Tuesday, February 14, 2012

Happy Valentine

Niets zo onverbiddelijk als de stilte
tussen het kijken in – wij tweeen die
het begrip niet meer lonend vinden

– te leven naar de zin van onze adem
– kussens weer opgeschud voor de
herhaalbare liefde – naakt en onbemind.

Elk standpunt beziet andere doelen
– gevoelens waardig die van zichzelf
aanhankelijk zijn – nooit zich te verlaten

In volstrekte eenzaamheid – dit is de
kunst. Er is geen haast – het is de tijd.
Maar zeg het dan – het kan nog even.


14 februari 2012

Monday, February 13, 2012

Kleinschalig gedicht

Uitgewerkte aantekeningen digitale recorder


Dat ik je bewonder in de subtielste tijd
zonder dat ik jou overschrijd. Keurig,
binnen scherp gestelde grenzen.

Dit is een mens. Ik beeld je uit. Leven
van vlees en bloed, tot op de huid
– vreugde en verdriet indachtig.

Meer is er niet en zal er ook niet zijn.
Pijn gedempt door troosten, leed
verzacht door liefde.

Ach, laat alles in het teken staan van
wat ik reeds over je heb geschreven,
niet groots, slechts gedachte.

Kleinschalig, tot ik je vind in de
gelukzaligheid van mijn armen.


13 februari 2012

Dagelijks

Digitale recorder. Muziek David Sylvian


De vogels, de hagen. Alsof de winter
nog op een kier. Woorden zacht van
taal. Ingehouden vreugde.

Hoe sta ik alleen. Tijd stelt vele vragen.
Bezig te zijn in het dagelijkse, weer of
geen weer. Benard de poging tot het
doorbreken van mijn stilte.

Mijn wil dan toch maar opgepakt. Ik leg
het af bij wat ik deed. Een offerande aan
de toekomst die ik vergat – dat alles zal:

Groei, bloei, een nieuw onderkomen. Het
domein van de gebroken takken. De belofte
aan het ontspruitend blad.

Zo wacht mij het huis, de kat die bij mij lag.
Stil en onverschrokken. Zolang ik niets te
zeggen heb is alles glashelder.


13 februari 2012

Dooi

Wie zal ik zeggen dat ik ben? De
perkamenten tijd schrijft zijn
overuren. Sneeuw beleeft een

Laatste requiem, moddergrijs en
reeds passe. Dit is de dag: zij heeft
nog weinig om het lijf. Ieder zo zijn

Eigen weg – fietsers, auto’s, voorzichtige
passanten – en niet verder te gaan dan
waar zelfs mijn kijken zwijgt – tot in de

Schemer van het denken. Zo stil, zo
vanzelfsprekend….


13 februari 2012

Sunday, February 12, 2012

Heb ik je lief?

Een probeersel



Er is geen haast en jij hebt het zeker
niet – traag als een rivier wil jouw
wezen toegang zijn voor wat jij mij

zou willen zeggen – waar jij was, waar
ik was tot deze tedere nacht – nee, wij
hebben elkaar voorzichtig uitgekleed, met

de ogen toegedekt – vanzelfsprekend als
jij daar en ik hier. Uit te tekenen de
lichamelijkheid van ons 2 – lijf aan lijf

ons toegemeten – om te vinden – niets
te bedoelen dan wat de hand zich afvraagt
– liefde levend blindelings.


12 februari 2012

Friday, February 03, 2012

Kou

Winter en een kapotte kachel…


De nacht als dan het huis de geest
geeft – de liefde kil, het lichaam
stram – niemand komt nog binnen.

Het minnen vergeefs. Het herinnert,
het is geweest – tijd van welkom en
genode gasten – warmte om over te

Praten – zichzelf verlaten. Huiver: de
huid is weerloos, de pijn snijdt zich
diep in mijn ziel – winter eigen. Hoe

Weer uit de kou te raken – beschut?
Dat een dag herrijst en het huis zijn
glimlach kent – naar de zon.

Maar nu nog niet…


3 februari 2012

Witte sneeuw

De eerste heftige sneeuwbuien


Als het kwam gelegen – maar zo
was het niet. Het kwam met
bakken uit de hemel. Vederlicht

En helderwit. Sereen om van te
houden – regels zonder woorden
– strofen verborgen om nooit

Meer worden toegelicht – van
zichzelf een gedicht dat ontzag en
verbazing schetst – een nieuwe

Wereld – een ets uit vroeger tijden
zachtjes neergelegd – landschap
maagdelijk van stilte – tot de

Voetstap intree doet – niets meer
eeuwig. Het is wachten totdat zij
smelten gaat – helaas…


3 februari 2012

Wednesday, February 01, 2012

Brieven aan Rainer Maria Rilke

N.a.v. de “ Brieven aan een jonge dichter ”

Vanuit die vraag te willen leven dat het
kan – een lust in liefde aaneengesmeed
– serieus te zijn en op zich – hand en

Lichaam eigen. Zwijgen vermenigvuldigd
met een vanzelfsprekend neigen naar
elkaar – in een onlosmakelijk evenwicht –

Bewustzijn van een dieper wezen dan dat
zich op het eerste gezicht laat lezen – tegen
het licht – een bron van mededogen – heel

Dichtbij nooit te verlaten – onwrikbaar
sensueel de intieme daden voor wie voor
de passie zwicht – roeping zoekend naar

Woorden – zij zijn er niet – te denken – in
eenzaamheid geboren – in onszelf verloren
– vreugde en verdriet – zolang de voorraad

Strekt. Voorzichtig een eerste kus, een lief
gebaar – oprecht – dit is het dus – leven
ten teken dat wij bestaan – in ieder uur…


31 januari 2012

Tuesday, January 31, 2012

Nooit niet

Autobiografisch gedicht over de liefde


Jij zou mij nooit…maar je ging – voor
altijd lief… maar jij vergat omdat ik
niet meer zo toegankelijk was als

Weleer – toen ik nog wederzijds… en
lachte bovendien – hoe onvoorzien
de gedachte die grijs en grauw over

Mijn daden hing – apathisch, het lijf
lam en niet meer toegenegen. Lust
verleerd – in mijzelf gekeerd en niet

Voor even – dan toch maar afscheid
nemen, ook al doet dit zeer – het kijken
overbodig – een bloem de kelk gesloten

– een gans op de vlucht – mijn huid los
van elk strelen – een tijd die jij besloot af
te ronden – voorbij jouw belofte, het fier

Besluit – nooit meer samen – eenzaam,
exit, het verlaten – niet meer om te zien
– koud – tot een nader uur.


31 januari 2012

Monday, January 30, 2012

Wintertafereel

De eerste echte sneeuw

Somber het stilste wit – ijle sneeuw die
gestaag vaste aarde vindt – een eerste
stap in een plotseling verglijden voorbij

Het wankel evenwicht. Stand te houden
– de koude kil, de handen stijf, een lichaam
niet warm te krijgen – een aarzelend begin

Van winter – een gedroomd stilleven dat
zich op het netvlies brandt – onbestemd
– dat het blijft – ongeacht de dooi, het

Onberispelijke einde…


30 januari 2012

Gedicht voor een stadsdichter

Voor I.

In het helder tegenlicht waar
afgemeten woorden zichzelf
geborgen weten in een knap

Bevonden spraak – een bekwaam
redigeren – voorzichtig articulerend
om tijd te versnellen, te vertragen

Tot iets, een mens – in taal en beeld
uitgespaard – een levend monument
of alledaagse prehistorie van uur

Tot uur, moment tot moment – zichzelf
uitend in het uiterste – een lijn, een plek,
een plat vlak – klanken aaneengeregen –

Zo tegen dit licht in een sprakeloos
evenwicht – zodanig –


Gedichtendag 2012, 26 januari 2012

Mogelijkheden te over

Voor A.

Zoals de voet naar de grond reikt – op
het koude laminaat tot houding….

Ik beloof je niets – stilte heeft hier iets
van verschoning – peilloos verlangen
naar een slapende waarheid.

Gedachten verzacht door omstandigheden.
Een voorzichtige poging om te ontwaken
– bij het vallen van een ochtend.

Ik heb je lief, maar met dat absurde – te
staren vanuit mijn ooghoeken naar de verte
– naar meer.

De eerste stappen nog onlogisch – twijfelen
over de juiste plek van het onbekende – te
weten van het eerste brood, het gekookte ei –

Gepelde mandarijnen in hun sap bewaard – te
schillen voor beiden. Niets is af, ook nu niet – de
ochtend moet nog de slaap uit de ogen –

De koffie eigen baas – op volle sterkte. Als ik je
beminnen kan dan vandaag – voorzichtig. Daar
dan tevreden mee zijn, zolang de voorraad strekt.

Treur niet, er staat een dag te beginnen – vogels
in de ban van hun heilig moeten. Ik heb je lief
en streel de rillingen van je huid. Mijn hand

Uitgestrekt naar het jouwe. Ik in alle opzichten
anders – wat jij wilt heeft zachte vingers, een
kusgrage mond, een trefzeker minnen. Laat

Het zwijgen en ons neigen naar het nieuwe – het
bed uit, zonder dralen – thee, koffie, het ontbijt,
zover de voorraad strekt:

Mogelijkheden te over.


29 januari 2012

Ode aan A.

De hand de beweging laten maken


“ Ik houd het kort “– daar waar jouw taal
de dag aan gort wil slaan – blijf ik in holle
frasen steken – een ridder te paard,

Jij een heus waterwezen dat de tijd naar
het leven staat – van 8 tot 5 – week in,
week uit met steeds dat oorspronkelijke

Geluid van neuriend dichten – schijnbaar een
slag in de rondte – waar ik slechts schaarse
klinkers koop – mooie weliswaar maar zo

Anders – dat ik het niet verander – jij staat
op scherpte – doopt de pen in milde spot
en put uit pure erotiek – tongue in cheek –

Waar ik jongensachtig ben en droom van
ware luchtkastelen – het liefdesideaal – jij
haalt het naar beneden of houdt het tegen

Het licht – wat ik nog te schrijven heb in het
juiste perspectief – sneller dan het geluid, rakend
aan de huid van mijn gedachten.

Maar zo zal het zijn: jij en ik klankbord van het
dichten – tegen wil en dank, tegen elke stroming
in – voorbij het eerste denken…


22 januari 2012
.

Friday, January 27, 2012

Amaryllis # 7

Zal het dan toch?


Wat wil geschied – knoppen die op
barsten staan – een roomblank wit
– bloesem aan zwaarte onderhevig –

De stengel die bijna nederig buigt – zo
het heilig doel bereikt – wat uiteindelijk
van zich doet spreken – groen door

Bloei beloond – vanuit een bol – ter
dienste van dit ene – maagdelijk leven,
een puur beleven wat zich heeft beloofd –

Zover mijn oog wil kijken – verstild, in
ongeloof – te doen zwijgen en weten van
wat komt – in alle waarschijnlijkheid –

Tot aan de tijd.


27 januari 2012

Wednesday, January 25, 2012

Uilenvangersweg # 2

KNNV excursie Bergen aan zee

Uitgewerkte opname digitale recorder


Stil zijn, stilte achterwege laten – stilte
leegte laten zijn. Een veertje dat geen
woord wil lijken.

Grijze bomen van het zwijgen, wolken
kaal en monotoon die mij niet veel
goeds beloven.

Stilte, zondags in het duin. Wandelingen
langs ondoorgrondelijke wegen – stilte
levend in een grenzeloos bestaan – in de

Herberg van de luwte. Aanwezig – stil te
staan met het ritme van de tijd – een orde
die niet wijken wil – stilte tot elke prijs

– los van wat ik eigenlijk zal weten…


Bergen aan Zee, 25 januari 2012

Uilenvangersweg # 1

KNNV excursie Bergen aan Zee

Digitale recorder


Te leven in de luwte. Duinen die niet
verglijden, wind die niet verzucht.
Kaalte die in zijn schors rust – leegte,

Die hangend in de lucht mij naar winter
doet verlangen – harder en niet zomerzacht
– geen jong gelaat, maar ouderdom,

Weerbarstig, kiem in zijn kracht gesmoord
– dood van den, dood van heide, krakend
in haar jaargetijde – een nors en grillig

Vals akkoord waarvan ik hardop zou gaan
zingen. Nog geen kou – als ik zou tot barre
klank verheven. Zo zal het zijn, recht op en

Fier – een landschap tot aan de zee
geleefd – noot tot noot, in ieder uur.


Bergen aan Zee, 25 januari 2012

Tuesday, January 24, 2012

Amaryllis # 6

Voorzichtig wil uit de knop haar
tere wezen breken – een wit gelaat,
een bloem zo puur dat zij blozen

Doet zodra zij zich openbaart – nu
nog niet – er moet nog gewacht, er
moet nog ontwaakt – teder als een

Nieuwe morgen – die zonder zorgen
haar ledematen strekt – de zon eigen
– een zwijgen zolang er de tijd niet

Is om haar groei te krenken – een
vergeefs pogen om omhoog te komen.
Ik vrees het ergste. Het vergt veel om

Naar het licht te streven – sterven
eerder haar tegendeel – tot de grond
te neigen – als ik het weten kon.

De twijfel beklijft – zij zal, zij moet nog
zichzelf tot eer bewijzen – bloem voor
bloem – hierop te wachten, zodra zij

Voor zichzelf zal spreken – het is nog
niet te laat…


24 januari 2012

Monday, January 23, 2012

Compositie nr. 8

Associatief gedicht


De bladzij onaangeroerd – de tijd
half overwogen – om woord te
zijn, daad te verkrijgen – zonder

Haast. Waar zouden wij blijven als
wij onszelf niets vermoeden – geen
vrede, oorlog of iets er tussen in

– veilig op een oor, elkaar heel
naast geboren – toestand van een
diep vertrouwen – die maar geen

Einde kent – tot het stilstaat in de
harten van de mensen – gewenst of
ongewenst – die vraag van een

Onzekere aard – in een leven dat
geen adem heeft dan de onze – in
en uit – om het even.


24 januari 2012

Compositie nr. 9

Een associatief gedicht


Evenwicht nog zoek, plannen nog in
de overweging om gemaakt te
worden –

Besef van een andere orde dan het
tot elkaar genegen zijn – wij nog
hoogst onzeker.

Adem te halen los van toen en ooit – te
willen weten van een beginnend geluk
– ik heb je lief.

Nu nog niet – weg te laten dat ik verga,
dat ik besta met eigen woorden – vanuit
de oorspronkelijke stilte.

Iets moois – nu en vervolgens…


23 januari 2012

Saturday, January 21, 2012

Afterparty

Na opening project “ Kruisbestuiving “, 072


De wijn loom in het lijf, de tijd zijn
beloop. Sloom bedrijft leven haar
dagelijkse routine.

Waar ik vandaan kom: uit het
uiterste van het denken, vanuit
het kijken met de ziel.

Jij schildert speelse beelden. Ik
creeer stamelend wat ik hoorde:
een diep gesprek,

Akkoorden die ik met louter
gratie doorspek – woorden, die
voor herhaling vatbaar mogen zijn.

Het oog zag wat het bekoorde – een
dag verrijkt met dimensies – een
verregaand ideaal – samen.

Nu de kater. Ik pas.


21 januari 2012

Ode aan Simeon ten Holt

Project “ Kruisbestuiving “ 072


Als het beelden aannam zou het haar
lijnen overstijgen, ontspruiten uit
gestage dynamiek.

Eerst aarzelend uit het basale, dan
kordaat als wilde zwanen die het
water overstijgen.

Noten ingelegd in de perkamenten
notie van de tijd – kwijtgeraakt in de
notities – zichzelf de trots eigengemaakt

Om luidop te doen klinken –pianoslagen
in het rond totdat het minimale verstomd
– steeds duidelijker van haar eigen plaats.

Steeds meer haast – de ganzen achterna
over oppervlakkig land – wiek na wiek
te slaan op de meesterlijke maat.

De tranen in de ogen – de variatie in deze
heuse serenade die gewillig oren vindt
– open, dicht, aimabel – verstard.

De adem op het laatst – tot rede.


Alkmaar, 20 januari 2012

Preparations for a journey

Project “ Kruisbestuiving “ 072


Schaduwkabinet van fluisteringen,
kunst van het zijn of niet te zijn.
Het is er – om het even.

Groot of klein – pijnlijk op het
netvlies gekeken of luistertraag
aangeboden.

Een voorbereiding op een reis
– reis naar een toekomende tijd die
zich aanvankelijk eerst droomde.

Ademhalingstekens open of gesloten
– ruimte zo te over dat bij de strot
grijpt.

Een paradijselijk tegendraads gewroet
in een schijnbaar vruchtdragende
aarde –

Onuitputtelijke muze, geen wit geen
zwart, maar een steevast idioom dat
de beelden kust.

Dit is het dus – een halve geste, een
groots gebaar – klinkers, verf diep
indachtig.

Zoals het lacht – in alle vorm, gewoon
totdat zij verstomt bij de nacht – in
elk zwijgend neigen.


Alkmaar, 20 januari 2012

First impressions

Opening project “ Kruisbestuiving “, 072


Wirrelwar van geluiden die op
afstand hun kunst bekijken, hun
mening bewaren voor het laatst.

Vlagen van beelden, pas echt
beleefd als zij pril beklijven tot
wat echt de bedoeling is.

Ik open de expressies in de ruimte,
ik geef mijn ideeen over wat hier
moet bewaard voor later.

Tijd te zijn, vluchtig tot massief in
de golfbewegingen die zij van zichzelf
koestert – intens.

Mijn afkomst gering – tot ik een waar
dichter word – Kunst tot K te bewaren
Het heeft geen haast.

Kruisbestuiving – de dimensie om met
kracht mensen op te heffen – vlinder,
vogel, leven.

Zo is het dan – voor even.


Alkmaar, 20 januari 2012

Monday, January 16, 2012

Avances # 3

Het groeten zal het eerst – dan
wat ik eigenlijk zeggen zou – tot
een vloeibaar tutoyeren –

Al jonglerend met de woorden
bij het vallen van de avond
– traag te weten hoe.

Ik wil je vinden in de stilte. Mijn
roep om liefde wordt steeds luider
– dichterbij wil ik je krijgen.

De kaars kan aan, het oog kan toe.
De kus aldaar – bijna teder.

Dat jij mij weet, dat ik je ken bij de
taal van die gedachte.


15 januari 2012

Friday, January 13, 2012

Amaryllis # 5

De amaryllis en de muze


Bloei tot noodzaak willen worden – nog
lang niet uitgerijpt of blijvend – onverricht
ter zake resultaat – tot inkeer gedacht.

Een ware dichter die tot het uiterste
gaat – ontsloten bloemen vol geheimen
– die daadkracht, die ijver.

Het heilige moeten – van buitenaf geen
sjoege – taal haperend aan de knop,
het blad – geen poging serieus.

Brieven als Rilke – zoveel noodzaak
voor groei, zelfs voor in de verste
verte.

Dat verschil, die wasdom, die
noodzaak.

Daarop hardop te mogen wachten.


13 januari 2012

Amaryllis # 4

De tijd zal het leren


Zo lijfelijk groen torent zij zichzelf
belofte in – toekomst tot wederzijdse
bloei, houvast aan een nieuw

beginnend geluk – het aardse te
verlaten – groei niet in de gaten waar
het oog mankementen toont. De droge

bol verdort – brekend in de top de ijle
knop en scheuten die geen tegenspraak
nog dulden – geen gulden middenweg.

Het is er op of er onder – voor een wankel
ogenblik – bloei, niet bloei: ik houd haar in
de gaten.

Wat zij worden zal voor straks.


13 januari 2012

Amaryllis # 3

Een oud gedicht


Sierlijk van kracht, haar
roep om sterkte en van
harte beterschap.

Aan knol ontsprongen de
maagdelijke wereld waar
het om is begonnen:

een nieuwe morgen. Zij
lijft haar in. Een frêle
begin. Zonder
zorgen.

Te volgen. Van dag
tot dag, van zin tot
zin.

Verbazing te over.


30 november 2010

Thursday, January 12, 2012

Amaryllis # 2

Fase 2


Nog even en de amaryllis heeft zichzelf
overleefd – knop tot bloei verheven,
kleur bekend, twijfel verlaten –

Dat tijd mocht baten – hoogst onzeker
– maar overtuigend des te meer – in
een subtiel verstrijken – dat zij met

Zichzelf kan prijken – voor wat het is
– een uitgelezen kans te verwonderen
– hoe dit al bij het leven hoort – kracht

Van bol tot bloem – zichzelf in staat te
verheffen in alle pracht. Zij doet beseffen
hoe ik leef – van stap tot stap.

Kortstondig?


13 januari 2012

Amaryllis

De geschiedenis ener amaryllis


Wat zij wil – een stil verlangen dat in
de bol verborgen is – dreiging om
te gaan hangen in een hopeloos

Evenwicht – bloei en blad te samen
– warmte voor het groeien uit – de
spruit niet klaar voor het gewicht –

Gevangen in het tegenlicht – bloesem
nog te raden – kleuren rood of helder
wit – de tijd kent zo zijn vragen.

De voorkeur kent mijn liefde niet – zij is
mij om het even – des te meer de dagen
dat hoe zij zal ontwaken – rechtop te
staan, te wijken of te breken –

In het verschiet….


13 januari 2012

Wednesday, January 11, 2012

Verzonken boom

Hier wil straks een winter wonen
– contouren van zijn kale kroon
– paarsig licht breed uitgemeten.

Hij staat nooit stil – hij heeft
herinnering tot doel – van horizon
tot roze verten – blauwe sneeuw tot
aan de voet.

Zo zal hij straks mij kleur bekennen
– ’s ochtends, ’s middags tot de nacht
– dan de dood van elk heden.

Doorschemerd tot een klaar gedicht – de
stam verankerd als een man – die ik ooit
ontmoeten wou.

Een zacht gezicht, een fluistertaal zo met
zichzelf in evenwicht dat ik hem graag
gedenken zal.

Een oude boom, in zich verzonken een
pronkstuk statig aan het plein – kon ik zo
gelukkig zijn?

Dan gelijk mijn hart en ziel, verbreid tot
hemelsbrede takken, vallen woorden mij
ten deel.

Een mijmering, totdat ik ga, het woelig
leven achterna.


12 januari 2012

Hazelaar

Dat ik van je hield was waar – voor
even maar. Iel, bescheiden, met dat
lichtzinnige van onverholen
blijdschap.

Als alles nog mag en niets moet.
Vluchtig als een aarzelende groet
– katjes in het verschiet, tierig
waaiend in de wind.

Dat zij van zichzelf kind zal zijn,
uitgelaten in haar bestaan totdat de
tijd het welletjes vindt. Het geel
verwaterd.

Bruin, een naam verdord dat het straks
een hazelnoot wordt – een gave Gods.
Maar nu nog even speels in het kaal
struweel tot de zomer haar feest
verstoord.

Dat - het teken van een eerste leven
in maart – vermaard.


11 januari 2012

Monday, January 09, 2012

Zoekgeraakt

Uitgewerkte notitie voicerecorder


Ach, word ik een groot dichter? Laat mij
dan witregels zwijgen en ik breng er
bloesems voor terug.

Een verloren gewaand afscheid krijgt
tranen, woorden dobberen op golven
van volmaakte poezie.

Laten wij niet handelen, maar kijken.
Hoe de hand zichzelf uitvindt, ik deze
brief lees om te zeggen wat jij denkt
en ik straks weer vergeet.

De koffie koud bij die gedachte.


9 januari 2012

Dichterlijke vrijheid

Uitgewerkte notitie voicerecorder


Maar oud en vaal zijn letters, geven geen
rekest. Ik weet niet wat ik met je aanmoet.
Wist ik ooit de klinkers uit jouw mond?

Verstond ik daarin jouw aubade?
Nachtegaal ben jij, boodschapper van
zoetgevooisde gedachten die tijdelijk
weerklonken in de duinen.

Waar las ik jou,waar woon jij dan?
Ik hoorde je en herhaalde je oneindig.
Bode uit oude tijden, zoals het zich
gewonnen gaf.

Geboren en getogen, tot de dood jouw
roem verbrak. Hier ben je dan. Beduimeld,
in archieven weggeschreven. Als ik je
lees, kom jij tot leven en zing jij

weer, weergaloze dichter. Het is af. De
sterren staren doelloos in het duister.
Jij moet gaan zitten waar jij zat, door
dichte struiken opgeluisterd.

Zo zoek ik jou, in naam en in tijd. Het is
af. Zing gerust. De nacht heeft jouw stem
gestolen voor de nacht, voor heel even.

Rust zacht. Ik zal op je wachten…


8 januari 2012

Tot het verdwijnt

Bij zware storm

Een vogel door de storm
bewogen wanneer het
elke reden mist –

Een gedicht dwarrelend van
straffe woorden – in een
herfstig perspectief –

Voortgejaagd, te vliegen
en te dalen, licht en
vooruitstrevend –

Opgaand in het groter
geheel van vluchtige
wolken –

Uit zicht.


5 januari 2012

Reis

Naar M.Vasalis


Zo kan het zijn: jij legt jouw
hoofd op mijn schouder en
zegt: ooit wordt het hier
begonnen.

Vrede, kalmte, welkome
dromen – tijd om na te
denken, om te overpeinzen.

Een reis door het landschap
van de woorden: alles gaat
voorbij en de verte kent haar
toekomst.

Jouw hand in de mijne.
Nauwelijks verbaasd zie ik
mijn kansen. Liefde kent
geen haast.

Zo zal het zijn: wij verloren
in de reikwijdte van die
stilte.

De bus rijdt.


9 januari 2012

Monday, January 02, 2012

Als de nacht

Zo zal de narcis weldra bloeien, wil de
kat weer zacht ontwaken, breekt er
wreed de wereld aan.

Ik moet nog worden wie ik was. Zopas
de vrede nog op orde, maar zonder jou?
De liefde kent de liefste niet.

Wij zien elkaar voorbij elk duister als ik
aan mijn bed gekluisterd in jouw licht
herleven mag.

Nu de dromen. Dat ik toesla, dat jij toeslaat
met de kracht van ferme taal – schrille tijd,
alom aanwezig.

Zij herneemt zich keer op keer. Bereid ons
voor op het laatste slapen. Laat ons daarom
pas ontwaken als de vrede daartoe leidt.

Er is de tijd, het is de tijd.


2 januari 2012

Saturday, December 31, 2011

Nieuwjaarsdag 2012

Voice-recorder


Als alles nog moet, als alles nog kan. Het
woord nog niet gebroken, de daad nog
niet gedaan.

In al ons wachten willen ogen begerig
vrede vinden. Wij blikken terug alsof niets
voortduurt, de dag niet daar is, de tijd nog
stilstaat.

Dit is ons geheugen. Wat wij zien is wat wij
zwijgen. De deugd een natie lang. Niemand
die zijn mond roert, een ieder o zo bang
een steek te laten vallen.

Niets moet nog, alles kan. De richting ligt
nog open, maar de toekomst is verzekerd.
Een stroom van hier naar daar.

Slechts een kwestie van passen en meten,
de juiste stappen in de juiste volgorde. De dag
straks begonnen. Als de tijd daar is.

Niets moet nog, alles kan. Wij willen verder,
wij blijven thuis. Bevel is bevel. Als de belofte
een tel is in de ogen van de maker.

Onbekwaam wij slaven van zijn geest.


1 januari 2012

Oudejaarsavond 2011

Dat de tijd weer in zijn klok te sterven
staat – in twaalf slagen – nog eenmaal
te gedenken – aandacht te schenken
aan wat wij het liefst vergaten.

Waarin de dagen weer afgebakend pijn
en leed verzamelen, vrede weer hoop
moet zijn op wat zich tot op heden
niet laat verdragen.

De doden van het jaar weer te verzamelen
– geliefd, vermaard – jong of hoogbejaard
– kortstondige talenten die een mens
behelsden.

Schuif aan, het kan nog even. Een feest voor
of achterom gekeken. En dan? Water bij de
wijn? Alle Menschen werden Bruder?

Leg het leeslint tussen de jaren en doe het
dagboek nu maar dicht. We moeten nog.
Ook al doet het zeer.


31 december 2011

Friday, December 30, 2011

Bevroren

(Terugblik 2011)


Is dat soms genoeg? De
wereld wenst zich rozen
en bloedt in elke oorlog.
Zij verlangt haar dode
zonen.

Liefste, de tijd heeft haast en
maakt vele overuren. Wie oud
wordt raakt snel buiten adem.

Wie jong leeft kijkt niet meer
terug. Pootje baden en pim pam
petten. In goede vrede degens
kruizen.

Waar ik vandaan kom zwijgen
geheimen. Nauwkeurige
woorden in vergeten
dagboeken.

Als ik ze sluit raakt de liefde
verborgen. Achter de ogen de
volmaaktheid van de dromen.

Bevroren de indruk van de
lezer.


30 december 2011

Winterland

En dan, vanuit een ooghoek
jou te zien, een akker op de
schop, water in de voor.

Het stormt tot tranen toe
en weet de vogels niet. Het
zoeken moe, het land te kaal,
het licht te schel.

Dit is het begin van de tijd dat
alles nog zal en niets is, altijd
zondag, altijd vrede, altijd
leegte.

Wie moet ik zijn? De oogst is
vergeten, ik heb oude handen.
De drank is mijn vriend, maakt
liefde dorstig.

Als jij mij bemint, dan voorzichtig.
Dit is de winter. Geen woord krijg
ik er tussen.

Koud zal het zijn en onbarmhartig
tot op het bot.


29 december 2011

Thursday, December 29, 2011

Bijna

Bijna, maar hoe dichtbij? De
woorden willen anders,
begrijpen niet de pijn.

Als het kon, als het echt kon.
Maar er is geen adem, er is
geen huid.

Begeerte wakkert liefde aan waar
onbegrip verdriet zal zijn. Er is
geen mond, geen kus, geen lijf.

Ik ben ik en jij bent jij. Ik wou dat
jij wat zeggen zou – taal om mij
een brug te slaan van vreugde –

Tot een waar ik hou van jou
– zo vertrouwd, zo nabij.


28 december 2011

Wednesday, December 14, 2011

Oostvaardersplassen

Wat wil de pen. Als ik je beschrijf, op hoeveel
letters kom ik uit – het kale vlak gevuld met
vogels – rustig, in rumoer – bang of

Onverschillig. Te blijven of te gaan – als het
moet. Als de dood bestaat dan heel snel,
sluipend of op grote wieken.

Het zal je beurt maar zijn – nergens houvast,
nergens liefde. Er op of er onder. Zoiets
onvermijdelijks.

Zwart voor ogen zien – je woorden te doven.
De anderen – zij zwijgen – zij hebben nog
tijd voor te vluchten, te grazen, te duiken,

Te vissen. Bedachtzaam, tot op het einde.
Kijken op of lopen door. Tegen de wind in
de kop in de veren.

Wie de clou kent, wacht op de vlerken, de
schelmen. Wie hen tegenhoudt is een sterke
– breekt er de wetten – to live or let dy.


12 december 2011

Thursday, December 08, 2011

Take a breath

Storm windkracht 8


Gestriemd langs mijn huid, gezandstraald
in mijn ogen – de kille wind in monologen
– luid verbitterd in haar tijd.

Golven hoog van razernij – strijd die hier geen
helden kent – bang de stroeve oude bomen.
Breekt soms verzet – krijgen takken geen

genade? Mijn adem stokt, de wraak is zoet – is
dit soms wat jij bedoelde? Ik moet er nog gewend
aan raken – de bladeren ritselend op de aarde

– om de ene simpele gedachte: ik ben niet woedend
– het is de taal. Alsof je het niet wist, mijn lot niet
kende. Mijn laatste adem, mijn laatste zucht –

als ik sterf in de nadagen
van december.


8 december 2011

Wednesday, November 30, 2011

Riet

Kleimeer, Geestemerambacht

De zilveren halmen. Wat vertellen zij
mij? Ik zeg niets. De tijd omfloerst
hun stilte en het water heeft geen
baat bij woorden.

Hoe adequaat de bespiegelingen. Als ik
voorbij kom zal alles anders willen zijn:
riet tot aan dit uitzicht, wind in zijn
wuiven. Een geste, een gebaar.

Wie zich aan november warmt, gloeit
koude sintels na, weet zich geen raad
met wat er komen gaat.

De neiging om te blijven tot het bittere
einde geen optie.


30 november 2011

Saturday, November 26, 2011

Erfgoed

Wat we voor het laatst bewaren – volle
aren gerijpt in de hete zomerzon – het
koren wuivend in de wind

– de zeis gewet, de sikkel geslepen –
als de oogst ter sprake komt – de
boer tot arbeid aangezet.

Graan – om te maaien, om te dorsen – tot
het brood wordt aangebroken – tijd voor
een stil gebed – het seizoen weer rond.


26 november 2011

Tuesday, November 22, 2011

Winterlicht # 12

In opdracht

Liefste, tijd bevriest en licht wordt winter
– druppels kou al aan het gras, bomen
stram van lijf en leden.

Zijn zij onze goede vrienden? Treft ons niet
een zelfde lot – star te zijn tot op het bot
– vergeten namen op de ramen ?

Ik ontsteek alvast de kaarsen – om te
weten wie wij waren – voor het korten
van de dagen.

Dus breek het brood, drink de wijn en
herinner ons wat voor ons ligt – dat de winter
op zal klaren – en het duister weg zal gaan

– zoals het schikt – in Gods genade.


22 november 2011


-

Thursday, November 17, 2011

In hoeverre

Als het niet kan en nooit meer hoeft
– bemind en bemind te willen worden
– oud en jong in de ogen van ons 2 – de

tijd maar de tijd te laten – te voelen, te
denken, te smachten: jij bent zo jij, jij
bent zo lijf, zo idee. De afstand blijft.

Wat zich aanbiedt een verwijt, een
vermoeden – wees bij mij, verlaat mij
– zoet lief, ziek lief.

Zo zal het zijn: taal verschraald tot stilte,
niet om mij, maar om de pijn – nooit
elders, niet anders.


16 november 2011

Friday, November 04, 2011

Herfst in de Eeuwige laan

Herfstimpressie Eeuwige laan, Bergen


Wie zal ze dragen – hangend in het korten
van de dagen – vlammend van het oordeel
tot het loslaat.

Wie zal haar behagen – als je terugkeert
op je pad en ziet dat alles anders
was dan dat je vermoedde.

De wind trotseert de beuken, bijna
eeuwig in deze laan, waar de tijd
gekromd in stammen staat – de kroon
voltooid, het blad nog daar.

Een Gouden Eeuw – feest zo ver ik hier
kan kijken.


3 november 2011

Monday, October 31, 2011

Populieren

Indruk herfst Oudorperpolder, aantekeningen buslijn 10


In grove lijnen vind ik de geliefden
terug – grijze populieren die
gelaten in hun ruimte staan

– imposant – te dromen – bomen
aan een overkant – een verlangen
dat van binnen aan jeugd en

stilstand denken doet – een tijd
nog nooit begonnen. Een thuis uit
de dag geklommen om daar te zijn,

onaangekondigd, maar uiterst
aangenaam. Om in te wonen, om het
te beseffen, je af te vragen – een

taal waarin alles haast oneindig wordt
– in wezen. Herfst zover het oog kan
reiken – lief te hebben – in vrede.


Elbert Gonggrijp, Heerhugowaard, 31 oktober 2011

Sunday, October 30, 2011

Post Scriptum

Naar Rutger Kopland


Het was er.Mijn ogen werden
vochtig, niet vanwege pijn of
verdriet, maar om wat ik
nooit vermoed heb.

Noem het de liefde. Ik las je woorden
en begreep amper wat je bedoelde
– of ik besta met of zonder jou?

Levend of dood, gezien of vergeten
– het blijft gissen voor wie halsstarrig
toekijkt.

Dichter en lezer nader tot elkaar.
Noem dit de liefde. Willen en
wetens.

Nooit later, niet eerder.


30 oktober 2011

Wednesday, October 26, 2011

Nooit # 5

Hoe meer ik aan je terugdenk,
hoe eerder dat je weggaat.
“ Nooit “, zou je, “ nee, nooit “.

Het afscheid zoveel sterker op
papier. Gaat dit ooit nog over?
“ Nooit “, zei je, “ nooit “.

Maar de koffers krijgen toekomst
en je woorden dragen vleugels.
Het is de liefde niet.

Wrede weemoed kleurt de
klanken. In hevige sonates
bespeur ik de vogels.

Zij klagen niet. Nooit, nooit.
Zij zoeken het elders in
de zwanenzang van de tijd.

25 oktober 2011

Monday, October 24, 2011

Weggaan

Dit laat ik achter – de tijd, wat vrienden,
de schuimende golven naar het einde –
meeuwen, in het kielzog van onze tocht.

Ik had je meegenomen en het handschrift
toegereikt – kleine letters van een pril
verleden waarin ik je beschreef hoe

Triest dit wel niet was en hoe ver.
Zo kom ik thuis en pak mijn spullen
bijeen om mij verzekerd te weten

– dat ik voorgoed geborgen ben,binnen
de coördinaten van de volgende reis
– niet om te zien naar later….

24 oktober 2011

Sunday, October 23, 2011

Bright new day

Alsof dit nooit gebeurde – een valkuil
in de tijd waarin ik mijzelf sleurde om
erin geborgen te zijn – schijn zover ik

dit toestond. Wil er nog iets van mij
worden dan de zaken op orde en mij
overgeven aan de zon – een nieuwe

dag begonnen. Het leeft ervan.
Langzaam weer om hoog geklommen
tot de stralen van de eerste dag –

voorzichtig nog. Als de aarde zich
niet geblakerd weet, het vuur
overwonnen.

De nachtwake verstomt. Het lied
aan te vangen – dat ik groei bij het
beseffen van de morgen.

Terstond.


23 oktober 2011

Aanblik

Brasserie de Mediaan


Windturbines wieken in de
wind – een gestaag malen
dat de herfst in aantocht is –

een heldere hemel in het
verschiet. Ik geniet hier van
wat ik zie – tuur uit de ramen

waar chocola met slagroom
staat. Elk uur vergaat – stil en
in zijn ogenblik – de pen kent

geen haast,geeft rust waar
ooit spanning was. Nu de
bladeren om het huis:

Kom thuis, o herfst, kom thuis...


Heerhugowaard, 23 oktober 2011

Saturday, October 22, 2011

Same star

Gemoedstoestand

Tijd maakt een boog en zet mij tot
trage ogen aan. Kan het denken mij
nog volgen?

Vanwaar de laatste stappen? Ergens,
hier ver vandaan moet mijn edele
mens mij geen parten spelen.

Is het bed verlaten, blijkt de omgeving
verkend. Waar ik verblijf mijn naam
vergeten. Een ster aan het oneindig
firmament.

Een vergeefse dief die mijn uren tracht
te stelen. Dat het mij tegemoet zal
komen, de dag wagenwijd open – de
nachten voorbij.

Te bewegen – voor, niet achterwaarts.


22 oktober 2011

Thursday, October 20, 2011

Ruisende duinen

KNNV excursie Groet

In het diepste verlangen een den
te zijn, fluistert de wind zijn talen,
ruist hij eensgezind.

Dit is de boodschap aan de zee
– dat hij hier in vrede huist, tot
aan de stam verheven – recht en

fier. Dit is de zee van kegels en
naalden – een uitzicht op een plek
die luistert naar later.

Het ruist in de duinen – zij weten
van niets…

20 oktober 2011

Saturday, October 15, 2011

Introductie

En niets te verliezen dan zichzelf in
zichzelf – geen vrouw, geen vriend,
geen minnaar en de tijd in gedachten

dat dit toch ooit gebeurde. Noem
een plek, een plaats, een afspraak en
ik zal je er brengen en daar absoluut

aanwezig zijn. Eerst de tranen om
wat wij hadden en moesten vergeten,
dan het moment om te ontdekken

dat wij ons zelf nog niet kennen
– een voorzichtig aftasten van elkaar
– onwennig. Na zoveel verleden

weer het nieuw leven in wat nog hoogst
onzeker maakt. Af te wachten bij dezen.
Tot het een het ander raakt.

15 oktober 2011

Maar

Tot niets meer lukt en het huilen
nader dan het lachen staat.Zo had
ik het gedacht – nooit meer

– nimmer meer thuis te komen in de
armen die ik mij verlangde – zacht
– en zonder woorden wonen in de

gedachte die ons ooit te samen had
gebracht – tijdloos elkaar in liefde
zien te kennen – zwijgend naast

elkaar in het leven staan – een paar
vanzelfsprekend in elkaar gelovend
omdat de ziel dit heeft gewild – in

alle stilte ogen vindend, handen
tastend naar elkaar – repeterend
– in alles minnaars – een begrip

dat zich kenbaar maakt, hier, daar
tot wij neigen naar de warmte van
ons lijf – geborgen.

Maar jij, jij bent er niet.


15 oktober 2011

Tuesday, October 11, 2011

Herfstsonate

Naar het werk van Rutger Kopland

Zo zou het moeten zijn – dat wat
leeft leesbaar wordt – stil te
staan bij de hand die je
vastgrijpt.

Zo wil ik het zien – een
teken van roest, herfstige vogels
– een almaar vallen, verdwijnen,
tot waar het uitkomt

– hun plek. Een pen – niets te
begrijpen dan de inkt die daaruit
voortvloeit. Letters die een thuis
vermoeden.

Zo laat het zich aanzien – dat de tijd
niet achterwege blijft hoe wij ook
achterom kijken –

iedere minuut teveel –

11 oktober 2011

Computer drawings

Dedicated to Bernard Dov Wisser


Nullen en enen leiden onrustig
vrede in – beheerste stilte – de
kilte voorbij.

Waterlelies in pixels – Monet
gelijk – drijven onaangeroerd
in fibrerend evenwicht.

Welke kleur de keuze om zich
synchroon te doen manifesteren
– de emoties ingekaderd?

Het spel troef….


11 oktober 2011

Monday, October 10, 2011

Patterns

Hoe het getij los zand
tot ribbels maakt –
glinstering die pijn doet
aan de ogen.

Hoe meng ik mij tussenbeiden?
Het tijdelijke zet een stap
zonder op of om te kijken.

Het weten aan de golven.
Spoorloos wat ik schreef
in de regels van haar
stromen.

Het zand blijft – continu.


3 oktober 2011

Mondriaan # 2

Naar Inge Boulonois

Wil laten inkaderen wat zich
uitwaaiert – takken tot
gedachte verheven – enkel
lijnen toebedeeld aan
het minimale.

Bomen zo tot mislukken
gedoemd – een halsstarrig
wezen dat haar eigen
essentie kent: geen
abstracte wereld
waarvan zij zou
moeten spreken.

Zij is echter dan het
doek beschildert – de
strenge formaten
– meer dan de gratie
van het penseel.

Ik kom niet dichterbij
dan dit – wonend tot de
huid van mijn dichten,
dichten tot de hand
van de meester.

Even onmogelijk
– even onwaar.


11 oktober 2011

Saturday, October 08, 2011

Het geluk van een tafel

In mijn knoesten geen groei,
de stam reeds verlaten.

Ik ben het geluk van een
tafel - tijd krast namen
in mijn hout, morst
verhalen op mijn huid.

Ik sta op mijn poten - ik
ben niet anders dan wat men
bedoelde

- open voor borden en boeken,
weetgrage monden en hongerige
handen

- letterlijk voedsel. Een
ogenblik stilte om wat ik
hier toesta:

een vast ritme van
zitten en opstaan

- kordaat. Zo wil een tafel.


9 oktober 2011

Sunday, October 02, 2011

Elementair

Dit behoort aan de golven:
een stukslaan van elk
samengaan.

Elkaar naar het leven staan –
verbolgen. Een ansichtkaart.
Everlasting sunset.

Dit is het groeten –
Egmond aan zee – glinstering,
eb en vloed gedwee in een
nog eenmaal geboren zijn –

Oktober, zonovergoten.

2 oktober 2011

Wednesday, September 14, 2011

Stilte

Is er stilte, dan bij deze: een
kamer rijk gevuld met leegte,
de dingen zwijgend tot elkaar.

Wat als ik hier stilte was? Hoe
luid zou ik van haar spreken?

Boeken kunnen lettere kweken,
maar verstommen elk gerucht,
als de ogen het verdommen
het luidop te willen lezen.

Doe dan maar gordijnen dicht.
De wereld heeft nog niets te
vrezen zolang er steeds de
vrede is.

Stilte stemmig doorgegeven,
echo’s tijdloos tot mijn huid. Zo
raakt de plek in mij besloten,
komt er stilte boven uit.

4 september 2011

Afscheidsbrief

Voice-recorder

Waarin je zou zeggen dat je ging,
maar je ging niet. Waarin de hond
nogmaals kwispelde, maar hij lag

daar in al zijn wezen zijn roes uit
te slapen. Jij zou mij de laatste kus
geven, mij intens nog eenmaal

omarmen. Mijn lichaam klaagde
in al zijn onwetendheid dat het
nog geen tijd was af te rekenen

met dit huis, ons bed – dat het
waar is dat men tegen je is. Als ik
de deur sluit, is dat dan voorlopig

voldoende? Of dat je speelt met de
kinderen van diegene die eerbied
voor je heeft?

Zo te blijven en nergens op te
rekenen dan een schamel verblijf
in deze kleine ruimte.

13 september 2011

Monday, September 12, 2011

Slaaptrek

De wereld heeft
haar roerloosheid
verloren. Ontelbaar
delen de spreeuwen
mede hoe tastbaar
ze zijn, zwermen
van hier naar daar.

Ik onderga hun
vlucht gelaten, heb
het recht niet om
hier nog langer
bij stil te staan.

Waar zij heen
gaan niet aan
de orde.

Zij komen en
gaan toch wel.


25 januari 2005

(Uit de bundel " Ontvreemd domein ".)

Natuurwet

De cadans van kastijdende
golven die grauw op grijze
keien slaan – het tij is daar.

Wat wij weten is wat wij zien –
daarbuiten is alles anders.

Ik beweeg mij vrij binnen de
grenzen van mijn geest en ik
kijk – verwonderd –

hoe ik schelpen opraap –
ze te aanvaarden of ze te
verwerpen – een keuze –
aan de branding:
orde, chaos.

De tijd geduldig zolang ik
halsreikend naar haar
omkijk…

30 april 2011

Steeds dichterbij

De slaap gevat – maar voor
hoe lang. De duisternis niet
adequaat. Een zon die maar
niet onder gaat.

Het moment dat ik van je ken
voor de slaap al voorbereid –
een oprechte mogelijkheid
in vredesnaam steeds
dichterbij.

Het oog gespiegeld in een oog,
een kus verenigd met een kus –
zo is het dus – de intimiteit –
steeds dichterbij – in een
nieuwe tijd.

Ik vind je hier in gratie terug
en weet het lichaam van ons
2 een levensles, steeds
dichterbij – het zweet op
handen, armen, rug.

Totdat wij weer herenigd zijn –
de rust in ons is weergekeerd –
steeds dichterbij de waarheid
zijn –

1 plus 1 tot altijd 1.


26 april 2011

Sunday, September 11, 2011

Disappointed

Toen de muziek speelde, zachtjes
in de ontluikende morgen, een
amaryllis zich wiegde in de
huiselijke warmte.

Toen ik wakker werd, de tijd
bewust vergat om verder te
dromen. Ik had geen enkele
notie van mijn vroege zorgen.

Ik moest er op toe zien hoe
vergankelijk ikzelf was en al
dat mij omringde. Ik moest verder,
zoals jij jouw woorden uitsprak,

bitter, genadeloos. En ik,zoekend
tot het einde. Vruchteloos als de
slaap nu uit mijn ogen…


29 november 2010
Uitzicht

Het biedt zich aan, vindt verte
en velden, zover het oog reikt.
Hoe betreden wij haar domein,
haar rust, haar vrede?

De tuin. Verzamel de dingen,
raap ze bijeen, vind de
bomen, hun stilte, zo oud,
zo voorheen.

Stilzwijgen in rijen. Hoeveel
kun je ervan verdragen, nu het
zich wil openbaren?

En hoe wij ook kijken, het is
er zonder haast, zonder dat
het beantwoordt aan al
onze vragen.

Het is er. Zonder meer.
Wij, wij blijven achter,
wij blijven enkel wij.


21 april 2008






De onontkoombare tijd


Wat zegt de tijd? Alles wordt oud, past niet
in zijn vorm, slijt, sterft, trekt conclusies.

Zo ga ik de nacht in: gevangen in de illusie
dat alles straks weer beter wordt. Mijn
ogen nog gericht op een wonderschone
toekomst.

Ik kijk, zie lichtjaren ver hoe het begon
– het ontploffen van een ster. Dat het
uitdijt, uitdooft, zich een weg baant
tussen de oevers van de tijd.

Mijn heelal zo klein dat ik mijzelf bewust
ben: oud, tot in elke gedachte.
Waar ik op wacht volstrekt onduidelijk.

20 juli 2011

Sunday, August 28, 2011

Slapen

Geinspireerd door Ingrid Jonker


De mantel van de nacht heeft je
sterren toegedacht - maanstof -
glimlach - een vergeten woord

Ik heb nog even toegehoord hoe
zoete kussen de nachtuil koesterden -
prooi vindend in zijn laatste ogenblik

Geruisloos - zacht slaan ogen vredig
toe - wees maar moe - wees maar niet
bang - het vraagt niet om herinnering.

Ik heb het lichaam gevolgd - het tedere
instrument van de liefde - zoekend
naar dorst - het brandt

Een smeulend vuur - in de sintels naar
je furie gekeken - nu zo getemd - laat me
waken - laat mij de zee zo golvend zijn

Tot je branding het wilde briesen
staakt - wacht ik je - heb ik je lief


15 april 2009


Wednesday, August 24, 2011

Huis # 5

Voor Alja Spaan

Wie mij gezien heeft, denkt
de schoenen verlaten, moet
het licht nog uit doen, vraagt
zich af waar de vaat blijft.

Dit zijn de dingen van de dag:
pijnlijke herinneringen aan
later waarbij de vragen
achterwege zouden moeten
blijven.

Waarin zal het huis ons
tussenbeide komen? De tijd
verwelkomen die nog überhaupt
gastvrij is? Houvast bieden aan
de warmte van de nacht?

De kranten beamen een
vooruitstrevende oorlog. De koffie
heeft van zichzelf nog zoveel te doen.

Als wij ons gewekt weten, is het
daar om de klok er op gelijk te
zetten, de kalender af te scheuren,
de tekst te onthouden en er die
dag naar te leven:

Dat wij voorwaarts gaan, opgeheven,
monter en voldaan. De schoenen weer
tot onderdaan, maar eerst de feiten
op een rijtje.

Als de spiegel spreekt, wil het gezicht
nog bijgewerkt, de ouderdom
gladgestreken, de kraaienpootjes
tot een lach.

Vergeef ons onze schelmenstreken,
sluit voorgoed de deur en vervolg
de sleur tot nader orde.

23 augustus 2011

Wednesday, August 10, 2011

Op het strand


Ervaring kust Petten

Een vader met zijn zoon – hij een
jaar of acht – geven zich aarzelend
over aan de golven, d.w.z. alleen
de voeten nat en hun bouwsel
voor eeuwig plat.

Maar niet getreurd: we bouwen
een nieuwe, steviger dan daarvoor
totdat het houdt – een ivoren toren
van zand.

Mocht het vliegeren niet lukken
dan een ijsco in de hand – geluk
lachend in het vuistje.

Zomaar, een gedicht voor op
het strand. Als het grijs is en
de tijd nog stilstaat in hun
band.

10 augustus 2011

Zoals ik het aantrof

Korte verhalen langs de kust – lief als
rimpelrozen – mij met kleur onthalend
– letters verwaaiend in de wind –

kamperfoelie klimmend om te wurgen,
woorden die helder voor ogen staan
– en al maar liggen op het gras –

de halm al in de mond – sprieten die vaag
naar toffees smaken – droog hooi en
liefdeslessen blozend in het open veld –

schaduwen bij volle maan. Duisternis
op het vlakke strand. Als ik mij mijzelf
vergat – liefst aan te spoelen –

te grabbel gooien – schelpen op mijn pad –
de een nog onbekender dan de ander.
De zeevlam doet de rest.


3 augustus 2011

Friday, August 05, 2011

Dit uitzicht

Naar Rutger Kopland

Meer is er niet en zal er ook niet zijn –
Een omvattend oog, een reikende hand
en niet meer te kiezen dan wat ik reeds
voorhanden had – dit uitzicht,
dit landschap.

Mij daarin te verliezen – zodat het hangen
blijft – voor later.

Het venster op een kier – een boom besloten
in zijn silhouet. Zo omschrijf ik het – wat werkelijk is
kent weinig woorden – een behoren tot wat zij
al wist –

Een tijd een weg om te mogen blijven. Voortaan
kijken een optie tot de verte, dit uizicht, het later.

Geen vragen als ik daar ben en niets meer
verlang dan haar stilstand.


12 juli 2011

Monday, August 01, 2011

Metgezel

In memoriam F.L. en een ieder die ik lief heb gehad


Zo is de nacht, tot aan
de sterren – een venster,
breekbaar als glas.

Er zijn weinig woorden
- die ik je nog toeken -
ik wil mijzelf de tranen.

Jij zegt dat het genoeg is,
dat dit moment volstaat
– dat ik er ben.

De dood kent weinig vrienden
– ontkleurt mijn huidig denken
– komt jou uiteindelijk halen –

Definitief. Ik op de voorgrond
van het rouwen – de nacht in,
tot aan de treurnis van
de sterren.

Is het genoeg?

1 augustus 2011

Sunday, July 31, 2011

As usual

Soms is het een vrouw die zegt
dat er niets is veranderd – dat de
tijd haar geen parten speelt – en
de eendjes altijd hun brood.

De bloemen water te geven
– voortdurend in de spiegel te
kijken – in het leven na de dood.

Er aantekeningen van maken –
aanspoelsel langs de vloedlijn
van de kust – en niet meer bewust
eenzaam willen zijn – maar dat is

voor later – als er plek is voor
grijze haren en een goed glas
rode wijn.

31 juli 2011


KLMNOP

Thursday, July 28, 2011

Notitie

Zie mij aan – ik heb tussen de varens
gelegen, verfrommeld, verfomfaaid,
verregend. Ik heb mijn plek gekend

– de klank nog op de lippen. Jij schreef
met vlugge halen wat ik behelsde –
vergankelijke letters in hun
onvoorspelbaar einde.

Wees zo vrij om mij zin voor zin
te declameren – toegang te krijgen
tot de onvermoede wereld die ik
met mij meedraag.

Er is de mogelijkheid om mij te doen
herkennen, voorzichtig, het papier te
ontvouwen en blij te zijn met de dag
van vandaag.

27 juli 2011

Friday, July 22, 2011

Voor de hand liggend

Het spreekt voor de hand dat met
de tijd wij minder degelijk zijn
– botten bijeengehouden

Door trage spieren, verwekende
lichaamsdelen op nader reces.
Gaan wij ooit nog buiten spelen?

De levensles kent niemand hier
van buiten. Het schoolkrijt ligt al
jaren bij het bord. Geen signaal

Dat het leven eenvoudig wordt.
Wie ons haalt kent zelf geen
gebreken – zoekt ons in zijn

Doodskleed op – een God die bij
nader inzien gebleken het lot
oneindig maal hier heeft getart.

Daar blijven wij achter – om onze
koers te varen – blind en onszelf
hoogst onzeker.

21 juli 2011

Tuesday, July 19, 2011

Mother Earth

Het is moeilijk het begrip tijd
niet in de mond te nemen,
want het is er – hier, in

Deze bomen, dit landschap, dit
uitzicht. Als ik er naast zit –
leg mij het uit.

Als zij oud is – geef het vleugels –
laat het koren golven in de wind –
zaaigoed voor sagen, zee voor
al wat vruchtbaar is – in goede
aarde.

Als zij jong is – laat haar bezinken
en gewiegd worden als een
onnozel kind – bodem nog
ongerept in de voren van
haar toekomst.

Mijn inzicht zal haar niet grijpen.
Zij zal het antwoord zijn op de
vraag die zij mij toekent –

Hoe te overleven als zij er niet
meer zijn zal.

18 juli 2011

Friday, July 15, 2011

Bomen

Project “ de boom “ , 9 juli 2011, Canadaplein, Alkmaar

Zoals wij hier staan – oud te zijn
in ons zwijgzaam verhaal – laat het
handen krijgen, letters rijgen

tot wat zichzelf heeft geleefd – een
evenbeeld van taal die daden kende
– bladeren ruisend In hun praten,

kinderen klimmend in de kruin – en
niets dan lachen. Zo wordt het
bedoeld. Laat het waaien: de wind

is goede vrienden met ons bomen.
Vertel het ons – al je dromen waar
je voor komt en vertel ze 1 voor 1.

Wij hebben nog veel groei voor de
boeg – van dat trage, waar de tijd
bijna stilstand wordt – het oog

zal het niet grijpen. Wat doe jij als
je wakker wordt? Haast heb je en
leeft jouw vele vragen.

Herinner je - tel de dagen – jouw
dood gaat ons voorbij – geef jezelf
een plek, even tot in de eeuwigheid.

8 juli 2011

Exposure

Het lichaam luistert nauw – Eros wil
haar stem verheffen en de climax
laat beseffen dat er ineens slechts
leegte is – een klein moment dat

De mens geen antwoord kent – lust
voorbij de grens van liefde – zweet
in het heetst van de strijd dat ons
van de tijd bevrijdt – een te zijn –

En altijd eenzaam – niets scherpers
dan die pijn, die illusie – elkaar
opnieuw uit te vinden – de adem
ons reeds ontnomen.

Zo moeten wij weg – het afscheid
daar – als wij klaar zijn met het
verlangen naar ons twee
– beschaamd en niet meer bij

Machte om te zeggen dat wij
van elkaar gehouden hebben.

15 juli 2011
.

Thursday, July 07, 2011

Ancient horse

Wie hier naar hooi ruikt, kent
weinig meelij, wie steeds maar
huivert, weert zich de vliegen.

Hij houdt van zijn kudde, de
merries, de veulens, de vlakte
het uitzicht – leeft de gedachte
dat alles van hem is.

Zodra de tijd toeslaat verdwijnt
hij in stilte – een gaan zonder
ophef, zoals hij ooit thuiskwam.

Een wezen heel edel, het hoofd
fier geheven. Ik zal hem erkennen.

Hij ment zich in vrijheid tot op
het eind.


11 juni 2011

Monday, July 04, 2011

Afsluitdijk # 2

Het licht wil mij iets kenbaar maken –
mij aan te raken met de zachte
glinstering van golven –

Gefluister nog net niet aan de
horizon onttrokken – wolken die
continue op dreiging staan – van
kwaad tot erger – in een morgen

Die op verwachting lijkt – Afsluitdijk –
zover wij reiken. Alles moet nog totdat
wij zover zijn haar te verlaten –

Kilometers verder – een voortdurend
praten – tegen elke beweging in.
Niet te haasten.

14 mei 2011

Gaasterland # 2

Glooiend kiest het landschap
voortgang – looppas langs een
traag verleden – langzaam alsof
er geen einddoel passeerde –

De bermen van gras die zich
geen elders herinneren – naakt
en onbewogen van tijd – jij en ik
ongebroken strijdbaar – in overgave.

Zo zou de aarde moeten zijn – een
kinds gezicht gegroefd van zijn
akkers – een lied geschreven
jong van belofte.

Zij hangt aan de lippen – signaal van
de klippen – een uitzicht oeroud
verlangend naar meer.

Hier ligt de rand – de schepping van
taal – een boek half open, het
raadsel nog schier…

13 mei 2011

Saturday, June 04, 2011

R.I.P.

Voor C.A.M.


Ik had je liefde toebedacht.
Een bloedverwant, een
zielsgenoot.

Nu breekt de dood de hechte
band. Ik kan geen woorden
meer verzinnen

om jouw leven te herwinnen
op een onverschillig lot.
Een God die ik niet waardig
acht.

Moet het dan beginnen, dan
maar zo: een lieflijk lied,
teder verdriet,

een laatste geluid voordat
de nacht je in haar armen
sluit.


13 maart 2011

Nu je er niet meer bent

In memoriam C.A.M.


Merkwaardig hoe ik jou vergeet:
ik ben mijzelf weer aangegaan,
alsof ik niet meer stil kon staan.

Ik deed voorgoed mijn hart op
slot, omdat ik niet begrijpen kon
hoe iemand slechts voor korte tijd

op deze aarde leven mocht – God
mag weten waarom. Verbijsterd
door dit vreselijk lot – zo jong, zo

mooi, zo wijs – heb ik geen tranen
meer – het Is over nu, het is uit.
Moe leg ik hier mijn strijdlust neer

en vervolg mijn oude pad. Ik heb
geen tijd. Het laatste wat ik van je
heb een kaart, wat bloemen op

een graf. Het is af. Ik kom niet
meer.


23 mei 2011

Sunday, May 01, 2011

Vocabulaire

Merelconcert 5.30 uur


In een ochtend wakker te worden –
een merel eigen – zich een lied
te verkrijgen helder als kristal,

Zacht als fluweel – tongval tot de
keel. Ik ken dit al want, ach – daar
lig je in mijn slaap, je handen op

Mijn borst – ik wil niet terug – de
droom te sterk. Herken mijn stem,
beantwoord hem zodra ik je zachtjes

Wakker maak – jou lieflijk in de ogen
kijk. Een vergelijk. Dit is het dus. Een
laatste kus voordat ik traag het bed
verlaat – de merel tegemoet…


1 mei 2011

Friday, April 29, 2011

De nacht in

Stilte, leeg zoals zij wacht – op de
schrijver in de nacht – letters diep
het duister in.

Geen enkele zin volmaakt van taal.
Wezenloos tot klank verdicht dat
zelfs de merel onzin zingt –

Geen melodie, elk lied gestaakt tot
hij weer ‘s ochtendvroeg ontwaakt.
Nu nog niet. Ik weet mijzelf niet
wat ik zie – tast de heldere hemel
af naar volle maan of

Sterrenbeeld – ontzaglijk dat het
nooit verveelt – zo diep voorbij
elk naakt bestaan.

Een stille wens, een groot gebaar
van eeuwige ontvankelijkheid.
Voordurend stil te zijn.

Zwijgen nietig bij elkaar – tot de
tijd herhalen gaat wat nog geen
toekomst kent – zij slaapt.


25 april 2011

Friday, April 15, 2011

Het uur Nu

Met woorden en gebaren
levend in een tijd waarin
wij samen kwamen,

voltrekt zich elk mogelijkheid
om de ruimte te ervaren
die zich ontvouwt bij elk
uur Nu.

Gebeurtenissen ingeklemd
tussen wat wij doen en wat
wij laten.

Hier, in elk Nu. Het uur is
ons genadig, begeeft zich
tussen grenzen. Een vroeger
en een later.

Zover wij zien en praten
het uur Nu,. in elk besef
waar wij uiteindelijk
verblijven,.

ogenblikkelijk , tot de
horizon ons welgevallig
blijkt.

4 april 2011

Le mort(Sweet magnolia)

In memoriam C.A.M.
(KNNV excursie Alkmaarderhout)


In zwanenzang en bloesemwit,
langs kerkhofpad in zielepijn,
vind ik mijn geliefde terug.

Geen tegenspraak, zij is de
dood, uit mijn armen
weggerukt, in haar

tulpen o zo fijn dat
tederheid haar doel
moet zijn.

De hemel blauw. Ik pleeg
een kus. Dit is het dus: een
afscheid in haar rein gelaat.

Voor hoe lang dat is de
vraag, voordat ook zij hier
sterven gaat.

De blaadjes een voor een…

7 april 2011

Friday, March 11, 2011

Zaaigoed

In het strooien vindt het
woord goede grond.

Vruchtbaar, in diepe voren,
kiemt het tot een gouden
zomer.

Welstand, in wuivend graan
geboren. Wiegenkind van
de wind.

Tot het oogst en zaaier vindt.
De hand trefzeker als ooit
tevoren…

7 maart 2011

Limosa Limosa

GRUTTO)


Een klaagzang, een diep verwijt,
maar zo feestelijk ingeleid dat
ik er haast van zingen zou;

zoals hij zwenkt en ons zijn
schone roeping schenkt.

Een naam in balts sterk
uitvergroot.

God gedankt voor al dit
wachten zoals hij nu hier
binnentreedt.

Een weidevogel heel concreet.
Ik zwijg. Het leven is weer
rond.

11 maart 2011

Thursday, February 17, 2011

Bijna

De tijd niet daar dat zij
al jubelt, van een echte
lente zingt.

Winter zoekt zijn laatste
sporen, wiegt de koude
oostenwind.

Nog niets hier uit zijn as
herrezen, elk lied nog in
de dood geboren,

voordat zij hier extatisch
klinkt. Vogels nog heel
ingetogen.

Het moet dan maar: een
bijna voorjaar, hemelsblauw
en zachte bomen,

kaal nog in hun oude
kruinen. Weldra komt
de vreugde daar

in een blijmoedig
Godsgebaar. Wij komen
thuis waarin wij wonen.

Mother Nature, vensters
open, voor al diegeen die
zich verbaast.


16 februari 2011

Monday, February 14, 2011

Afsluitdijk

Kon water praten, het zou
nog net zo, altijd koetjes en
kalfjes, zoals vandaag nog…

De zon scheen, maar met
dat voorzichtige, twijfelen
tussen blij of verlegen.

Mogelijk de eenden, als
ze durfden, als het hun
tijd was, heel tevreden,
heel aanwezig.

Maar niets gebeurt er. De
wind is laf en het is koud
zonder aarzelen.

De dijk is lang. Het heeft
uitzicht nodig om zijn
standpunt te
openbaren.


29 januari 2011

As it is

Ik had niet in de
gaten hoe eenzaam
kijken kan zijn,

hoe nalatig het
tasten. Wat ik vast
en zeker weet

is dat ik alles zal
vergeten op het
einde, als ik verga.

Daar dan het mijne
van denken zolang
ik nog besta.


21 december 2010

Nu of nooit

Ik herhaal je. Voorzichtige
woorden die het nu bepalen,
leven leidend eindeloos.

Ik kan niet zien waar ik
vandaan kom. Het vergeet
zich zodra ik achterom kijk.

Vooruitziend moet ik nog
gebeuren. Dus een enkel
ogenblik:

hier begint, zelfs als ik
er niet bij stilsta,
beweging.

In een oogopslag. Altijd.
Nu of nooit…


11 februari 2011

Friday, February 11, 2011

Palet

Het licht verstilt de bomenrij,
de horizon, het dromenrijk dat
mijn verbeelding spreken doet.

De lucht staat in zo’n zachte
gloed, dat ik een schildershand
vermoed.

Met zachte kwast een aquarel,
een kunstzinnig lijnenspel. Ik
ontwaar het meesterschap.

De bomen kennen geen verweer.
De kleuren hebben overhand.
Voorzichtig nog.

Nog niets in knop. Hoe omschrijf
je dit, dit nieuw geluid? Niets dat
hier vele kansen biedt, in dit oude

duingebied. Het zal, als warmte
schuilplaats krijgt. Maar nu
nog niet, nog niet…

9 februari 2011