
– paarsig licht breed uitgemeten.

Hij staat nooit stil – hij heeft
herinnering tot doel – van horizon
tot roze verten – blauwe sneeuw tot
aan de voet.

Zo zal hij straks mij kleur bekennen
– ’s ochtends, ’s middags tot de nacht
– dan de dood van elk heden.

Doorschemerd tot een klaar gedicht – de
stam verankerd als een man – die ik ooit
ontmoeten wou.

Een zacht gezicht, een fluistertaal zo met
zichzelf in evenwicht dat ik hem graag
gedenken zal.

Een oude boom, in zich verzonken een
pronkstuk statig aan het plein – kon ik zo
gelukkig zijn?

Dan gelijk mijn hart en ziel, verbreid tot
hemelsbrede takken, vallen woorden mij
ten deel.

Een mijmering, totdat ik ga, het woelig
leven achterna.


12 januari 2012

Hazelaar

Dat ik van je hield was waar – voor
even maar. Iel, bescheiden, met dat
lichtzinnige van onverholen
blijdschap.

Als alles nog mag en niets moet.
Vluchtig als een aarzelende groet
– katjes in het verschiet, tierig
waaiend in de wind.

Dat zij van zichzelf kind zal zijn,
uitgelaten in haar bestaan totdat de
tijd het welletjes vindt. Het geel
verwaterd.

Bruin, een naam verdord dat het straks
een hazelnoot wordt – een gave Gods.
Maar nu nog even speels in het kaal
struweel tot de zomer haar feest
verstoord.

Dat - het teken van een eerste leven
in maart – vermaard.


11 januari 2012

Monday, January 09, 2012

Zoekgeraakt

Uitgewerkte notitie voicerecorder


Ach, word ik een groot dichter? Laat mij
dan witregels zwijgen en ik breng er
bloesems voor terug.

Een verloren gewaand afscheid krijgt
tranen, woorden dobberen op golven
van volmaakte poezie.

Laten wij niet handelen, maar kijken.
Hoe de hand zichzelf uitvindt, ik deze
brief lees om te zeggen wat jij denkt
en ik straks weer vergeet.

De koffie koud bij die gedachte.


9 januari 2012

Dichterlijke vrijheid

Uitgewerkte notitie voicerecorder


Maar oud en vaal zijn letters, geven geen
rekest. Ik weet niet wat ik met je aanmoet.
Wist ik ooit de klinkers uit jouw mond?

Verstond ik daarin jouw aubade?
Nachtegaal ben jij, boodschapper van
zoetgevooisde gedachten die tijdelijk
weerklonken in de duinen.

Waar las ik jou,waar woon jij dan?
Ik hoorde je en herhaalde je oneindig.
Bode uit oude tijden, zoals het zich
gewonnen gaf.

Geboren en getogen, tot de dood jouw
roem verbrak. Hier ben je dan. Beduimeld,
in archieven weggeschreven. Als ik je
lees, kom jij tot leven en zing jij

weer, weergaloze dichter. Het is af. De
sterren staren doelloos in het duister.
Jij moet gaan zitten waar jij zat, door
dichte struiken opgeluisterd.

Zo zoek ik jou, in naam en in tijd. Het is
af. Zing gerust. De nacht heeft jouw stem
gestolen voor de nacht, voor heel even.

Rust zacht. Ik zal op je wachten…


8 januari 2012

Tot het verdwijnt

Bij zware storm

Een vogel door de storm
bewogen wanneer het
elke reden mist –

Een gedicht dwarrelend van
straffe woorden – in een
herfstig perspectief –

Voortgejaagd, te vliegen
en te dalen, licht en
vooruitstrevend –

Opgaand in het groter
geheel van vluchtige
wolken –

Uit zicht.


5 januari 2012

Reis

Naar M.Vasalis


Zo kan het zijn: jij legt jouw
hoofd op mijn schouder en
zegt: ooit wordt het hier
begonnen.

Vrede, kalmte, welkome
dromen – tijd om na te
denken, om te overpeinzen.

Een reis door het landschap
van de woorden: alles gaat
voorbij en de verte kent haar
toekomst.

Jouw hand in de mijne.
Nauwelijks verbaasd zie ik
mijn kansen. Liefde kent
geen haast.

Zo zal het zijn: wij verloren
in de reikwijdte van die
stilte.

De bus rijdt.


9 januari 2012

Monday, January 02, 2012

Als de nacht

Zo zal de narcis weldra bloeien, wil de
kat weer zacht ontwaken, breekt er
wreed de wereld aan.

Ik moet nog worden wie ik was. Zopas
de vrede nog op orde, maar zonder jou?
De liefde kent de liefste niet.

Wij zien elkaar voorbij elk duister als ik
aan mijn bed gekluisterd in jouw licht
herleven mag.

Nu de dromen. Dat ik toesla, dat jij toeslaat
met de kracht van ferme taal – schrille tijd,
alom aanwezig.

Zij herneemt zich keer op keer. Bereid ons
voor op het laatste slapen. Laat ons daarom
pas ontwaken als de vrede daartoe leidt.

Er is de tijd, het is de tijd.


2 januari 2012

Saturday, December 31, 2011

Nieuwjaarsdag 2012

Voice-recorder


Als alles nog moet, als alles nog kan. Het
woord nog niet gebroken, de daad nog
niet gedaan.

In al ons wachten willen ogen begerig
vrede vinden. Wij blikken terug alsof niets
voortduurt, de dag niet daar is, de tijd nog
stilstaat.

Dit is ons geheugen. Wat wij zien is wat wij
zwijgen. De deugd een natie lang. Niemand
die zijn mond roert, een ieder o zo bang
een steek te laten vallen.

Niets moet nog, alles kan. De richting ligt
nog open, maar de toekomst is verzekerd.
Een stroom van hier naar daar.

Slechts een kwestie van passen en meten,
de juiste stappen in de juiste volgorde. De dag
straks begonnen. Als de tijd daar is.

Niets moet nog, alles kan. Wij willen verder,
wij blijven thuis. Bevel is bevel. Als de belofte
een tel is in de ogen van de maker.

Onbekwaam wij slaven van zijn geest.


1 januari 2012

Oudejaarsavond 2011

Dat de tijd weer in zijn klok te sterven
staat – in twaalf slagen – nog eenmaal
te gedenken – aandacht te schenken
aan wat wij het liefst vergaten.

Waarin de dagen weer afgebakend pijn
en leed verzamelen, vrede weer hoop
moet zijn op wat zich tot op heden
niet laat verdragen.

De doden van het jaar weer te verzamelen
– geliefd, vermaard – jong of hoogbejaard
– kortstondige talenten die een mens
behelsden.

Schuif aan, het kan nog even. Een feest voor
of achterom gekeken. En dan? Water bij de
wijn? Alle Menschen werden Bruder?

Leg het leeslint tussen de jaren en doe het
dagboek nu maar dicht. We moeten nog.
Ook al doet het zeer.


31 december 2011

Friday, December 30, 2011

Bevroren

(Terugblik 2011)


Is dat soms genoeg? De
wereld wenst zich rozen
en bloedt in elke oorlog.
Zij verlangt haar dode
zonen.

Liefste, de tijd heeft haast en
maakt vele overuren. Wie oud
wordt raakt snel buiten adem.

Wie jong leeft kijkt niet meer
terug. Pootje baden en pim pam
petten. In goede vrede degens
kruizen.

Waar ik vandaan kom zwijgen
geheimen. Nauwkeurige
woorden in vergeten
dagboeken.

Als ik ze sluit raakt de liefde
verborgen. Achter de ogen de
volmaaktheid van de dromen.

Bevroren de indruk van de
lezer.


30 december 2011

Winterland

En dan, vanuit een ooghoek
jou te zien, een akker op de
schop, water in de voor.

Het stormt tot tranen toe
en weet de vogels niet. Het
zoeken moe, het land te kaal,
het licht te schel.

Dit is het begin van de tijd dat
alles nog zal en niets is, altijd
zondag, altijd vrede, altijd
leegte.

Wie moet ik zijn? De oogst is
vergeten, ik heb oude handen.
De drank is mijn vriend, maakt
liefde dorstig.

Als jij mij bemint, dan voorzichtig.
Dit is de winter. Geen woord krijg
ik er tussen.

Koud zal het zijn en onbarmhartig
tot op het bot.


29 december 2011

Thursday, December 29, 2011

Bijna

Bijna, maar hoe dichtbij? De
woorden willen anders,
begrijpen niet de pijn.

Als het kon, als het echt kon.
Maar er is geen adem, er is
geen huid.

Begeerte wakkert liefde aan waar
onbegrip verdriet zal zijn. Er is
geen mond, geen kus, geen lijf.

Ik ben ik en jij bent jij. Ik wou dat
jij wat zeggen zou – taal om mij
een brug te slaan van vreugde –

Tot een waar ik hou van jou
– zo vertrouwd, zo nabij.


28 december 2011

Wednesday, December 14, 2011

Oostvaardersplassen

Wat wil de pen. Als ik je beschrijf, op hoeveel
letters kom ik uit – het kale vlak gevuld met
vogels – rustig, in rumoer – bang of

Onverschillig. Te blijven of te gaan – als het
moet. Als de dood bestaat dan heel snel,
sluipend of op grote wieken.

Het zal je beurt maar zijn – nergens houvast,
nergens liefde. Er op of er onder. Zoiets
onvermijdelijks.

Zwart voor ogen zien – je woorden te doven.
De anderen – zij zwijgen – zij hebben nog
tijd voor te vluchten, te grazen, te duiken,

Te vissen. Bedachtzaam, tot op het einde.
Kijken op of lopen door. Tegen de wind in
de kop in de veren.

Wie de clou kent, wacht op de vlerken, de
schelmen. Wie hen tegenhoudt is een sterke
– breekt er de wetten – to live or let dy.


12 december 2011

Thursday, December 08, 2011

Take a breath

Storm windkracht 8


Gestriemd langs mijn huid, gezandstraald
in mijn ogen – de kille wind in monologen
– luid verbitterd in haar tijd.

Golven hoog van razernij – strijd die hier geen
helden kent – bang de stroeve oude bomen.
Breekt soms verzet – krijgen takken geen

genade? Mijn adem stokt, de wraak is zoet – is
dit soms wat jij bedoelde? Ik moet er nog gewend
aan raken – de bladeren ritselend op de aarde

– om de ene simpele gedachte: ik ben niet woedend
– het is de taal. Alsof je het niet wist, mijn lot niet
kende. Mijn laatste adem, mijn laatste zucht –

als ik sterf in de nadagen
van december.


8 december 2011